Home

Nieuws 164 x bekeken

Prejudiciële vraag over vermist rundvlees

De Hoge Raad heeft twijfels of en hoe een vermiste partij rundvlees in de heffing van douanerechten en omzetbelasting betrokken moet worden. Daarom worden vragen gesteld aan de hogere Europese rechter.

Kort samengevat is de aan het Hof van Justitie EU voorgelegde zaak de volgende:

Belanghebbende heeft aangifte gedaan tot plaatsing van een zending gekoeld rundvlees onder de regeling extern communautair douanevervoer. Tussen het tijdstip van aanvaarding van de aangifte voor deze regeling en de vrijgave van de goederen voor het vervoer zijn twee colli aan het douanetoezicht onttrokken. Dit was voor de inspecteur aanleiding belanghebbende in de heffing van douanerechten en omzetbelasting te betrekken.

De rechtbank Haarlem heeft de uitnodigingen tot betaling vernietigd, omdat belanghebbende niet als douaneschuldenaar kan worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft echter Europeesrechtelijke twijfel. Daarom legt hij de zaak voor aan het Hof van Justitie EU met de volgende vraag:
‘Wat is het tijdstip waarop niet-communautaire goederen een douanebestemming verkrijgen in de zin van artikel 50 van het CDW, in een geval waarin goederen met de status ‘in tijdelijke opslag’ zijn aangegeven voor plaatsing onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer?

Meer informatie: HR 30 september 2011, nummer 09/05101, LJN BO1337

Of registreer je om te kunnen reageren.