Home

Nieuws 190 x bekeken

CBB merkt groep contractmesters in groeihormoonzaak alsnog aan als benadeelde

Den Haag – De kalverhouders die in 2006 en 2008 kalveren op contract mestten voor contractgever Van de Bor in Putten, zijn als benadeelden toch partij in een geschil over gebruik van groeibevorderaars. Dit blijkt uit een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB).

Het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wilde de kalverhouders niet aanmerken als partij in het geschil, waardoor ze ook niet in aanmerking zouden komen voor een schadevergoeding.

Acht kalverhouders die te maken kregen met een onder toezichtplaatsing van hun bedrijf, zeggen echter wel degelijk schade te hebben geleden door het overheidsoptreden. Het CBB erkent dat en stelt dat het landbouwministerie daar een nieuw besluit over moet nemen.
Uit de uitspraak blijkt ook dat de onder toezichtplaatsing van een serie bedrijven in 2008 bij gebrek aan bewijs moest worden opgeheven.

Controleurs van de Stichting Kwaliteitscontrole Vleeskalversector (SKV) vonden in urinemonsters sporen van de stof delta 1-testosteron. Bij hercontrole werd deze stof niet meer gevonden. Bovendien kon het ministerie van LNV bij hercontrole niet bewijzen of het ging om een lichaamseigen stof of een verboden groeibevorderaar. De kalveren werden uiteindelijk vrijgegeven, waarna ze konden worden geslacht.

Ook in de salmeterol-zaak uit 2006 is volgens advocaat Heukels van de boeren en de contractgever nog steeds niet vastgesteld of op een rechtsgeldige manier is aangetoond dat de kalveren van Van de Bor waren behandeld met verboden groeibevorderaars. Mogelijk volgt hierover in 2011 een definitieve uitspraak.

Ook loopt er nog een zaak over ingehouden toeslagen voor de mogelijk met verboden middelen behandelde kalveren. De kans bestaat dat het ministerie deze toeslagen alsnog moet uitbetalen.

Of registreer je om te kunnen reageren.