Home

Foto & video 2286 x bekeken

Kunstmest: korrel versus strooier

Bij grote strooibreedtes neemt de kans op een slechtere verdeling van de korrels toe. Telers leggen de schuld van een slechte verdeling van de kunstmest meestal bij de dure strooier.

Foto

  • Boerderij heeft een test georganiseerd om het verdelingseffect van kwalitatief goede, matige en slechte kunstmest te onderzoeken bij strooibreedtes van 24, 33 en 39 meter. Bij grote strooibreedtes neemt de kans op een slechtere verdeling van de korrels toe. Telers leggen de schuld van een slechte verdeling van de kunstmest meestal bij de dure strooier. Volgens de fabrikanten is echter slechte (of ongeschikte) kunstmest en ontmenging tijdens transport en overslag vaak de werkelijke oorzaak van de slechte verdeling.


    Tekst: Martijn Knuivers, foto's: Hans Prinsen

  • Strooierfabrikant Kverneland stelde een strooier en testlocatie beschikbaar. De test is uitgevoerd met de grootste strooier die Kverneland kan aanbieden, een Vicon Rotaflow RO-EDW-strooier. Dit type weegstrooier is geïntroduceerd in 2008 en is standaard Isobus uitgevoerd. De bakinhoud varieert van 1.500 tot 4.000 liter.

  • De test vond plaats in de Kverneland-strooierhal in Nieuw Vennep (N.-H.). Kverneland gebruikt de hal voor het fabriceren van strooitabellen voor haar strooiers. Doordat de test indoor plaatsvond, had wind geen invloed op het strooibeeld. De testhal beschikt over een geautomatiseerd weeganalysesysteem, waardoor snel een geijkte korrelverdeling kan worden gemeten.

  • Als kunstmest is KAS gebruikt. Vooraf bepaalde strooierdeskundige Arjan Wieringa van Kverneland met een fractiemeter de korrelgrootte van de drie partijen kunstmest.

  • Een fractiemeter is een klein plastic doosje, waarin de korrels uit een kunstmestmonster zich rangschikken naar korrelgrootte. Hiermee is ook snel het stofaandeel in de kunstmest te zien.

  • De kwalitatief goede KAS had een fractieverdeling van 0-15-80-5. Nul procent van de korrels was kleiner dan 2,2 millimeter, 15 procent van de korrels had een diameter tussen 2,2 en 3,3 millimeter, 80 procent een verdeling tussen 3,3 en 4,75 millimeter en 5 procent van de korrels was groter dan 4,75 millimeter. De kwalitatief matige kunstmest had een fractieverdeling van 10-30-60-0.

  • De kwalitatief slechte kunstmest had een fractieverdeling van 15-55-30-0.

  • De strooierdeskundige van Kverneland stelt de strooier in. Alle strooibeelden zijn met de strooierinstellingen voor kwalitatief goede kunstmest gemaakt. Zo is het effect van de fijnere fractionering goed te zien.

  • Strooierdeskundige Arjan Wieringa (links) en productmanager kunstmeststrooiers Jeroen van Turenhout van Kverneland bekijken het resultaat van de test op het beeldscherm van het geautomatiseerd weeg-analysesysteem. Conclusie: bij smalle werkbreedtes tot 24 meter wordt ook slechte kunstmest nog goed over het land verdeeld. Breed strooien kan alleen met kwalitatief goede, grove kunstmest. Een uitgebreid verslag met meetgrafieken staat in Boerderij nr. 26 van 30 maart.

  • Ontmenging van kunstmest verslechtert het strooibeeld. Ontmenging kan optreden als losse kunstmest wordt overgeslagen of getransporteerd. Grote korrels rollen dan opzij en kleine korrels zakken naar beneden. Dit verschijnsel treedt vooral op bij blends. In een blend verschillen de meststoffen vaak van grootte en vorm. Ontmenging is niet te voorkomen. Een perfect gemengde partij ontmengt direct weer bij het vullen van een bigbag of uitstorten in de kipper of kuip van de kunstmeststrooier. Wieringa demonstreert dit met een doorzichtig model van een kunstmestbak. Hij kipt een perfecte mix van grote groene korrels en kleine witte korrels in het model.

  • Te zien is dat de kleine korrels vooral naar het midden van de kuip stromen en de grote groene meer naar de zijkant.

  • Wanneer Wieringa de stop er uit trekt, stromen eerst de kleine korrels naar de uitvoeropening en pas later de grote groene korrels aan de zijkant.

Of registreer je om te kunnen reageren.