Home

Foto & video 1020 x bekeken

Kopie van 1.700 zeugen op een voetbalveld

Houbensteyn in Ysselsteyn (L.) bouwde nieuw voor 1.700 zeugen. De twee-etagestal meet 80x60 meter en is daarmee iets kleiner dan een voetbalveld.

Foto

  • De Houbensteyn-holding houdt op vier clusters van stallen in Ysselsteyn (L.) en Meterik (L.) 4.500 zeugen en 20.000 vleesvarkens. Geert Houben (rechts, 47) is verantwoordelijk voor de vermeerderingsbedrijven en Paul Steenbekkers (36) is bedrijfsleider van deze nieuwe locatie, genaamd Ven.

  • Het Houbensteyn-concern besloot in 2004 de opzet te wijzigen. Enkele oudere locaties zijn gesloopt, andere gerenoveerd en er is nieuwbouw om aan de eisen van 2013 te kunnen voldoen.
    Op de locatie Ven/Heide is een nieuwe zeugenstal gebouwd ter vervanging van drie bestaande dicht aan de dorpskern van Heide en bij een natuurgebied.

  • De nieuwe stal meet 80x60 meter, heeft twee etages, twee nokken en twee luchtwassers. De nokken zijn allebei 11 meter hoog. De stal huisvest 350 (sub)fokzeugen, 1.350 vermeerderingszeugen, 960 opfokzeugen en 480 gespeende biggen, alles Danbred-genetica. Op deze locaties werken nu vier fte, er komt nog een parttimer bij.

  • De nieuwe locatie heeft een hoge gezondheidsstatus. Niemand komt erin zonder te douchen. Hulpmiddelen en onderdelen moeten worden afgegeven. Ze gaan een kwartier in de UV-kist om ontsmet te worden, of het nu een kladblok, pennen, camera’s of pompen zijn.

  • Alleen sperma kan naar binnen zonder behandeling. Er is daarvoor een koelkast met twee deuren geplaatst. De koerier komt dus niet verder dan de bestrating.

  • Ondanks het relatief geringe grondoppervlak heeft de stal ruime gangen. “Werkomstandigheden zijn belangrijk, je wilt het personeel houden”, stelt Houben.

  • Op de etage zitten de guste en dragende zeugen, de dekstallen en de dekrijpe opfokzeugen die op het bedrijf ingezet worden. De dieren moeten lopend naar boven. Via een 24 meter lange hellingsbaan overwinnen ze 4 meter hoogteverschil. “Dat gaat prima”, aldus bedrijfsleider Paul Steenbekkers. “We doen het in groepen van 15 tot 20 dieren. Ze hebben nauwelijks aanmoediging nodig.”

  • In de dekstal liggen nu alleen maar eersteworps zeugen en dekrijpe opfokzeugen. De eersteworps zijn in goede conditie en uniform uit de kraamstallen gekomen. Met de vruchtbaarheid zit het wel snor. Er hangen maar vijf kaarten op hun kant: vijf zeugen niet gedekt op ruim 100 gespeenden en ingezette gelten.

  • Ook op de tweede etage zitten de dragende zeugen, in 12 vakken van 72 dieren. De zeugen zitten in groepshuisvesting met Texas-deurtjes. Deze swingen beide kanten op. Via luchtdruk worden de deurtjes automatisch gefixeerd. Een uur voor het brijvoer verstrekt wordt, kunnen de zeugen de boxen alleen nog maar in.

  • Bij elke rij zit een schakelaar om het loslaten van de zeugen per rij handmatig te overrulen. Handig bij entingen.

  • Alleen aan de luchtkokers die her en der tussen de boxen zijn geplaatst merk je dat het een twee-etagestal is. Hierdoor gaat de afgevoerde lucht van de onderliggende (kraam- en opfok)afdelingen naar de twee centrale afzuigskanalen.

  • De zeugen in de groepshuisvesting hebben continu toegang tot water. Alle zeugen en opfokzeugen krijgen brijvoer.

  • Houben piekerde het meest over de luchtaanvoer en mestaanvoer bij de opzet van de stal. Op enkele plekken is in de eerste weken wat lekkage opgetreden. Dat is nu nagenoeg helemaal over. “De aannemer heeft goed gebouwd”, vindt Houben.

  • Er zijn tien afdelingen met elk 42 kraamhokken. Elke week worden er twee gevuld met zeugen, het bedrijf speent de biggen krap onder de vier weken.

  • De kraamhokken zijn groter dan standaard: 1,80 x 2,60 meter. Dus bijna 4,7 vierkante meter, terwijl ze gangbaar krap 4 vierkante meter zijn. Houbensteyn koos hiervoor met het oog op de almaar grotere koppels. Ook wilde het bedrijf werken met een voorliggend, afsluitbaar biggennest. Dat vergemakkelijkt de handelingen bij de biggen.

  • De ventilatie in de kraamstal gaat via het frisseneuzensysteem. De lucht gaat via de ruimte onder het voerpad naar een opening bij de kop van de zeug.

    Onder het rooster onder de zeug door lopen slangen, waardoor in de zomer grondwater wordt gepompt. Dit om de zeug te koelen.

    De biggen kunnen water drinken uit een schaaltje dicht bij de zeug. Vanaf ongeveer een week leeftijd krijgen de biggen speenvoer bijgevoerd in een stalen kom.

  • De zeugenbox loopt door tot aan de achterwand. Hierdoor zijn geen steuntjes nodig en zijn de hoogte en breedte makkelijk te stellen.

  • De medewerkers twijfelen nog wat aan de ophanging van de warmtelampen. Bij het in de boxen doen van de eerste ronde zeugen sneuvelden er een aantal. “Mogelijk dat dat met oudere zeugen straks makkelijker gaat”, zegt de bedrijfsleider. Houben verwacht niet dat een en ander aangepast moet worden. “Vervanging van een enkele gesneuvelde lamp is goedkoper dan aanpassen van het systeem in 420 kraamhokken.”

  • De vleesbiggen gaan als speenbig weg. De fokbiggen blijven op het eigen bedrijf. Ze worden opgefokt in een stal op 300 meter afstand. Afleveren gaat gemakkelijk: via het onderste deel van de deur aan het eind van de afdeling. Deze deelbare deur is netjes afgewerkt met tochtstrips.

  • Ter hoogte van de vijfde kraamafdeling is een wasruimte gerealiseerd. Deze dient ook als opslagruimte voor geneesmiddelen en gereedschappen.

  • Ter hoogte van de eerste afdeling kraamhokken zijn dwars erop vier cellen met elk vier hokken voor moederloze opfok gerealiseerd. Deze zijn het laatste afgebouwd. Er is al zeven weken gespeend, toch hebben de medewerkers het niet in gebruik zijn ervan niet als een probleem ervaren. “Ondanks dat er alleen maar gelten wierpen, konden we zonder pleegzeugen te maken en zonder bijzondere aandacht gemiddeld 12,5 biggen per worp spenen”, vertelt Rianne Baltissen (22), die de scepter zwaait in de kraamstallen.

  • Dwars op de kraamafdelingen zijn de opfokstallen gemaakt. Daar kunnen bezoekers pas in als ze van bedrijfskleding en laarzen wisselen. Bij de opfok is blauw de code, in de rest van het bedrijf groen. Handen wassen en ontsmetten met alcohol-gel is verplicht.

  • De enige gespeende biggen op het bedrijf zijn opfokzeugjes. Er is in vijf afdelingen plek voor in totaal 480 dieren. Ze zitten in gangbare afdelingen, voergangventilatie en brijbakken. Zuiver York-biggen hebben een rood blik in, F1’s een geel.

  • Ook in de 12 afdelingen, elk voor 80 opfokzeugen, is het bekende systemen troef. Voergangventilatie, dwarstroggen. Opvallend is wel dat het verwarmen hier via elektrische heaters gaat. “Een lage investering, je hebt ze maar even nodig”, verklaart Houben.

    De hokbevuiling bij deze gelten is een gevolg van condens op het betonnen plafond. Die wordt waarschijnlijk veroorzaakt doordat maar 4 van de 10 afdelingen bezet zijn.

  • Voorin een van de twee stallen zit de brijvoerkeuken, met daarachter de behandelingstanks voor het spuiwater. Het brijvoer gaat via een restloze Weda-installatie naar de dieren. Er is een mengtank en een kleine resttank. Houbensteyn heeft een centrale mengkeuken voor alle bedrijven. Eens per drie dagen wordt een brijmengsel naar het zeugenbedrijf gebracht. Dat wordt daar afgemengd met twee droge kernvoeders en naar de zeugen en opfokzeugen gestuurd. Er zijn daardoor geen investeringen in opslagtanks voor bijproducten nodig.

  • Het spuiwater van de biologische luchtwassers stroomt in een 100 kuub groot bassin, waardoor het belucht wordt. In dit beluchtingsbassing hangen buizen aan de kabels. Daardoor stroomt water, dat enkele graden verwarmd wordt door het warme spuiwater. Via een warmtepomp wordt dit verwarmde water gebruikt voor verwarming van de stallen. Er is een cv-ketel voor calamiteiten aangebracht, maar die heeft niet voldoende capaciteit om het hele bedrijf langdurig te verwarmen.

  • Er wordt wat spuiwater verneveld op het gevormde schuim. Dat houdt de schuimvorming binnen de perken.
    Het spuiwater komt binnen op ongeveer 18 graden. Het gaat met 15-16 graden naar de twee denitrificatietanks naast beluchtingsbassin.

  • Door de beluchting wordt ammonium omgezet in nitraat. In de denitrificatietanks wordt nitraat omgezet in stikstofgas, het hoofdbestanddeel van de atmosfeer. In deze tanks vindt ook bezinking plaats. Het schone water gaat opnieuw de luchtwasser in. Daarnaast ontstaat ongeveer 50 kuub slib per twee maanden.

  • De 1.700 zeugen zitten in een stal van 80 x 60 meter. Dat is niet eens zo heel groot, wat te zien is als je boven de stallen tussen de twee luchtwassers staat. Elke stal heeft zijn eigen luchtwasser.

  • Tot slot de binnenkant van de biologische luchtwasser: de pakketten worden continu besproeid. Via een camera (niet op de foto) is op afstand de werking te controleren.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.