Home

Nieuws 116 x bekeken

’Gezondheidinstanties moeten beter afstemmen met bedrijfsartsen’

Bilthoven – Veel zoönoses zijn beroepsgerelateerd. Daarom moet er betere afstemming komen tussen volksgezondheidsinstanties en de bedrijfsgezondheidszorg.

Dit werd donderdag gezegd tijdens het Nationale Symposium Zoönoses, georganiseerd door het RIVM.

Tussen 2007 en 2009 bleek ruim 5 procent van de Q-koorts-gevallen in verband te staan met agrarische beroepen. De veegerelateerde MRSA-bacterie is bij 10 procent van het slachthuispersoneel aangetoond. ”Dit is niet alleen een volksgezondheidsprobleem, maar ook een probleem voor de werkgever”, zegt Harry Stinis, bedrijfsarts van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

Volgens Stinis hebben de volksgezondheidsinstanties (GGDs en RIVM) een andere risicoafweging dan de bedrijfsartsen. Daarnaast hebben veel bedrijven geen goede risicoinventarisatie. ”Voor veel zoönosen is bij bedrijven niet bekend welk risico de werknemers precies lopen. Daarbij gaat het niet alleen over de bekende zoönosen, maar ook over potentiële zoönosen. Daarover is vaak te weinig bekend, waardoor het risico niet goed kan worden ingeschat”, volgens Stinis.

Volgens Aura Timen, arts bij het RIVM, is het de kunst de veterinaire wereld beter te laten samenwerken met de volksgezondheidsinstanties. Ook arbo-professionals moeten hierbij betrokken zijn, omdat zij het risico voor het individu kunnen inschatten.

Of registreer je om te kunnen reageren.