Home

Nieuws 73 x bekeken

'Concurrentiepositie vooral afhankelijk van regionaal beleid'

Den Haag – Nederland kan zijn concurrentiepositie economisch versterken door meer regionaal en sectoraal gericht beleid te maken, bijvoorbeeld voor de glastuinbouw in Zuid-Holland.

Het bevorderen van netwerken lijkt daarbij net zo belangrijk voor de sector als fysieke clusters. Dat schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ’De concurrentiepositie van Nederlandse regio’s’.

Niet landen maar specifieke regio’s concurreren met elkaar, stellen de onderzoekers vast. De organisatie pleit daarom niet voor hernieuwing van industriebeleid maar voor maatwerk voor sectoren en regio’s. Overkoepelend beleid moet vooral gericht zijn op het stimuleren van private kennis, wat zich bijvoorbeeld uit in R&D-budgetten en aangevraagde patenten.

In de studie heeft het PBL naar de Zuid-Hollandse landbouw, de Noord-Brabantse technologische sector en de Amsterdamse financiële dienstverlening gekeken. De Zuid-Hollandse landbouw, in de praktijk vooral tuinbouw, is wereldwijd koploper maar kan volgens het PBL zijn positie nog versterken door het handelsnetwerk te vergroten en de bereikbaarheid te verbeteren.

De Zuid-Hollandse tuinbouw kan zich het beste meten met de Spaanse regio Andalusië en de omgeving Milaan, aldus de rapporteurs. Nederlandse bedrijven zijn in vergelijk met buitenlandse bedrijven veel minder op de regio gericht bij hun afzet en toelevering. De Nederlandse bedrijven bevinden zich wel vaak fysiek bij elkaar in zogeheten ”Greenports”.

De sector kan meer in netwerken samenwerken, aldus de rapporteurs. Het Topsectoren-beleid van de overheid lijkt hier ook op in te zetten.

Of registreer je om te kunnen reageren.