Home

Foto & video 2719 x bekeken

Stel zo de aardappelrooier af

Het afstellen van de rooier verschilt per merk of type in detail, maar de basisprincipes zijn hetzelfde. Houd de rooier vol en beperk snelheden en valhoogtes.

Foto

  • Het afstellen van de aardappelrooier verschilt per merk of type in detail, maar de basisprincipes komen altijd op hetzelfde neer. Stelregel blijft: houd de rooier zo lang mogelijk goed vol en beperk snelheden en valhoogtes zo veel mogelijk. Hydrauliek en elektronica maken goed afstellen van de moderne rooiers steeds makkelijker.


    Foto’s: Ronald Hissink, Roel Dijkstra, Wick Natzijl, Penn Communicatie en Rob ter Haar, tekst: Martin Smits.

  • Verstekrooiers, zowel getrokken als zelfrijdend, hebben de laatste jaren aan populariteit gewonnen. Groot voordeel is dat niet meer tussen de ongerooide ruggen wordt gereden. Wordt er wel tussen de ruggen gereden, gebruik dan cultuurwielen. Brede banden drukken de rug altijd wat aan en zijn een bron van beschadiging. Maar het zijn uiteindelijk de omstandigheden die dicteren welke banden toepasbaar zijn.

  • Klap het loof niet korter dan 15 centimeter. Loofrollen verwijderen de korte stronkjes niet goed. Een zijafvoer zorgt in groen of nog maar weinig verweerd loof voor een aanzienlijk kleinere belasting van de loofreiniging. Loofverwijdering mag de rooisnelheid niet beperken, dat zorgt namelijk al gauw dat de rooier niet goed vol blijft liggen.

  • De hoek van de beitels moet gelijk zijn aan de hoek van de eerste rooimat. De achterkant van de beitels moet gelijk staan aan de bovenkant van de rooimat, zodat de aardappelen op de mat en niet tegen de mat oplopen. Is het droog, dan kan het helpen de beitels iets voorover te stellen om makkelijker de grond in te gaan. Deze rooier is met spindels aan de zijkant verstelbaar.

  • Enkele rooiers werken met beitels over de hele breedte, bijvoorbeeld om tussen de ruggen gerooide aardappelen op te nemen. Dan is meestal de middenbeitel apart verstelbaar. Deze wordt vaak iets dieper gezet om stropen in de geul te voorkomen.

  • Stel de schijven ondiep af. Vier centimeter is een vuistregel. Als schijven gaan stropen, neigen velen naar het dieper afstellen ervan. Dan neemt echter de snijhoek af en wordt het snijden nog slechter. Ook geeft diep afstellen ongemerkt een zware belasting op de lagers, die daardoor sneller verslijten.
    Zet de veerdruk op de schijven wat strakker als de grond droog is. Zet de schrapers enkele millimeters vrij van de schijven. Dat voorkomt onnodig zwaar lopen en overbodige slijtage.

  • De meeste rooiers werken nog steeds met diabolo’s voor diepteregeling. Die zijn meestal hydraulisch te ontlasten, eventueel met hulp van een elektronische regeling. Ontlast de diabolo’s zo veel mogelijk. Ze moeten stabiel lopen, maar de rug zo weinig mogelijk in elkaar drukken.

  • Houd de rooier altijd zo goed mogelijk vol. Deels bepaalt de constructie dat opeenvolgende rooimatten maar beperkt ten opzichte van elkaar versnellen. Te veel uit elkaar trekken van de aardappelstroom vergroot de kans op beschadiging.

  • Staan de rollen van een Grimme Multisep (groot en klein) om en om hoger ten opzichte van elkaar, dan neemt de reiniging toe, maar ook de beschadiging. Meer toeren geven meer reiniging en meer beschadiging. Een steilere stand verhoogt de transportsnelheid, maar vermindert de reiniging. Staan de rollen tegen elkaar dan werken die als loofreiniging. In een vlakke en in een meelopende stand wordt het een transportband en is beschadiging minimaal.

  • De loofrollen kunnen veerbelast wijken om verstoppingen te voorkomen. Bij groen loof moet de veerdruk op de rol hoger zijn dan bij afgestorven loof. Zet schrapers niet al te strak tegen de rol, maar houd enkele milimeters speling. Oudere rollen vertonen vaak ingesleten groeven. Hoe meer groeven, hoe minder de werking van de rol.
    Als de loofrol ten opzichte van de mat hoger staat, is er meer grip op het loof. De beschadiging van aardappelen neemt dan ook toe. Zet de loofrol daarom zo laag als mogelijk om nog voldoende loof te verwijderen. Is de loofverwijdering niet voldoende, stel dan de loofvingers strakker af. Zet pas daarna de loofrol verder omhoog. Is de matsnelheid hoger, dan kan de loofrol ook wat hoger staan. De aardappelen gaan er dan met meer snelheid overheen en worden dus minder gegrepen.

  • Op de klei en vaak ook bij pootgoedtelers is een axiaalset aanwezig. De diameter van de rollen bepaalt de doorlaat en daarmee deels de reiniging. Tegenwoordig zijn er axiaalreinigers met variabele afstand tussen de rollen, waardoor wisselen van rollen minder snel nodig is. Moet de reiniging minimaal zijn, breng dan het toerental omhoog en zet de reiniger steiler. Een hoger toerental geeft een hogere transportsnelheid. Monteer gladde rollen als het echt heel schoon rooit.

  • De spoed op de rollen van een axiaalset bevorderen de doorvoersnelheid. Door gladde rollen te monteren wordt de set produktvriendelijker.Volledig gladde rollen verwerken uien zonder ze kaal te trekken. Door rollen met een andere diameter te monteren is de doorval te beïnvloeden. Enkele machines zijn inmiddels verkrijgbaar met verstelbare afstand tussen de rollen.

  • Een egelband reinigt maximaal als deze zo vlak staat dat er net geen aardappelen verloren gaan. Staat de band steiler, dan reinigt deze minder maar is de band ook minder agressief voor de aardappelen. Een hogere bandsnelheid geeft meer reiniging, maar is agressiever op de knol. Afstellen volgens het boekje is een basis, de details maken het verschil. En die moet u zelf ter plaatse beoordelen.

  • Perfect rooien kan worden teniet gedaan door grote valhoogtes bij het lossen. Bij een bunkerrooier lijkt dat dramatisch, maar in de praktijk valt dat mee door de komst van geknikte bodems en de grote massieve stroom aardappelen. Bij een wagenrooier is het opletten geblazen. Bouw laagsgewijs op en houd de valhoogte altijd minimaal.

  • Voorkom dat de aardappelen over de elevator gaan rollen. Bij het doorsteken moet de elevator soms wat steiler dan eigenlijk ideaal is. Draait een rooier zeer snel of zeer langzaam, dan veroorzaakt dat een ongelijkmatige vulling van de elevator, waardoor aardappelen sneller gaan rollen. Lijkt dat onvermijdelijk dan is alleen het aanpassen van de rijsnelheid een remedie. De draaisnelheid van de elevator kan immers maar beperkt omhoog.

  • Valbrekers zijn er in soorten en maten. Niet alleen als voorziening in de kipwagen, maar ook om de landing van aardappelen in de kisten wat vriendelijker te maken. Zeker bij consumptieaardappelen is een valbreker belangrijk.

  • Aanvankelijk typisch Amerikaans, maar nu ook in Nederland steeds meer verkocht: machines met doorvalmatten. Deze machines verwerken goed grote massa’s (groen) loof en onkruid. De werking wordt wat beïnvloed door meer of minder draden te monteren. Als de knollen vast aan de stam zitten, is de druk op de afstrijkvingers van invloed op de mate waarin aardappelen worden verloren.

  • Denk aan uw veiligheid. Met name het ‘prutsen’ aan een draaiende rooier is levensgevaarlijk en eist ieder jaar slachtoffers. Vooral de loofrollen zijn berucht, maar ook andere draaiende delen kunnen gevaarlijk zijn. Zet de motor af als u op een machine klimt, zodat u zeker weet dat die niet onverwachts gaat draaien.

Of registreer je om te kunnen reageren.