Home

Foto & video 1591 x bekeken

Van geboorte tot slacht bij elkaar

Emil Cornelissen in Rijkevoort halveerde op zijn bedrijf met 3.000 zeugen het antibioticagebruik door netjes te werken.

Foto

  • Emil Cornelissen (42) heeft samen met zijn broer 3.000 zeugen en 20.000 vleesvarkens op verschillende locaties en 100 hectare akkerbouw. Momenteel werkt Cornelissen aan een uitbreiding naar 4.000 zeugen. De varkenshouder woont in Rijkevoort (N.-Br.).




    Foto's: Bart Nijs en Guus ten Hove, tekst: Guus ten Hove

  • De laatste jaren richt Cornelissen zich op het terugdringen van antibiotica. Dat doet hij onder meer door de tomen biggen zo veel mogelijk bij elkaar te houden. Nagenoeg alle biggen blijven van geboorte tot slacht bij elkaar.

  • Een deel van de biggen gaat via de thuislocatie als speenbig naar één van de vleesvarkensbedrijven. Op één van die bedrijven heeft Cornelissen tevens de mogelijkheid om biggen op te fokken. Om de dieren zo veel mogelijk bij elkaar te houden, krijgt elke toom een aparte kleur. De toom biggen wordt aangevuld tot 15 dieren. Al deze biggen krijgen dezelfde kleur.

  • Vervolgens worden vier groepen van 15 biggen de vrachtwagen opgedreven. Per compartiment is er plaats voor 60 dieren.

  • Een bont gezelschap…

  • De varkenshouder heeft een eigen vrachtwagen voor het vervoer van de biggen. Deze vrachtwagen gebruikt hij nooit voor slachtvarkens. Zo voorkomt hij kruisbesmettingen.

  • Even later worden de biggen uitgeladen op het biggen- en vleesvarkensbedrijf. Door een knip te maken tussen de zeugen- en de biggenopfok is de besmettingsdruk op het bedrijf flink gedaald. Daardoor hoeft Cornelissen veel minder vaccins in te zetten.

  • De 60 biggen lopen gezamenlijk hun nieuwe onderkomen in.

  • De biggen zijn een kruising tussen Topigs 20 en Deense Duroc. De varkenshouder is bezig helemaal over te schakelen op Deense genetica.

  • Dan begint het uitzoeken. De medewerkers sorteren de biggen op kleur. Op deze manier hebben de meeste biggen dezelfde hokgenoten als in het kraamhok. Eventueel aanwezige kiemen worden zo minder snel verspreid. Ook vechten de biggen minder.
    Cornelissen denkt er over na om de biggen per toom in een krat te vervoeren. Daardoor is het besmettingsrisico nog verder te beperken.

  • De biggen zitten met 15 dieren bij elkaar. Eventuele uitgevallen dieren worden niet aangevuld. Die stelregel hanteert Cornelissen tot aan het eind van het mesttraject.

  • Dat het gezondheidsbeleid aanslaat, bewijst de dierenartsrekening. Deze is gezakt van €130 naar €60 per zeug op twee locaties. De varkenshouder vaccineert minder en hoeft minder antibiotica te gebruiken. Het werken met een meerwekensysteem op twee van de drie locaties heeft ook daaraan bijgedragen.

  • Daarnaast schenkt Cornelissen veel aandacht aan de algemene bedrijfshygiëne. Zo worden alle materialen na gebruik in een vaatwasser schoongemaakt.

  • In de emmer voor nageboortes en dode biggen zit altijd een plastic zak. Kadavers zijn een groot besmettingsrisico. Schoon en netjes werken is zeker hier heel belangrijk.

  • Uiteindelijk moet de gezondheidsaanpak zich vooral terugbetalen in de vleesvarkensstal. De gezondere biggen moeten daar voor lagere medicijnkosten en betere resultaten zorgen. Die effecten beginnen Emil en zijn broer Arno langzaam te zien. Zo heeft het tweetal het antibioticagebruik gehalveerd. De gezondheidskosten liggen nu op €3 per vleesvarken. Een paar jaar geleden was dat nog €6 per vleesvarken. Op deze manier besparen de broers jaarlijks veel geld. Lees meer over het bedrijf van Emil en Arno Cornelissen in Boerderij nr. 30 van 27 april.

Of registreer je om te kunnen reageren.