Home

Nieuws 449 x bekeken 15 reacties

Afzet fosfaat steeds lastiger

Wageningen – In 2010 hadden veehouderijbedrijven meer moeite om hun mest af te zetten dan in de jaren daarvoor. Vooral de afzet van fosfaat wordt steeds lastiger.

Dit schrijft het landbouweconomisch instituut LEI in de ’Synthese monitoring mestmarkt 2006-2010’, uitgebracht onder toezicht van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet.

In 2010 werd circa 40 procent van de mest ook weer in de Nederlandse landbouw afgezet. Ongeveer 30 procent van de mest die afgevoerd werd, werd geëxporteerd en 20 procent is gebruikt als brandstof in energiecentrales of verwerkt. Voor 6 tot 11 miljoen kilo fosfaat (van de ongeveer 180 miljoen kilo fosfaat die werd geproduceerd) was geen afzet mogelijk. Het is te verwachten dat er ook in 2011 een fosfaatoverschot is, dat aan het eind van dit jaar zal zijn opgelopen tot 12 tot 22 miljoen kilo.

Volgens de berekeningen wordt nu 18 procent meer fosfaat aangeboden dan in 2006, een stijging die het gevolg is van een hogere productie. Per mestsoort verschillen de afzetkanalen: graasvee- en varkensmest werd vorig jaar voor 75 procent afgezet in de Nederlandse landbouw en pluimveemest maar voor 10 procent. Graasveemest is in 2010 vooral op het eigen bedrijf aangewend (80 procent). Varkensmest is vooral afgezet als bedrijfsvreemde mest in de Nederlandse landbouw (75 procent).

Uit de rapportage blijkt dat er op grasland nog wel meer fosfaat afgezet had kunnen worden (10 miljoen kilogram), maar dat dit niet gebeurd is omdat op grasland niet de fosfaatnorm, maar de stikstofnorm uit dierlijke mest beperkend was. Ook op bouwland zou meer dierlijke mest afgezet kunnen worden, als de landbouw minder kunstmestfosfaat zou gebruiken. Maar dan nog, zelfs als alle kunstmestfosfaat vervangen was door dierlijke mest, zou er een overschot hebben bestaan.

Volgens de onderzoekers is het niet mogelijk om in de komende jaren het overschot binnen de landbouw af te zetten. Er is een aantal opties om het overschot te verminderen. Export kan een oplossing zijn, die op korte termijn respijt biedt. Verwerking van dierlijke meststof tot andere producten zou – net als een vermindering van de hoeveelheid fosfaat in het voer – ook een bijdrage op langere termijn kunnen leveren.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Een hele goede oplossing is !! Dat er weer meer mest op de gras en landbouwgronden mag. De verschraling van de grond is de afgelopen jaren goed zichtbaar geworden. Waarom goede nederlandse grond kapot laten gaan. Er is nog steeds honger in de wereld. Doe eens onderzoek naar weer meer bemesten. Zure regen was ook een verzonnen verhaal.

  • no-profile-image

    Dierlijke mest is nog steeds een heel waardevol product, wadeer dat toch eens een keer in nederland.

  • no-profile-image

    dat betekend dat er geen balans is op de mestmarkt en deze dan ook niet in 2015 zomaar wel is.
    dus wordt het hoog tijd dat er rundveerechten ingevoerd moeten worden

  • no-profile-image

    Het betekent dat er nog steeds geen bal van die idiote mestwet klopt, Boer Kip! Verbazingwekkend dat men nu al 14 jaar stompzinnig aan het tellen is, zonder de processen mee te nemen in de berekening. En boeren zijn niet wakker te krijgen.

  • no-profile-image

    Wanneer elke dag grond van boeren wordt ontvreemd door de natuur, woningbouw en wegenbouw en de bemestingsnormen naar beneden worden bijgesteld krijg je vanzelf wel een overschot. We moeten als boer eisen dat alle ontrokken landbouwgrond voor 200% moet worden gecompenseerd, zodat er geen afname maar een toename van landbouwgrond komt.Bomen , huizen en wegen leveren immers geen voedsel voor de mens .
    Het zou al erg verlichten als we onze planten "gewassen" voldoende voedingsstoffen ,mest,mochten geven , maar nee dat word bepaald door de pennelikkers die denken dat ze vanachter hun bureau beter kunnen boeren dan de praktiseerende boer met zijn praktijkervaring.

  • no-profile-image

    Goed omschreven dekker,
    Nederland gaat kapot aan al die pennenlikkers, en dat is ook al goed zichtbaar, Ze hebben totaal de werkelijkheid van het boerenleven verloren

  • no-profile-image

    Beertje en Dekker, let op! Ik zet hier even een brief van Henk van der Pol in dit forum. Hij geeft al jarenlang aan dat het mest"probleem" wordt veroorzaakt door het gelijkwaardig optellen van ongelijkwaardige mineralen. Lees het van onder naar boven. En vraag je, net als ik, vol verbazing af waarom boeren alles slikken.

  • no-profile-image

    Ministerie van LNV
    t.a.v. Dhr. Oomen
    Postbus 20401
    2500 EK Den Haag


    Onderwerp: onderzoeksvraag


    Tollebeek, 10 augustus 2010


    Geachte heer Oomen,


    Hartelijk dank voor uw brief van 5 augustus jongstleden. Wat fijn dat u na 3 jaar en 2 maanden de tijd hebt kunnen vinden om uw motieven toe te lichten betreffende het afwijzen van de door mij opgestelde onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag vloeide voort uit de mediation van 30 mei 2007.

    Ik heb mij er over verbaasd dat iemand, die toch geacht wordt redelijk ontwikkeld te zijn, een dergelijk verhaal op papier krijgt en het nog ondertekent ook.

    De kern van uw betoog is dat u van mening bent dat organische N en anorganische N weliswaar verschillende namen hebben en een verschillende werking (althans waar het landbouwkundig gebruik betreft), maar uit oogpunt van milieu wèl gelijkwaardig kunnen worden opgeteld. Meneer Oomen, gaat u er nu maar vanuit dat als twee dingen verschillend zijn, je ze dan ook niet gelijkwaardig op kunt tellen. Het feit dat ze verschillende namen en een verschillende werking hebben, geeft al meer dan voldoende aan dat er op z'n minst onderzoek gedaan moet worden of je ze überhaupt op kunt tellen en zo ja, hoe. Dit leren onze kinderen al op de basisschool.

    We hebben te maken met een wetgeving die louter bestaat uit de meest eenvoudige rekenkundige bewerkingen (optellen en aftrekken). Als er dan zulke vreemde antwoorden uitkomen, dat niemand meer snapt waar hij/zij mee bezig is, dan MOET je er vanuit gaan dat je te maken hebt met een rekenfout; dan is de kans groot dat je appels en peren aan het optellen bent. Menig basisschoolkind zal ook dìt snappen, bij een simpele optelling horen immers simpele antwoorden. Omdat het niveau in dit land kennelijk in dit stadium is blijven steken, heb ik bewust de onderzoeksvraag eenvoudig gehouden, zodat we bij stap één kunnen beginnen.

    U hebt het in uw brief over een stikstof- en fosfaatbalans op bedrijfsniveau. Echter, als je een balans wilt maken, zul je het wel goed moeten doen. Een balans moet links en rechts in evenwicht zijn. Je kunt bepaalde processen weglaten, bv. omdat ze niet te wegen of te meten zijn, of omdat je er gewoon niet aan gedacht hebt (!), maar dan zul je ook weer aan beide kanten evenveel gewicht moeten hebben, dus evenwicht moete

  • no-profile-image

    kanten van de balans hetzelfde is. In dit geval moeten we dus rekenen met de factor 1,4. Alleen dàn is de weegschaal in balans, alleen dàn is 5 kilo te vergelijken met 7 kilo. De mestwet doet dit niet. Door het weglaten van het proces ademhaling vergelijkt de mestwet automatisch 5 kilo links met 5 kilo rechts alsof ze gelijkwaardig zijn, zodat er 2 kilo overblijft. Dit bedrijf houdt per kilo voer dat het voert dus 2 kilo mest “over” (NA de mestwetberekening). Ik noem dat het guldens- en rijksdaalderseffect*. Als zo'n bedrijf deze mest vers afzet, heeft het dus een enorm saldo. Dit saldo zal, nadat het bedrijf zijn eigen grond voldoende (dus boven de 170 N) heeft bemest, afgezet worden als zwarte mest.

    Je kunt je natuurlijk ook afvragen hoe het komt dat je uit 5 kilo voer 7 kilo ander materiaal kunt halen. Welnu, dit komt dus door de ademhaling. Zoals eerder aangegeven zijn de mineralen in verschillende leefwerelden niet hetzelfde; ze hebben verschillende waarden. Onder invloed van het toevoegen van zuurstof (ademhaling), zetten plantaardige mineralen bij het verteren (verbranden) om in dierlijke mineralen, met anorganische mineralen als bijproduct. Deze omzettingen hebben tot gevolg dat massa/volume toenemen; alweer een bewijs dat je de verschillende mineralen niet gelijkwaardig kunt optellen. Ik heb u in de onderzoeksvraag het voorbeeld gegeven van de zware luiers van baby's. Bij baby's kun je dit effect heel duidelijk zien. Ze drinken acht keer per dag een minuscuul beetje melk en produceren loodzware luiers, vele malen zwaarder dan het beetje dat ze drinken. En het kind groeit er dan ook nog van!

    Als een saldobedrijf de mest langer in opslag laat zitten, om wat voor reden dan ook, “verdwijnt” door anaerobe werking (ook een proces dat ontstaat door omzettingen van mineralen en dus ontkent wordt door de mestwet) massa. We nemen weer het voorbeeld van het manifest van de hoogleraren: stel dat de helft van het volume “verdwenen” is, dan krijg je het gegeven: 5 kilo voer = 1 kilo vlees + 3 kilo mest. Het bedrijf moet nu nog steeds dezelfde hoeveelheid mest afzetten, maar heeft dit niet (meer). Dit is het beroemde minasgat. Hier moet dus de factor 0,8 gebruikt worden om de balans kloppend te krijgen. De ringmonsters die genomen werden naar aanleiding van de

  • no-profile-image

    diersoort of welk product. Vanuit deze situatie kun je schuiven met het aantal ha's en de netto dierlijke productie (meer of minder grond, meer of minder dierlijke afzet), steeds zal men zien dat er (los van de toegestane aanvoer voor het akkerbouwgewas), een bijpassende extra aanvoer van kunstmest mogelijk is, zonder dat er sprake is van een ander grondgebruik. Dus: dit voorbeeldbedrijf mag nu al 667 kg. N meer aanwenden per ha. Verkoopt het voorbeeldbedrijf nu één ha, dan mag het zelfs 1000 kg N extra aanwenden. Immers, dan mag het de extra aanvoer van kunstmest verdelen over twéé ha. Dit levert ook weer het bewijs dat MINAS niets met evenwichtsbemesting te maken kan hebben, omdat de opbrengst van de dierlijke productie meetelt als opbrengst van de grond, als deze twee processen opgeteld worden.

    Beide rekenfouten hebben tot gevolg dat de intensieve bedrijven erg bevoordeeld worden (de meeste bouwen enorme saldi op), terwijl extensieve bedrijven en akkerbouwers hun land nooit voldoende kunnen bemesten. Akkerbouwers voeren alleen (kunst)mest aan, Als een bedrijf dieren gaat houden, zal naarmate de intensiteit van een bedrijf toeneemt, er steeds meer aanvoer van kunstmest vervangen worden door aanvoer van voer, tot het bedrijf zóveel vee heeft, dat het meer voer aanvoert dan de dierlijke productie + verliesnormen + gewasopbrengst samen. Vanaf dàt moment moet het bedrijf mest af gaan zetten. Het extra voer dat het bedrijf dan nog aanvoert, genereert extra dierlijke opbrengst, die het weer afvoert, dus mag het nòg meer voer aanvoeren enz. (guldens- en rijksdaalderseffect).

    Ten aanzien van de laatste alinea van uw brief wil ik graag nog het volgende opmerken: inderdaad kende MINAS een wettelijke basis die geen ruimte liet voor verschillen in behandeling van verschillend gebonden stikstof. Helaas voor u kun je rekenregels niet veranderen, zelfs niet in een wet. Sterker nog: het is triest om een rekenfout tot wet te verheffen, zeker als dit gebeurt in een land dat zich graag als kennisland profileert en probeert het bèta-onderwijs te promoten.
    Het MINAS-stelsel is inmiddels vervangen door een nieuwe mestwetgeving: daar kan ik ook kort over zijn. In de nieuwe mestwet is de stalbalans voor hokdieren gewoon blijven bestaan (en ook de BEX is er op gericht om de kilo

  • no-profile-image

    Er zijn wat stukjes weggevallen zie ik, maar de kern van het verhaal is dat hoe intensiever een bedrijf is, hoe meer het profiteert van het guldens- en rijksdaalderseffect (saldi), omdat zij VOER als grootste aanvoerpost hebben. En voer (plantaardige mineralen) zetten om in dierlijke mineralen door de ademhaling. Akkerbouwers en extensieve veehouders daarentegen hebben kunst(mest) als grootste aanvoerpost, deze mineralen zetten om in plantaardige mineralen door de koolzuurassimilatie, met precies het tegengestelde effect: tekorten.

  • no-profile-image

    Laatste stukje van de brief nog even: (en ook de BEX is er op gericht om de kilo's gelijkwaardig op te tellen), dus nog steeds met saldi en minasgaten. Deze hoeven nu echter niet meer op papier te worden gezet en dat is vast niet zonder reden zo geregeld. Zo worden ze nl.” netjes” weggemoffeld. Ook worden er nog steeds de nodige boetes (vervanger van de heffingen) van vele tienduizenden euro's uitgedeeld, aan de bedrijven met minasgaten (die uiteraard ook nog steeds bestaan). De akkerbouwers en extensieve bedrijven daarentegen, komen de helft van hun benodigde mineralen tekort, omdat zij te maken hebben met omzettingen in de plant van anorganische naar organische mineralen (een gevolg van de koolzuurassimilatie, óók een proces dat “vergeten” is), hetgeen derving van gewasopbrengst en op termijn het dalen van de bodemvruchtbaarheid tot gevolg heeft.

    Ik zou, als ik u was, toch maar eens snel werk gaan maken van de onderzoeksvraag. Ik besef dat de uitkomsten een enorm gezichtsverlies zullen opleveren voor bepaalde “hoogopgeleiden” in dit land, maar de consequenties van het gewoon doorgaan met dit domme telwerk liegen er ook niet om.

    Hopende u voldoende te hebben geïnformeerd teken ik,




    H.A.M. van der Pol
    Westermeerweg 3
    8309 PX Tollebeek

    * Voor de vergelijking “guldens- en rijksdaalderseffect” verwijs ik u naar de vele beroep- en bezwaarschriften, die o.a. bij Dienst Regelingen te vinden zijn.

  • no-profile-image

    John **

    Beste manier is om dierlijke productie en landgebruik van elkaar te ontkoppelen.. In Nederland mag nu 90 kg fosfaat per hectare. gebruikt worden: 90 * totale hoeveelheid landbouwgrond = fosfaatuimte. Bedrijven met een een tekort aan fosfaat kunnen deze ruimte aanbieden. bedrijven met een overschot kunnen deze ruimte kopen. 1 op 1 geregeld. Bedrijven die onvoldoende ruimte gekocht hebben zullen de mest buiten de nederlands landbouw af moeten zetten of verwerken. De kosten zullen nooit hoger komen te liggen dan de kosten van verwerking of export. Als er minder ruimte komt dan neemt het aantal rechten ook af. Wil een overheid of particulier grond onttrekken aan de landbouw dan zal deze partij ook de daarbij behorende rechten op moeten kopen. Elke veehouderij(tak) maakt straks zijn eigen aan en afvoer balans en vult het gat met bemestingsrechten export en verwerking. Voorbeeld: bedrijf heeft een overschot van 3000 kg fosfaat op de balans. Er is 20 hectare eigen grond wat betekent dat het bedrijf over 1800 fosfaatrechten beschikt. Van een akkerbouwer in de buurt least het bedrijf 450 rechten. 750 kg fosfaat moet verwerkt of geexporteerd worden. Alleen deze stroom hoeft maar gemonsterd te worden, het restant is afgedekt met bemestingsrechten. Door het inzetten van een vijzelpers kan deze 750 kg fosfaat makkelijk verzameld en geexporteerd worden en is het probleem opgelost. Met dierrechten lossen we het probleem niet op: De mestafzet blijft ongestructureerd, en dat is wat we nu nodig hebben!

  • no-profile-image

    John **

    Beste manier is om dierlijke productie en landgebruik van elkaar te ontkoppelen.. In Nederland mag nu 90 kg fosfaat per hectare. gebruikt worden: 90 * totale hoeveelheid landbouwgrond = fosfaatuimte. Bedrijven met een een tekort aan fosfaat kunnen deze ruimte aanbieden. bedrijven met een overschot kunnen deze ruimte kopen. 1 op 1 geregeld. Bedrijven die onvoldoende ruimte gekocht hebben zullen de mest buiten de nederlands landbouw af moeten zetten of verwerken. De kosten zullen nooit hoger komen te liggen dan de kosten van verwerking of export. Als er minder ruimte komt dan neemt het aantal rechten ook af. Wil een overheid of particulier grond onttrekken aan de landbouw dan zal deze partij ook de daarbij behorende rechten op moeten kopen. Elke veehouderij(tak) maakt straks zijn eigen aan en afvoer balans en vult het gat met bemestingsrechten export en verwerking. Voorbeeld: bedrijf heeft een overschot van 3000 kg fosfaat op de balans. Er is 20 hectare eigen grond wat betekent dat het bedrijf over 1800 fosfaatrechten beschikt. Van een akkerbouwer in de buurt least het bedrijf 450 rechten. 750 kg fosfaat moet verwerkt of geexporteerd worden. Alleen deze stroom hoeft maar gemonsterd te worden, het restant is afgedekt met bemestingsrechten. Door het inzetten van een vijzelpers kan deze 750 kg fosfaat makkelijk verzameld en geexporteerd worden en is het probleem opgelost. Met dierrechten lossen we het probleem niet op: De mestafzet blijft ongestructureerd, en dat is wat we nu nodig hebben!

  • no-profile-image

    John, het punt is dat je nooit op deze manier een aan- en afvoerbalans kunt maken als je te maken hebt met mineralen met verschillende waarden. Dan ben je appels en peren aan het optellen. Vandaar die enorme puinhoop die de mestwet al jaren is.

Laad alle reacties (11)

Of registreer je om te kunnen reageren.