Home

Foto & video 1877 x bekeken

Vluchten voor de honger

De tweede wereldoorlog was voor niemand makkelijk, maar in de winter van 1944 werd het in de steden wel heel erg moeilijk. Het zuiden was toen al bevrijd, het noorden moest eerst nog door een vreselijke winter: de hongerwinter.

Het spoorwegpersoneel staakte, men wilde niet langer voor de Duitsers mensen en goederen naar Duitsland - en verder - transporteren. De bezetter reageerde daarop door de voedsel- en kolentransporten naar de steden af te knijpen. Het werd een drama. Terwijl de winter extreem koud was, was er niks om de kachels te stoken. Eten koken kon ook niet meer. En op het laatst viel er niks meer te koken, eten was er nauwelijks meer. Duizenden stierven van honger en kou.

Om kinderen een kans te geven, werden ze naar het platteland geëvacueerd. Dit gebeurde met zo'n 40.000 kinderen. Zij overleefden zo de hongerwinter.

In het Verzetsmuseum Amsterdam is er nu een expositie over te zien.

 

Foto

  • Het bekendste hongerwinterkind is misschien wel caberatier Paul van Vliet. Op zijn negende kwam dit Haagse jochie bij een pleeggezin in het Friese Garijp.
 ‘Ze hebben me heel snel in boerenkleren gezet, met boerenklompen, een boerentrui. En ik heb binnen de kortste keren Fries geleerd. Ik noemde mezelf Pauke Vlietstra, omdat ik er zo graag bij wilde horen. Had ik zelf verzonnen.’ 
In het begin sprak hij de taal niet en werd hij uitgelachen om hoe hij eruit zag, om hoe hij praatte en hoe hij gekleed was. ‘Na school pakte ik snel mijn klompen en rende op kousenvoeten naar huis. Dan kwamen de jongens achter me aan en dan stond ik met klompen om me heen te maaien om ze van het lijf te houden. Ik kwam wanhopig bij mijn pleegfamilie. ‘Ah, dat gaat wel over, houdt wel op, flink zijn’, zeiden ze dan.’ Uiteindelijk verfrieste Paul volledig en sprak zelfs geen Hollands meer. Foto: privé collectie, Verzetsmuseum Amsterdam

    Het bekendste hongerwinterkind is misschien wel caberatier Paul van Vliet. Op zijn negende kwam dit Haagse jochie bij een pleeggezin in het Friese Garijp. ‘Ze hebben me heel snel in boerenkleren gezet, met boerenklompen, een boerentrui. En ik heb binnen de kortste keren Fries geleerd. Ik noemde mezelf Pauke Vlietstra, omdat ik er zo graag bij wilde horen. Had ik zelf verzonnen.’ In het begin sprak hij de taal niet en werd hij uitgelachen om hoe hij eruit zag, om hoe hij praatte en hoe hij gekleed was. ‘Na school pakte ik snel mijn klompen en rende op kousenvoeten naar huis. Dan kwamen de jongens achter me aan en dan stond ik met klompen om me heen te maaien om ze van het lijf te houden. Ik kwam wanhopig bij mijn pleegfamilie. ‘Ah, dat gaat wel over, houdt wel op, flink zijn’, zeiden ze dan.’ Uiteindelijk verfrieste Paul volledig en sprak zelfs geen Hollands meer. Foto: privé collectie, Verzetsmuseum Amsterdam

  • In september 1944 werden alles bij elkaar zo’n 40.000 ondervoede stadskinderen ondergebracht op het platteland. Ze gingen voornamelijk naar boerengezinnen in Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. De kinderen werden  vervoerd in alles wat maar voor handen was, treinen, vrachtwagens, vuilniswagens en vrachtschepen. Op de foto gaan juist kinderen aan boord. Ze moesten in het ruim gaan zitten en waren dagen onderweg. Foto: Menno Huizinga /Nederlands fotomuseum

    In september 1944 werden alles bij elkaar zo’n 40.000 ondervoede stadskinderen ondergebracht op het platteland. Ze gingen voornamelijk naar boerengezinnen in Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. De kinderen werden vervoerd in alles wat maar voor handen was, treinen, vrachtwagens, vuilniswagens en vrachtschepen. Op de foto gaan juist kinderen aan boord. Ze moesten in het ruim gaan zitten en waren dagen onderweg. Foto: Menno Huizinga /Nederlands fotomuseum

  • De Duitsers hadden het transport van voedsel en kolen naar de steden afgesloten. Gaandeweg raakte de brandstof op. Bewoners gebruikten van alles om toch de kachel te kunnen stoken. Hier heeft een vrouw een boomtak bemachtigd.  Foto: Niestandst-fotocollectie Zijper Museum Schagerbrug

    De Duitsers hadden het transport van voedsel en kolen naar de steden afgesloten. Gaandeweg raakte de brandstof op. Bewoners gebruikten van alles om toch de kachel te kunnen stoken. Hier heeft een vrouw een boomtak bemachtigd. Foto: Niestandst-fotocollectie Zijper Museum Schagerbrug

  • Wat was het koud in de winter van 1944. In de steden raakte het eten op. Kinderen moesten, soms met blote benen, door de kou naar de gaarkeukens waar ze een beetje waterige soep of een aardappel kregen. Toen aardappelen niet meer voorradig waren, werden die vervangen door stukje suikerbiet. Foto: Universiteitsbibliotheek leiden, bijzondere collecties

    Wat was het koud in de winter van 1944. In de steden raakte het eten op. Kinderen moesten, soms met blote benen, door de kou naar de gaarkeukens waar ze een beetje waterige soep of een aardappel kregen. Toen aardappelen niet meer voorradig waren, werden die vervangen door stukje suikerbiet. Foto: Universiteitsbibliotheek leiden, bijzondere collecties

  • Jan Hobby als kind van ongeveer 12 jaar. Hij voetbalde bij het Amterdamse DWS en was één van de uitverkoren kinderen die op initiatief van voetbalclub Heerenveen in 1944 naar het platteland mocht waar nog wel te eten was.   Foto: privé collectie, Verzetsmuseum Amsterdam

    Jan Hobby als kind van ongeveer 12 jaar. Hij voetbalde bij het Amterdamse DWS en was één van de uitverkoren kinderen die op initiatief van voetbalclub Heerenveen in 1944 naar het platteland mocht waar nog wel te eten was. Foto: privé collectie, Verzetsmuseum Amsterdam

  • De Amsterdamse Jan Hobby is nu 83 jaar. Dankzij zijn periode bij een Fries pleeggezin, overleefde hij de hongerwinter. Toen hij in augustus 1945 terug ging naar zijn ouders in Amsterdam, was daar tot zijn teleurstelling eerst nog amper eten. Veel gezinnen waren nog steeds aangewezen op gaarkeukens.  Foto: privé collectie, Verzetsmuseum Amsterdam

    De Amsterdamse Jan Hobby is nu 83 jaar. Dankzij zijn periode bij een Fries pleeggezin, overleefde hij de hongerwinter. Toen hij in augustus 1945 terug ging naar zijn ouders in Amsterdam, was daar tot zijn teleurstelling eerst nog amper eten. Veel gezinnen waren nog steeds aangewezen op gaarkeukens. Foto: privé collectie, Verzetsmuseum Amsterdam

  • Kinderen kregen soms een naamkaartje omgehangen. Zo was bij aankomst op de verzamelplek duidelijk welk kind aan wie was toe bedeeld. Vaak ging het ook zonder naamkaartjes en zochten pleegouders ter plekke een kind uit. Foto: Verzetsmuseum Amsterdam

    Kinderen kregen soms een naamkaartje omgehangen. Zo was bij aankomst op de verzamelplek duidelijk welk kind aan wie was toe bedeeld. Vaak ging het ook zonder naamkaartjes en zochten pleegouders ter plekke een kind uit. Foto: Verzetsmuseum Amsterdam

  • Het lukte verzetsgroepen soms om onderduikkinderen mee te smokkelen met de kinderevacuaties uit de stad. Hier twee onbekende onderduikertjes die ook op een boerderij terecht kwamen en daar de handen uit de mouwen staken. Foto: Collectie OVCG/RHC Groninger Archieven

    Het lukte verzetsgroepen soms om onderduikkinderen mee te smokkelen met de kinderevacuaties uit de stad. Hier twee onbekende onderduikertjes die ook op een boerderij terecht kwamen en daar de handen uit de mouwen staken. Foto: Collectie OVCG/RHC Groninger Archieven

  • Voedseluitreiking aan de Amsterdamse Rozengracht voor kinderen van het buurthuis ‘Ons Huis’.  Foto: Collectie Verzetsmuseum Amsterdam

    Voedseluitreiking aan de Amsterdamse Rozengracht voor kinderen van het buurthuis ‘Ons Huis’. Foto: Collectie Verzetsmuseum Amsterdam

  • Een Haags interieur tijdens de Hongerwinter van 1944/1945. Foto: Collectie Verzetsmuseum Amsterdam

    Een Haags interieur tijdens de Hongerwinter van 1944/1945. Foto: Collectie Verzetsmuseum Amsterdam

  • Tijdens de hongerwinter verft iemand in Amsterdam op de voet van een lantaarnpaal de wanhoopskreet: ‘Honger’. Foto: Verzetmuseum Amsterdam

    Tijdens de hongerwinter verft iemand in Amsterdam op de voet van een lantaarnpaal de wanhoopskreet: ‘Honger’. Foto: Verzetmuseum Amsterdam

Of registreer je om te kunnen reageren.