Home

Nieuws 68 x bekeken

'Q-koortsepidemie had eerder ontdekt kunnen worden'

Bilthoven – Uitbraken van ongewone infectieziekten, zoals Q-koorts, kunnen sneller ontdekt worden met zogeheten syndroomsurveillance.

Dat stelt onderzoeker Kees van den Wijngaard van het RIVM. De symptomen van Q-koorts bij mensen lijken erg op ziekteverschijnselen van andere aandoeningen. Daardoor wordt vaak geen bloedonderzoek gedaan. Met syndroomsurveillance worden verdachte toenames van patiënten met bepaalde symptomen en syndromen gesignaleerd. Longontsteking is hier een goed voorbeeld van.”Ook bijvoorbeeld toenames in het gebruik van anti-hoestmiddelen kunnen duiden op een uitbraak”, aldus de onderzoekers. Voor syndroomsurveillance gebruiken deskundigen gegevens over onder meer ziekteverzuim, huisartsbezoek, medicijngebruik en ziekenhuisopnames.

Van den Wijngaard, die promoveerde op onderzoek naar syndroomsurveillance, stelt vast dat met deze methode uitbraken van infectieziekten in kaart kunnen worden gebracht die anders worden gemist. ”Waarschijnlijk was de uitbraak van Q-koorts met syndroomsurveillance sneller gesignaleerd”, aldus de onderzoeker.

De kosten van syndroomsurveillance kunnen laag blijven in vergelijking met de kosten van een late ontdekking van een grote uitbraak, doordat gebruik gemaakt kan worden van gegeven uit bestaande systemen.

In de Verenigde Staten wordt het systeem al op grote schaal toegepast, in Nederland is deze werkwijze nog relatief nieuw.

Of registreer je om te kunnen reageren.