Home

Nieuws 439 x bekeken

Lage overnameprijs melkveehouderij vormt schenking

Een naar Frankrijk gemigreerde melkveehouder is schenkingsrecht verschuldigd. Binnen twee jaar na de overdracht van de onderneming van vader naar zoon is het Nederlandse bedrijf verkocht.

De overnameprijs is volgens de Hoge Raad in dit geval niet afgestemd op een waarde going concern.

De uitspraak van de Hoge Raad is kort samengevat de volgende:

Deze zaak betreft de verwijzingsprocedure van HR 12 februari 2010. Belanghebbende heeft van 1982 tot 1 mei 2001 in een maatschap met zijn vader een agrarische onderneming gedreven. De vader heeft onder meer het gebruik en genot van hem in eigendom toebehorende onroerende zaken en een melkquotum ingebracht in die maatschap. Op 1 mei 2001 is de vader uit de maatschap getreden en is de maatschap ontbonden. Belanghebbende heeft gebruikgemaakt van een in de maatschapsakte opgenomen recht om de onderneming voort te zetten.

De inspecteur ontwaart in de overnameprijs een schenking en heeft belanghebbende aangeslagen voor het schenkingsrecht. In HR 12 februari 2010, oordeelde de Hoge Raad dat in een situatie als de onderhavige in het algemeen sprake zal zijn van nakoming van een verplichting – en niet van de bedoeling tot bevoordeling die is vereist voor het aannemen van een schenking – voor zover waardering op een lagere waarde dan de economische waarde noodzakelijk is om voortgezette bedrijfsuitoefening te verzekeren.

Hof Arnhem heeft vastgesteld dat belanghebbende binnen anderhalf jaar na de overdracht een melkveehouderij in Frankrijk heeft gekocht en met zijn gezin naar dat land is geëmigreerd. Het van zijn vader overgenomen bedrijf is binnen twee jaar na de overname verkocht. Gelet hierop acht het hof niet aannemelijk dat belanghebbende ten tijde van de overeenstemming tot overname de bedoeling had het over te nemen bedrijf als zodanig duurzaam voort te zetten. Daarvan is de vader van belanghebbende zich bewust geweest. Aannemelijk is dan ook dat de overnameprijs niet was afgestemd op de mogelijkheid de onderneming nog rendabel voort te zetten. Daarom is er sprake van een schenking.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.


Meer informatie: HR 2 december 2011, nummer 10/04771, LJN: BU6043

Of registreer je om te kunnen reageren.