Home

Nieuws 318 x bekeken

Winnaar Staatsloterij treft fiscaal minder gunstig lot

De Hoge Raad heeft beslist dat de hoofdprijs van de Oudejaarsloterij van 2004 in de heffingsgrondslag viel van de box 3-heffing op peildatum 31 december 2004.

Dit ondanks dat de uitbetaling van de hoofdprijs pas plaats vond op 4 januari 2005. Daardoor viel de hoofdprijs in feite voor de helft in de rendementsgrondslag over heel 2004. De Hoge Raad verwees voor de motivering van zijn oordeel naar de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Voor de beoordeling of een vermogensbestanddeel zoals een loterijprijs al op 31 december tot de heffingsgrondslag behoort, is beslissend of de mogelijkheid tot vorderen van die prijs bepalend is voor de waarde in het economische verkeer van die prijs en niet de directe beschikbaarheid (uitbetaling). Ook de door de prijswinnaar aangevoerde andere cassatiemiddelen haalden het niet.

Vanaf 1 januari 2011 is overigens de regeling over de peildatum van de box 3-heffing veranderd. De enige peildatum is dan 1 januari van het betreffende kalender jaar. Een prijs uit de Oudejaarsloterij wordt nu dus fiscaalvriendelijker behandeld, maar de fiscaal gunstigste behandeling is weggelegd als de trekkingsdatum (veiligheidshalve) twee dagen wordt verschoven en sprake is van een “2 januari-Loterij”.

Meer informatie: Hoge Raad, 28-10-2011, nummer 10/03727, ljn BR0664

Of registreer je om te kunnen reageren.