Home

Foto & video 2910 x bekeken 4 reacties

Ploegen met een oude Cat

Kees Heyboer haalde tijdens het mooie weer afgelopen herfst zijn Caterpillar D4 uit 1968 met vierschaar rondgaande Rumptstad-ploeg tevoorschijn.

Foto

  • Kees Heyboer haalde tijdens het mooie weer afgelopen herfst zijn Caterpillar D4 uit 1968 met vierschaar rondgaande Rumptstad-ploeg tevoorschijn. Met de Cat ploegde hij een deel van de 70 procent zware grond om op zijn akkerbouwbedrijf in Ter Aar (Z.-H.).



    Foto’s: Michel Zoeter, tekst: Martin Smits

  • Ploegen met een rupstrekker betekent bovenover rijden. Gps moest in 1968 nog worden uitgevonden, laat staan dat iemand zou hebben geweten wat dat betekent. Netjes ploegen betekent dat je er als chauffeur de hele dag druk mee bent om recht te rijden en correct aan te sluiten.

  • Sturen doe je met stuurkoppelingen. Dat gaat met hendels. Een links, een rechts. Eigenlijk schakel je dan aan een kant de aandrijving uit, waardoor de trekker zich op één rups om zijn as draait.

  • De Caterpillar D4 is lange tijd in productie geweest en heeft door de jaren heen diverse wijzigingen ondergaan. De Cat van Heyboer is een D4D ‘Special Application’. In Nederland noemen we dat een landbouwuitvoering. De meeste machines werden als bulldozer geleverd. Echter, zeker in de jaren zestig van de vorige eeuw was Caterpillar in bepaalde delen van de wereld nog een veel verkochte trekker. Bijvoorbeeld in de VS, in Californië, in de graangebieden in de ‘Palouse area’, in het grensgebied van Washington en Idaho, maar ook in het Fenland-gebied in Engeland.

  • Behalve het sturen werkt eigenlijk alles zoals bij een ‘normale’ trekker. Deze trekker heeft vijf versnellingen. Gebruikers konden destijds kiezen uit drie typen versnellingsbak. Ploegen doet Heyboer in de tweede versnelling. Dan rijdt de trekker volgens het boekje 5 kilometer per uur. In de eerste versnelling gaat het met 3 kilometer per uur.

  • Caterpillar is zo Amerikaans als het maar kan. ’s Werelds grootste leverancier van rupstrekkers en wegenbouwmachines heeft echter al jarenlang fabrieken over de hele wereld. Deze D4 is niet in Peoria (Illinois, VS) maar in Grenoble (Fr.) gefabriceerd. De motor en transmissie zijn overigens puur Amerikaans. De tank is goed voor 208 liter. Daar kan de 55 kW (75 pk) sterke viercilinder een lange dag mee volmaken. Voor de ploeg, met de brandstofpomp helemaal open en naar schatting daardoor een 62,5 kW (85 pk) motorvermogen, verbruikt de motor ongeveer 16 tot 17 liter per uur. In acht uur tijd wordt dan zo’n 5 hectare geploegd.

  • Comfort is een relatief begrip op een Caterpillar uit 1968. De grote zitting met de tank achter de rug was lange tijd typerend voor veel Caterpillar-rupstrekkers. Wie een cabine wenste, bouwde die meestal zelf. Fabriekscabines bestonden toen nog niet.

  • Caterpillar stond en staat synoniem voor kwaliteit, zeker wat de rupstrekkers betreft. De motoren hebben een karakteristiek geluid. Als ze in toeren gaan zakken, blijven ze doorgaan. Deze Cat is uitgerust met een elektrische startmotor, maar lange tijd was ook een benzine-startmotor leverbaar. Vooral in de winter, als het vriest, was dat een ideale manier om de motor te starten. Eerst met het benzinemotortje de boel opwarmen, en power zat om de motor goed rond te laten draaien.

  • De diameter van het voorste loopwiel is een van de kenmerken waaraan de specialisten de landbouwuitvoering herkennen. Bij een bulldozer is dat een wiel met een wat grotere diameter.

  • Het elektrisch schema staat degelijk op het plaatwerk rechts naast de stoel afgebeeld. Ook onmiskenbaar Amerikaans. Caterpillar ging er vanuit dat de gebruiker ook zelf zijn trekker kon onderhouden. Met de vrij eenvoudige rechttoe, rechtaan techniek was dat toen ook nog te doen.

  • De tijd van de plastic dashboards was nog ver te zoeken. Ook hier weer eenvoud, degelijkheid en uitgebreide, duidelijke instructies die 40 jaar later nog leesbaar zijn.

  • Op enig moment waren ook hydraulische hefinrichtingen leverbaar, maar deze trekker is nog uit de tijd dat een getrokken ploeg achter een rupstrekker vanzelfsprekend was. De ploeg is van Nederlands fabricaat. Rumptstad maakte omstreeks 1970 nog verschillende getrokken ploegen, speciaal voor rupstrekkers. Die waren toen in Nederland al uitzondering maar op diverse grote akkerbouwbedrijven op de zware grond toch nog steeds in gebruik.

  • De ploeg staat op wielen en wordt met de hydrauliek van de trekker in en uit het werk geheven. Een draadspindel bepaalt hoe ver het wiel heft en hoe diep er wordt geploegd.

  • Het is net boetseerklei daar rond Ter Aar. Toch weet het Rumpstad-rister uit 1970 de taaie klei nog behoorlijk te keren. De afdrukken van de strijkers aan de risters zijn goed te zien.

  • Je zou denken dat er op zulke vers geploegde grond nooit meer iets kan groeien. Na de inwerking van droogte en hopelijk nog een aantal keren vorst verandert dat in het voorjaar toch weer in een mooi zaaibed waarop het gewas best wil groeien.

  • Op deze plek is in de bodem van de open voor nog de afdruk te zien van de nokken van de wieltrekker waarmee vorig jaar is geploegd. Dat zegt dus genoeg over wat een zware trekker doet met de ondergrond als je door de voor rijdt.

  • Kees Heyboer heeft inmiddels het bedrijf aan zijn zoon Kees jr. overgedaan, maar heeft nog altijd aardigheid in het werk. De Heyboers beleven ook plezier aan trekkers en machines. Ploegen met de Caterpillar op het 60 hectare grote bedrijf is een mooiweerklus, maar de machine werkt nog steeds heel goed. Het brandstofverbruik is niet hoger dan bij een moderne trekker en het resultaat van het werk is zelfs nog iets beter.

  • Voor het minder mooie weer en het grotere werk staat onder meer een John Deere 7700 met vierschaar Kverneland-ploeg gereed. Deze is comfortabeler maar niet per se mooier om mee te werken, vindt Heyboer. Hij tekent daarbij aan dat het ook met zo’n moderne combinatie nog niet meevalt om goed ploegwerk te maken. Het 1.500 kilo zware frontgewicht lijkt heel wat, maar is soms nog te weinig om het vermogen goed aan de grond te krijgen. Daarmee heeft de 75 pk D4 uit 1968 veel minder moeite.

  • Enige voorkeur voor Amerikaans materiaal en aardigheid in trekkers kan vader en zoon Heyboer niet ontzegd worden. John Deere is al jarenlang het huismerk. Toen de D4 in 1968 nieuw op het bedrijf kwam, werkte die aanvankelijk ook met een getrokken John Deere-ploeg.


Laatste reacties

  • no-profile-image

    woutjan

    mooie reportage de laaste 3 foto ook heel mooi met de dikke johndeere s groeten een jd fan

  • no-profile-image

    ed bakker

    Mooie reportage met veel plezier gelezen Ik heb zelf vroeger vaak met D4D gewerkt met dd bak (direct drive dus schakelbak)en de powershift zeker voor die tijd geweldige machines met een ongelooflijk lange levensduur in Caterpillar termen is 1968 niet echt oud hier lopen nog zat D8H voor drainage ploeg en die zijn toch ook uit die jaren
    Ik heb op m'n bureau nog altijd een model D4D en D9G

  • no-profile-image

    bluepower

    Van de kwaliteit van die dikke Cat kunnen ze bij JD alleen maar van dromen.... Maar hele mooie reportage, had een filmpje bij gemoeten voor het geluid.

  • no-profile-image

    ed bakker

    ter informatie aan Woudjan en bleupower toen in de 80er jaren Caterpillar bekend maakte zich weer in de landbouw te wiilen begeven en eerste rupstrekkers op rubber werden ontwikkeld door cat zelf bleken die na TIENDUIZEND draaiuren bij complete demontage bij wijze van test alles wat in de olie draaide nog binnen de tolerantie van nieuw te zijn toen later cat aangaf de trekkers door Versatile te laten maken ging er bij de rooie en groene een zucht van verlichting op

Of registreer je om te kunnen reageren.