Home

Nieuws 882 x bekeken

Verkoop bouwterrein door landbouwers is belast met btw

Het Europese Hof van Justitie heeft beslist dat de verkoop van een bouwterrein onder voorwaarden belast is met btw. Het feit dat een niet voor de omzetbelasting opterende landbouwer de verkoper is, maakt niet uit.

De uitspraken van het Europese Hof van Justitie zijn kort samengevat de volgende:

Slaby heeft in 1996 als niet-ondernemer gekochte grond met de bestemming landbouw tot en met 1998 voor zijn landbouwbedrijf gebruikt. In 1999 heeft hij dit bedrijf stopgezet. In 1997 is het terrein bestemd voor de bouw van vakantiewoningen. Na deze wijziging heeft Slaby het terrein in 64 percelen opgedeeld die hij vanaf 2000 een voor een aan natuurlijke personen heeft verkocht. Slaby wil weten of deze opdeling gevolgd door de verkoop aan verschillende kopers voor de btw moet worden beschouwd als een belastbare handeling.

Het echtpaar Kuc is sinds 1996 eigenaar van landbouwgrond met een bouwverbod. Tot eind 2006 heeft dit echtpaar dat terrein gebruikt voor een landbouwactiviteit, namelijk een paardenfokkerij en later de teelt van veevoer voor zijn dieren. Na een wijziging van het bestemmingsplan, het terrein is dan bestemd voor de bouw van woon- en dienstenfaciliteiten, is het echtpaar Kuc begonnen een aantal delen van hun bedrijf incidenteel en op niet-georganiseerde wijze te verkopen.

Op vragen van de verwijzende rechter in de gerechtelijke procedures, waar de belastbaarheid voor de btw van de grondleveranties aan de orde is, verklaart het HvJ EU voor recht: De levering van een bouwterrein moet worden beschouwd als krachtens de nationale wettelijke regeling van een lidstaat onderworpen aan de btw wanneer deze staat gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van art. 12, lid 1, Btw-richtlijn, ongeacht of de handeling duurzaam is en of de persoon die de levering heeft uitgevoerd, een activiteit als fabrikant, handelaar of dienstverrichter uitoefent, voor zover deze handeling niet de loutere uitoefening door de eigenaar van zijn eigendomsrecht vormt.

Een natuurlijke persoon die een landbouwbedrijf heeft uitgeoefend op een terrein dat na een wijziging in de bestemmingsplannen buiten zijn wil om als nieuwe bestemming bouwgrond krijgt, moet niet worden beschouwd als een belastingplichtige ter zake van de btw in de zin van art. 9, lid 1, en art. 12, lid 1, van de Btw-richtlijn, wanneer hij dit terrein wenst te verkopen, op voorwaarde dat deze verkopen deel uitmaken van het beheer van zijn privévermogen. Wanneer deze persoon met het oog op het sluiten van deze verkopen daarentegen voor de verkoop van onroerend goed actief stappen onderneemt door middelen in te zetten die te vergelijken zijn met die welke worden aangewend door een fabrikant, handelaar of dienstverrichter in de zin van art. 9, lid 1, tweede alinea, Btw-richtlijn, moet hij worden beschouwd als een persoon die een ‘economische activiteit’ in de zin van dit artikel uitoefent, en bijgevolg als een belastingplichtige ter zake van de btw. Het gegeven dat deze persoon een ‘forfaitair belaste landbouwer’ is in de zin van art. 295, lid 1, punt 3, Btw-richtlijn, is in dit opzicht van geen belang.

Meer informatie: Hof van Justitie EG, zaken C-180/10 en C-181/10

Of registreer je om te kunnen reageren.