Home

Nieuws 189 x bekeken 1 reactie

LEI: Nederlands landbouwinkomen blijft achter

Den Haag – Het inkomen van de primaire producenten in de land- en tuinbouw blijft in Nederland achter ten opzichte van de landen om ons heen.

Waar de EU gemiddeld een plus van bijna 7 procent noteert, daalde het inkomen in Nederland met 8 procent. Dat concludeert landbouweconomisch instituut LEI van Wageningen UR bij de presentatie van de jaarlijkse inkomenscijfers van de verschillende sectoren.

”De inkomens in Nederland gaan sterker achteruit dan in andere landen”, concludeert directeur Ruud Huirne van het LEI.

De netto toegevoegde waarde was in Nederland het laagst ten op zichte van de buurlanden. De netto toegevoegde waarde per arbeidskracht is in Frankrijk het hoogst, gevolgd door Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en België.

De oorzaak van de lage inkomens is volgens Huirne de grote afhankelijkheid van Nederland van de export. ”We zijn als exportland erg gevoelig voor grenssluitingen en markttoegang. Een land dat meer zelfvoorzienend is heeft een rustigere markt”, aldus Huirne. Nederland doet het volgens het LEI erg goed als het gaat om kostprijs en efficiënte productie. ”Op dat punt zijn we zeer concurrerend, maar de fluctuaties op prijsniveau zijn in Nederland ook het grootst.”

De verschillen ten opzichte van de buurlanden komt ook door de structuur van de landbouw. Doordat Nederland een relatief grote tuinbouw en veehouderij heeft, hebben de hoge energieprijzen en de hoge voerkosten meer effect op de gemiddelde landbouwinkomens dan in andere landen. De hogere graanprijs heeft in landen met meer akkerbouw ook een positiever effect dan voor de Nederlandse landbouw.

De verschillen binnen de EU zijn groot, zo blijkt uit een overzicht. In Roemenië en Hongarije steeg het gemiddelde landbouwinkomen per werkende kracht met meer dan 40 procent. Buurland Duitsland zag het inkomen met 15 procent toenemen terwijl de Belgen een min van 22,5 procent noteren. Frankrijk, de grootste landbouwmacht in de EU, zag het landbouwinkomen dalen met 2,6 procent.

De cijfers van 2000 tot 2011 laten zien dat zowel de Nederlandse ontwikkeling van het landbouwinkomen wel in lijn ligt van het Europese gemiddelde. Uit deze cijfers blijkt wel dat de beweeglijkheid van landbouwinkomens is toegenomen. De Belgische Boerenbond pleit dan ook voor een Europees mechanisme dat prijsschokken kan opvangen.

De Europese koepelorganisatie voor agrariërs en coöperaties Copa-Cogeca benadrukt dat de inkomens in de EU weliswaar zijn gestegen, maar nog altijd de helft lager liggen dan in andere sectoren. Bovendien blijkt uit onderzoek van Copa-Cogeca dat het vertrouwen van bedrijven in het derde kwartaal is afgenomen.

Eén reactie

  • no-profile-image

    De heer Huirne stelt het juist; we zijn als exportland erg gevoelig voor makttoegang en grenssluitingen.
    Daarin is het bedrijfsleven in hoge mate afhankelijk van de (mede) werkers van het ministerie.
    Een klein voorbeeld; in 2010 zijn op innitiatief en kosten van het bedrijfsleven een veterinaire delegatie uit de Golfregio in Nederland geweest en hebben op kosten van Frankrijk en Duitsland die landen ook bezocht wat resulteerde in een veterinaire overeenkomst tussen de Golfstaten en Duitsland en Frankrijk eind 2010
    Gevolg export van +/- 5000 fok vaarzen.
    Ons ministerie heeft nog geen kans gezien een veterinair certificaat te produceren!!!!!!.......... we lopen in dit geval maar 1 tot 11/2 jaar achter.
    Het zwartboek m.b.t. het (niet) functioneren van het ministerie t.a.v. export is dikker dan de bijbel.
    Geen wonder dat de inkomens sterk achter blijven.

Of registreer je om te kunnen reageren.