Home

Nieuws 190 x bekeken

'Grootte bouwblok geen maat voor duurzaamheid'

Bunnik – Het gaat niet om de grootte van je veebedrijf maar over wat je doet aan duurzaamheid en dierwelzijn. Dat is een van de belangrijkste uitkomsten van de deelnemers aan een Rabobank-seminar in Bunnik.

De bijeenkomst was voor leden van de Rabobank uit de provincie Utrecht. Dagvoorzitter Bram van de Vlugt benadrukte dat de term duurzaam zeer aantrekkelijk klinkt, maar dat het vaak onduidelijk is voor boeren wat het precies inhoudt. Vaak wordt de relatie met omvang van het bedrijf gelegd, waarbij wordt gesuggereerd dat grote bedrijven (megastallen) minder duurzaam zijn.

”Ik spreek liever over grote stallen, omdat de omvang van het bouwblok niet uit moet maken of het bedrijf duurzaam is. Het gaat erom wat je doet en waar je als boer in investeert”, aldus Bart Krol, gedeputeerde van de provincie Utrecht. Toch staan de bouwstijl en de schaal van bedrijven sterk onder druk.

Staatssecretaris Bleker (landbouw) heeft woensdag in Den Haag aangegeven dat familiebedrijven kunnen blijven ontwikkelen tot een omvang van twee gezinsinkomens. Gemeenten en provincies gaan over de inpassing van bedrijven in de omgeving. Hierbij wordt aangestuurd dat boeren ook de beheerders van het landschap worden en duurzamer gaan produceren. Volgens het kabinet is het aan de boer om zelf zijn of haar visie over duurzaamheid in te vullen. ”Hierbij willen we minder regelgeving en meer eigen verantwoordelijkheid bij de boer leggen”, aldus Herman Wierenga, directeur West van het ministerie van ELI.

Volgens Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland hebben de boeren in Utrecht (het Groene Hart) een extra uitdaging om zich in te passen in het landschap. ”Deze boeren hebben in vergelijking met collega’s in Noord-Nederland acht maal meer buren die niet boer zijn. Dit geeft een andere dynamiek hoe je kijkt naar je omgeving. Maar het inpassen van veehouderij in het landschap blijft een hoofdpijndossier. Door de plannen binnen Natura 2000 zitten veel bedrijven op slot. Daarover willen we snel meer duidelijkheid van het ministerie van ELI, nog voor de kerst”, zegt Maat.

Volgens Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) is duurzaam boeren niet los te denken van samenwerken. ”Duurzaamheid in de land en tuinbouw is moeilijk te verwaarden maar succesvolle samenwerkingsverbanden rondom dierwelzijn (rondeeleieren en Beter Leven varkens) maken het voor de consument inzichtelijk”, volgens Jansen. Daarnaast ziet Jansen twee stromingen onstaan: de kleinschalige, lokale bedrijven en de grootschalige, innovatieve bedrijven. ”Beide kunnen zeer duurzaam zijn, de grootte van het bedrijf hoeft geen invloed te hebben”, benadrukt Jansen. Als uitdaging voor de toekomst wil hij meer ketendenken waarbij de (complexe) wensen van de consument nog meer worden meegenomen.

Ook LTO pleit voor meer ketensamenwerking. ”We moeten zoeken naar nieuwe duurzame ketenoplossingen voor (met name) de varkens en groentesector.” Andere duurzaamheidspeilers van LTO Nederland zijn het omhoog brengen van de bodemdiversiteit, weidevogelbescherming, bloeiende slootkanten, verdiepen van het ondernemerschap en hoogwaardige meststoffen produceren.

Dagvoorzitter Van der Vlugt sloot de avond af met de woorden: ”Duurzaam begint een uitgekauwde term te worden. Spreek liever van maatschappelijk verantwoord ondernemen, iets dat de meeste boeren in Nederland al lang doen. Dat moet het uitganspunt zijn en niet de grootte van het bedrijf.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.