-
Anton (41) en Helma (39) Nabuurs boeren samen met Helmie van Creij (45, niet op de foto) in Landhorst (N.-Br.). Hun bedrijf telt 150 stuks melkvee. Daarmee melken zij 1,4 miljoen kilo melkquotum vol met een vetgehalte van 4,18 procent en 3,58 procent eiwit. Het jongvee staat op een tweede locatie 800 meter verderop bij compagnon Helmie van Creij.
Foto’s: Marcel van Hoorn Fotografie, tekst: Frits Huiden
-
Met 17 hectare gras en 27 hectare mais is het bedrijf intensief, daarom kopen de Nabuurs en Van Creij structureel voer aan. „De laatste vijf jaar is de prijs van voer alleen maar toegenomen. Dit jaar liep het door de droogte in het voorjaar helemaal de spuigaten uit. Gras, mais, tarwe, alles is duur. Daarom willen wij goed inzichtelijk hebben hoeveel van welke voercomponenten we voeren en wat dat per component kost”, vertelt Anton Nabuurs.
-
Met de zelfrijdende voermengwagen laadt Nabuurs maar liefst tien voercomponenten tot de kilo nauwkeurig.
-
Het rantsoen bestaat uit mais, gras, perspulp, gerstestro, luzerne, losse raapschroot, krachtvoer, snoepsiroop, suikers, Selco TMR-antibroei en Peelhorst-mix. Voor de ruwvoeropslag beschikt Nabuurs over acht sleufsilo’s, enkele bulken, een overkapte loods voor stro- en luzernepakken en nog een kuilplaat.
-
Nabuurs laadt het voer niet via een oud papiertje in de cabine met een af en toe opnieuw samengesteld rantsoen. Hij heeft een Triotrac 2-1700, die is uitgerust met het TFM (Trioliet Feed Management) Tracker-computersysteem. Het voermanagementsysteem is van Trioliet en de weegapparatuur van leverancier Digi-Star.
-
In het TFM Tracker-programma op de pc in het kantoor wordt het rantsoen telkens bijgesteld. Elke twee weken komt daarvoor de voeradviseur. Van elke voercomponent is onder meer de geplande hoeveelheid vastgelegd, de gevoerde hoeveelheid per datum en de actuele prijs.
-
Via een data-sleutel zet Nabuurs de gegevens elke dag in de terminal van zijn voermengwagen. Draadloze overdracht is tegen een meerprijs ook mogelijk.
-
Voor de voerbeurt kijkt Nabuurs wat voor het voerhek is blijven liggen en stelt hij de totale rantsoengift per paar procenten in de terminal bij. De computer berekent door wat dit betekent per te laden kilo’s per component. Nabuurs: „Als je van een briefje werkt en wat wilt aanpassen, of je laadt aan het begin per ongeluk te veel van een component, dan kun je tijdens het voeren gaan hoofdrekenen om de verhoudingen kloppend te houden.”
-
Ook de hoeveelheid restvoer wordt bijgehouden. Voor een voerbeurt schuift Nabuurs daarom regelmatig de 400 tot 500 kilo aan voerresten bij elkaar en schept hij deze in de bak van de verreiker. Dat kipt de veehouder vervolgens opnieuw in zijn voermengwagen om het te wegen. Als de data in het programma worden gesynchroniseerd vanaf de data-sleutel, is exact bekend wat er die dag werkelijk is gevoerd.
-
Het programma laat gelijk zien van welke component eventueel te veel of te weinig is geladen. Omdat de prijs is gekoppeld, is ook direct te zien wat dat foutje kost. Nabuurs: „We gaan voor onze 2×9 Surge-melkstal ook investeren in melkmeters en koeherkenning. Dan is de efficiëntie af te leiden, zoals varkenshouders het kengetal voerconversie kennen.
-
Helma Nabuurs: „Door de kuilmonsters in te voeren, de afmetingen van de kuil en leverbonnen van de leveranciers kun je met het programma ook de voervoorraad beheren. We kunnen heel precies inschatten wanneer een silo of bulk leeg is. We kunnen dan tijdig en eventueel op de juiste prijsmomenten inkopen.
-
De voerdata zijn te uploaden via internet naar een server van Digi-Star. „De voervertegenwoordiger kan dan zelf aanpassingen uitvoeren of ons attenderen op fouten”, vertelt Nabuurs. “De vertegenwoordiger kan zelfs verschillende TFM Tracker-gebruikers naast elkaar zetten en ons bedrijf wat betreft voeren vergelijken. Op anonieme basis kunnen wij dat zelf ook. Voor eventuele storingen is er een helpdesk met ondersteuning in acht talen. De helpdeskmedewerker kan inloggen in ons systeem. Bovendien krijgen we regelmatig software-updates.”