Home

Foto & video 1529 x bekeken 15 reacties

2.500 biggen en 80 blondjes

Pieter-Willem Hendriks boert op twee bedrijven in het Franse departement Cher. Op een kleine 300 hectare lopen 80 zoogkoeien. Daarnaast fokt hij jaarlijks 2.500 gelten op voor Hypor.

Foto

  • Dit zijn Pieter-Willem en Karine Hendriks. Pieter-Willem is geboren in de Peel (N.-Br.), waar zijn ouders een boerenbedrijf hadden met 35 hectare akkerbouw en een varkens-en Limousin-stierenmesterij. In 1992 emigreerde hij met zijn ouders naar Le Chatelet, departement de Cher, in Frankrijk. Hun dochtertje Emma is nu twee jaar oud. Binnenkort verwacht het gezin zijn tweede kindje.




    Foto's:Pieter-Willem Hendriks en Vera Wijnveen, tekst: Vera Wijnveen

  • Pieter-Willem studeerde in Dijon voor ing. Agronoom, vergelijkbaar met Wageningen. Omdat hij vond dat hij wat koeien betreft alles van zijn vader kon leren, volgde hij de richting landbouw. Karine is een Française en volgde dezelfde opleiding. Tot voor kort werkte ze bij de Franse Boerenleenbank. Momenteel geeft zij les aan de landbouwschool.

  • Op het bedrijf in Le Chatelet bevindt zich de varkenstak. Er is 90 hectare akkerbouw en een vergunning voor 1.000 varkens. De varkenstak komt verderop in de reportage aan bod.

  • De ouders van Hendriks kochten in 1998 op een kwartier rijden van Le Chatelet het kasteel Drulon. Links zie je de boerderij waar Blondes d’Aquitaine worden gehouden. Er is 204 hectare met onder meer 40 hectare akkerbouw, een meer van 20 hectare en 20 hectare bos.

  • Om je in Frankrijk officieel ‘jonge boer’ te mogen noemen, en om in aanmerking te komen voor gesubsidieerde leningen en speciale financiële hulp, moet je een zogeheten ‘installatie’ doormaken. Een ‘jeune agriculteur’ (jonge boer) moet een diploma hebben van het voortgezet onderwijs, zes maanden stage hebben gelopen buiten het ouderlijk bedrijf en 40 uur cursus hebben gevolgd. Hendriks kreeg vrijstelling voor deze stage, omdat hij tijdens zijn opleiding als agrarisch ingenieur een aantal stages had gelopen

  • Zo was hij zes weken op de Nederlandse ambassade in Parijs en deed daar voor het bureau LNV een studie over ‘het installeren van jonge boeren in Frankrijk’. Hij ging drie maanden naar Canada voor een cowboy-stage, en negen maanden naar Csiro in Australië. Dit is één van de grootste onderzoeksbureaus ter wereld. Hij deed daar onderzoek naar hoe bestand tarwe is tegen droogte.

  • In 2006 werd hij officieel geïnstalleerd als boer. Niet alleen een stage, ook het uitbreiden van het bedrijf is een vereist onderdeel. Hendriks zette een nieuwe potstal, en breidde het aantal koeien uit van 40 naar 80.

  • De potstal is 68 meter lang en 14 meter breed. De palen zijn van eiken uit de streek, de rest is dennenhout uit de Jura. “De stal is in redelijk korte tijd gebouwd tussen eind 2006 en begin 2007. De uren die ik er zelf in gestoken heb, zijn het denkwerk en het ophangen van de hekken. De rest is allemaal gedaan door lokale aannemers”, aldus Hendriks.

  • Er kunnen 84 koeien met hun kalf aan het hek. De kosten bedroegen ongeveer €125.000 en afgerond komt dat neer op €1.500 per koeplaats. Op het totale bedrag is 33 procent subsidie ontvangen.

  • De achterzijde van de potstal.

  • De kalveren worden op een leeftijd van zes à acht maanden gespeend.

  • Wat niet aangehouden wordt voor de eigen opfok, gaat naar de veemarkt of naar een Italiaanse veehandelaar.

  • Wanneer je de echte fijnproever vraagt naar zijn voorkeur wat betreft het vlees van de Blonde d’Aquitaine, Limousin en Charolais, zal deze uitgaan naar de eerste. Het Blonde-vlees is net iets malser dan dat van de Limousin. En er is iets meer vlees. De Charolais komt dan op de derde plaats.

  • Wat Hendriks betreft heeft de Blonde veruit zijn voorkeur. Belangrijke reden is het afkalfgemak. Hij hoeft praktisch nooit in te grijpen. Hij schat het aantal koeien dat hulp nodig heeft op 5 procent. Het gaat dan om gevallen dat het te gemakkelijk gaat; de baarmoeder komt mee naar buiten.

  • Sinds kort worden ossen, en koeien die niet langer als zoogkoe bruikbaar zijn, afgemest. Er is een slachthuis 15 kilometer verderop. Hendriks krijgt diverse soorten vleespakketten terug, die hij zelf afzet. Deze nieuwe activiteit loopt goed en zal uitgebreid worden.

  • Het lijkt alsof de koeien stro eten, maar het is méteil, dat veel proteïne bevat. Door de zoetige smaak zijn de koeien er dol op. Méteil kan het beste worden omschreven als een menggewas. Het is een verzamelnaam voor een veevoeder waarvan de samenstelling van boer tot boer varieert. In Nederland was het vroeger bekend onder de naam ‘mastelein’ (mengkoren).

  • Hendriks: “Tijdens mijn stage in Canada kwam ik er mee in aanraking. De afgelopen jaren heb ik verschillende dingen geprobeerd en momenteel bestaat mijn recept uit triticale, haver, wikke en twee typen erwt. Ik zaai 180 kilo per hectare en het wordt gemaaid als het ‘deegrijp’ is. Dan zijn de korrels en erwten gevormd, maar nog niet hard. In deze streek is dat zo rond midden mei”.

  • Het wordt ongedroogd geperst en gewikkeld in ronde pakken. Deze mogen niet te groot worden, want de balen worden lood- en loodzwaar. Ook moeten de balen in de machine passen, die in dit filmpje te zien is. Dit inwikkelen is een continu-systeem; het levert een lange slurf van plastic op. Er zijn ook wel boeren die individueel wikkelen.

  • De cyclus is als volgt: midden mei vindt de oogst van de méteil plaats. Twee weken later wordt de sorghum gezaaid die midden/eind september de kuil in gaat. Eind oktober wordt de méteil weer gezaaid. Er zijn dus twee oogsten per jaar. Hendriks is enthousiast en ook collega-boeren in de buurt zijn overstag gegaan. Niet alleen omdat de koeien er zo dol op zijn. Ander voordeel is het uitsparen van kunstmest, doordat de erwt veel stikstof produceert. Op de foto: een ree in de sorghum.

  • Hendriks: “Behalve de 80 Blondies zie ik jaarlijks 2.500 biggen arriveren. Van 8 tot 22 à 25 kilo worden ze in de verbouwde koestal op stro gehouden, daarna gaan ze op roosters tot ze 110 kilo zijn. Iedere drie weken komt er een groep van 160-180 biggen die 23 weken blijven. Daarna is er één week om te reinigen, voordat de nieuwe groep komt. Er zijn 1.006 mestplaatsen op rooster, en 360 biggenplaatsen.”

  • Hendriks: “De varkenstak van mijn bedrijf run ik onder een contract met Hypor France, onderdeel van Hendriks Genetica Boxmeer. De zeugen worden gebruikt als genetisch fokmateriaal. Dit houdt in dat ik een standaardprijs krijg per zeug, afhankelijk van of deze goed- of afgekeurd is voor de fok. Ik betaal niet voor deze biggen, ook niet voor het voer of de veearts. Ik betaal alleen de elektriciteits- en waterkosten. Deze manier van werken wordt in Frankrijk ‘intégration’ genoemd.”

  • Wanneer de zeugen rond de 90 à 100 kilo wegen, komt de ‘testeur’. Die test de dieren op de algemene groei en fokgeschiktheid (aantal spenen en vulva). Ook worden de biggen gewogen.

  • Een goedgekeurde fokzeug krijgt een tag door het oor geschoten.

  • De zeugen worden afgemest tot 110 kilo en dan vertrekken ze naar Hypor France of de slachterij. Een goedgekeurd varken levert €21,65 op en een slachtvarken €16,15. Geen denderende prijs, vindt Hendriks, maar op het moment toch altijd beter dan die voor collega’s die zelf hun biggen aankopen, ze voeren en laten slachten. De prijs per kilo ligt dichter bij de Nederlandse prijs dan bij de Duitse prijzen. Maar Frankrijk heeft te maken met een hogere voederprijs dan Nederland. Veel varkensboeren hebben het dan ook heel erg moeilijk op het moment.

  • De stal is erg schoon en vrij van infecties, en dus interessant voor een ‘intégrateur’. Het contract met de huidige ‘intégrateur’ loopt volgend jaar af, maar de zoektocht naar andere bedrijven heeft al een paar interessante contacten opgeleverd. De biggen krijgen eerst droogvoer te vreten tot ze zo'n 25 kilo wegen. Dan gaan ze naar de meststal op roosters, waar ze soep krijgen (mengsel van granen gemengd met water).

  • Hendriks vindt alle takken van zijn bedrijf wel iets aantrekkelijks hebben. Het contact met koeien duurt natuurlijk wel veel langer dan die met de varkens. Een goede koe laat je toch wel minimaal acht keer kalven en dan is zo'n koe al weer 11 jaar oud. Sommige koeien op zijn bedrijf worden wel 16 jaar.

  • Voor de fokkerij worden twee stieren ingezet. Cartouche wordt gebruikt om diepte te krijgen. Hij is een stamboekstier en een zoon van Orion, een kampioen van het ras. Cartouche en Dagobert, de andere stier die gebruikt wordt, komen beide van fokkerij EARL Boussard in de Bourgogne. Een stier wordt vier à vijf jaar door Hendriks ingezet, om het risico op inteelt zo klein mogelijk te houden. Daarna mag de stier naar een volgend bedrijf.

  • Stier Dagobert is een zoon van Rubio, eveneens een kampioen, en hij zorgt voor het inbrengen van de breedte. Hendriks: “Ik koop om twee redenen stamboekstieren. Het vergemakkelijkt de verkoop van de stier, wanneer zijn carrière bij mij erop zit. En het is de gemakkelijkste manier om de genetische waarde van de kudde op te schroeven. Daarmee stijgt ook de prijs van mijn afzet die momenteel naar Italië vertrekt… wie weet, op een dag naar Nederland!”

  • De boerderij ligt aan de rand van een semi-continentaal klimaat: warme en droge zomers, en in juli en september kan het hevig onweren. De koeien maken dankbaar gebruik van het meer dat bij de weides ligt.

  • De herfst en het begin van de winter zijn meestal nat. Eind januari en begin februari kan het hard vriezen. Hendriks: “Ik heb nieuwe schaatsen gekocht en als echte Nederlanders gaan mijn vader en ik het ijs op zodra het draagt. Mensen op natuurijs zie je hier niet en men gelooft vaak niet dat het kan. De Fransen kijken hun ogen uit! Als we op het grote meer langs de weg schaatsen, remmen er af en toe auto’s af om te kijken of alles wel oké is.

  • Een echt Frans plaatje: een veld met zonnebloemen. Maar die donkere luchten kennen we in Nederland ook wel!

  • Zijn spaarzame vrije tijd besteedt Hendriks aan de lokale GDS (de departementale GDS). Ook is hij mede-oprichter van een gloednieuwe regionale samenwerking met andere GDS’en (vergelijkbaar met de Nederlandse GD). Hij gelooft sterk in deze manier van werken en spendeert er veel tijd aan. Zo ging hij eind november naar Parijs om te vergaderen over de oprichting van een gemeenschappelijke kas, die boeren kan steunen wanneer er weer schade is bij de uitbraak van dierziektes.

  • Hendriks: “Als we elkaar kunnen helpen om door moeilijke tijden heen te komen of om te kunnen zorgen dat dit soort tijden zo min mogelijk aanbreken, vind ik dat fantastisch en zeker de moeite waard om wat later naar bed te gaan. Je komt ook in contact met andere boeren en verenigingen. Deze zomer gingen we naar Nederland en in het kader van de Q-koortscrisis bezochten we de GD en de ZLTO. Dit bezoek heeft enorm mijn manier van denken en werken verrijkt.” (op de foto: de onmisbare Manitou).

  • In de blog over de ouders van Hendriks staat dat de GDS ook ingeschakeld werd bij een kudde verwaarloosde koeien, die afgelopen zomer herhaaldelijk uitbraken. Hoe is het met de koeien afgelopen? Hendriks: “Het verhaal heeft inderdaad een juridisch staartje gekregen. De koeien zijn ondertussen verkocht. In dit geval ging het meer om het louter verwaarlozen van de dieren en de omheiningen, dan om een echt voedertekort. Op zich speelt dit laatste wel; door de langdurige droogte van de afgelopen zomer zijn de hooiprijzen de pan uitgerezen. Op dit moment betaalt men €220 voor een ton! Normaal liggen deze prijzen onder de €100 per ton!”

  • Naast de GDS is Hendriks ook atletiektrainer en traint hij twee avonden per week de plaatselijke jeugd. Op de foto is de laatste stokdrager van het St. Blaise-feest te zien. Hendriks: “St. Blaise is de heilige patroon van de boeren, en ik zit in de organisatie. Alle boeren uit de streek, maar ook de dorpsbewoners, komen bij elkaar. De dag begint met een kerkdienst waar ik niet naar toe ga… Daarna is er een ellenlange maaltijd en als afsluiting het bal. Ieder jaar wordt er een nieuwe stokdrager aangewezen, die de heilige patroon een jaar bij hem in huis heeft. Ik vind het leuk om deze folklore in stand te houden”.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    wim

    hoi je heb een mooie potstal echt en de biggen eerst in stro is heel goed ik had vroeger ook wat varkens in stro ik had nooit geen problemen met poten of zo waren nooit ziek en ze groeide als kool ik maakte ze toch wel 180 kg zwaar dan naar ze naar italie voor de parma ham ik wens jullie heel veel geluk met jullie bedrijf en gezin vele grt wim nog een fijne nieuwjaar 2011

  • no-profile-image

    arie

    Prachtig....Prachtig heb met volle teugen genoten van deze reportage.Laat zien hoe in Europa nog mooi geboerd kan worden..Proficiat voor de familie Hendriks

  • no-profile-image

    Sjaak Mocking

    Dag Vera. Mooi reportage en goed weergegeven. Een pracht van een plaatje met dat zonnebloemenveld.
    Maar even een vraagje over de reportage. In je stuk vermeld je ergens dat voor de jongenboerenregeling om het zo maar eens uit te drukken, er ook een uitbreiding vereist is. Waarom is dat en wat zit hier achter. Dat een jonge boer direct een goede strop om zijn nek heeft? Kan je hier wat meer uitleg over geven? Groet en een fijne jaarwisseling.

  • no-profile-image

    Vera

    Hey Sjaak, ik heb je vraag voorgelegd aan Pieter-Willem en het antwoord is zo uitgebreid dat ik er in een andere reportage op terug kom (het is allemaal nogal complex). Voor nu een kort antwoord: de uitbreiding hoeft niet persé een nieuwe stal te zijn. Aankoop van vee, of nieuw materieel zijn ook toegestaan. Het gaat om subsidie die aan de jonge boer verstrekt wordt, en men wil wel dat die gebruikt wordt. Groet

  • no-profile-image

    Maaike

    Hoi Vera!
    Zou je in je volgende reportage ook iets meer kunnen vertellen over de opleiding in Dijon? Wij hebben nu voor het derde jaar een stagiair(e) van die school (Heet tegenwoordig Agrosup) en ik kan er met de beste wil van de wereld geen beeld van krijgen: de opleiding duurt drie jaar, waarvan praktijkstage op de boerderij van 3x2weken, een paar maanden stage in het buitenland en een stage in een bedrijf. De dames en heren komen ons ook vertellen dat het vergelijkbaar is met een universiteit. Waar zie ik iets wetenschappelijks over het hoofd?
    Niet dat ik vraagtekens heb bij de intelligentie van meneer Hendriks hoor! Maar meer dat het Nederlandse schoolsysteem/academisch onderwijs voor alle lezers wel duidelijk is, maar het Franse niet, en dan vooral het agrarisch onderwijs in Frankrijk niet...... (we krijgen nu ook een stagiaire van een 'maison familiale'; die jongen wordt opgeleid voor machine onderhoud en moet hier verplicht ook 6 maanden stage op een boerderij lopen....... wat heeft een koe met een machine te maken?)
    Ik zie uit naar je volgende reportage!
    PS: en als anderen antwoord hebben op mijn vraag; ik ben benieuwd!

  • no-profile-image

    Maaike

    Sorry, die jongen moet 6 WEKEN stage komen lopen.....

  • no-profile-image

    Pieter HENDRIKS

    De Opleiding van Dijon is een agrarisch ingenieur niveau dat wil zeggen een Bac +5.
    Voor het geval dat nog niks zegt is het te vergelijken met een master.
    Wat mij betreft heb ik eerst twee jaar aan de universiteit van Tours biologie gestudeerd waarna ik de toegangs examen C heb afgelgd (die voor de universitaire branche). Er zijn nog twee anderen toegangs examens een voor de mensen die de "prépa" hebben gedaan en een voor de mensen die van een BTS afkomen. Naarvenant je classement in dit nationaal toegangs examen heb je meer of minder keuzen in de school waar je naar toe gaat.
    Vervolgens heb je drie jaar les waarin ook nog verschillende stages worden verwerkt.
    In het eerste jaar is er een stage van 3*2 weken normaal gezien op een agrarisch bedrijf om in contact te komen met het boeren. De boerenkinderen kunnen eventueel voor een andere stage kiezen, in mijn geval was dat op de ambassade van NL te Parijs bij het LNV bureau (heel interessant en heel vriendelijke mensen!!!) daarna vergaat de eerste zomer vakantie aan een verplichte stage in het buitenland minimum 6 weken. Ik koos voor Canada. tijdens deze stage krijgen we twee raport opdrachten een technisch en een andere met een thema over het land waar we stage lopen.
    De théoritische en technische opleiding in het eerste en tweede jaar is zeer uitgebreid, we krijgen les in landbouw veeteelt maar ook sociologie, communicatie, scheikunde, natuurkunde, wiskunde. engels is verplicht (we krijgen niet ons diploma als we niet aan een minimum score van de TOIC test voldoen) etc.
    In het tweede jaar is er een week stage waarin we een ingenieur volgen in zijn werk. De zomervakantie vergaat weer aan een stage bij een bedrijf of onderzoeks bureau met een stage rapport. In mijn geval koos ik voor CSIRO in Australie en begon mijn studie over droogte-tolerantere tarwe
    Het derde jaar van de ENESAD opleiding is er voor de specialisatie. Je kiest dan een tak van de opleiding : natuurbeleid; sociologie, landbouw, machinisme, of veeteelt. Het jaar is kort, 7 maanden school. Maar wordt meteen gevolg door een stage van minimum 6 maanden die moet worden gebruikt om een thesis te maken. Mijn werk in Australië was goed genoeg omdat ze mij terug wilden hebben. Ik ben dus terug naar Australië gegaan en heb daar mijn onderzoek rond de tarwe verder gezet. Tijdens deze stage moeten we dus onze thesis schrijven en eenmaal terug in september of october moeten we deze verdedigen voor een jury van professionals en leraren. Het punt dat we hier voor krijgen telt voor een groot deel in het feit dat we slagen of niet.
    Om over te gaan van een jaar naar het anderen moeten we een minimum gemiddelde van 12/20 hebben.
    De dames en heren die je komen vertellen dat het te vergelijken is met wageningen hebben dus gelijk!!!
    Met er dan nog bij te zegen dat drie jaar studie ook echt drie jaar zij want we hebben weinig of geen vakanties die niet worden gebruikt om een stage te volgen.

  • no-profile-image

    Maaike

    Hoi Pieter!
    Dank voor je uitgebreide beschrijving! Ja, als je de titel 'master' krijgt, is het een academische studie. Maar omdat wij dus alleen de eerste jaars op het bedrijf krijgen, kunnen zij ons niet een duidelijk beeld geven van de opleiding, simpelweg omdat ze nog maar net begonnen zijn en zijzelf dus ook geen beeld hebben!
    Maar een pittige opleiding dus, zo zonder vakanties.
    Maar wat ik nog wel wil vragen: ik heb begrepen dat de studenten niet voor boer worden opgeleid. Als je bijvoorbeeld de richting veeteelt kiest, dan zou je bij een herdbook of bij interbev ofzo kunnen komen te werken? Je leert dan meer over alle aspecten om het vee heen dan bijvoorbeeld spijsvertering en geboorteproblematiek ofzo? (Zoals op de HAS)?
    Dit vraag ik omdat zowel school als de studenten ons geen duidelijkheid kunnen geven over wat er nou verwacht wordt van de stage: veel info over de "inwendige koe" of liever meer over regelgeving bijvoorbeeld? Wat is jouw idee hierover?
    Groet, Maaike

  • no-profile-image

    Vera

    @Maaike, het antwoord van Pieter Hendriks op je vraag: "Wat betreft de stage die de stagiaire bij jou gaat lopen, gaat het vooral over het ontdekken van het agrarisch werk, dus van stal uitmesten tot al het papierwerk. Als het aan mij lag liet ik hem gewoon meedraaien in het dagelijks werk met af en toe een tintje specifieke info over het bedrijf en over jouw ervaring met het boerenleven. Bovendien moeten de stagiaires een rapport maken en moeten ze er zelf (of krijgen ze) een thema vinden. Spoor hem of haar aan zoveel vragen te stellen als het maar kan. Mijn ervaring van klasgenoten is dat ze uit verlegenheid vaak info te kort komen bij het opmaken van het rapport. Goed foto's van de interessante punten laten maken en vooral niet alleen laten uitmesten, want dan hebben ze uiteindelijk maar een klein iets gezien van het boerenbedrijf!!! Ga ervan uit dat het stadskinderen zijn die nog nooit een boerderij hebben gezien en er later wel omheen cirkelen als "conseiller" maar misschien ook als "controleur". Het gaat erom dat dit soort mensen een klein begrip krijgt van het boerenleven".

  • no-profile-image

    Maaike

    Hoi Vera en Pieter, dank nogmaals. Ja we hebben dan zelf wel goed ingeschat wat de bedoeling is; ze draaien gewoon mee (oké, nachtelijke bevallingen mogen ze zelf kiezen of ze daar bij willen zijn maar voor de rest doen ze gewoon het werk dat moet gebeuren) Maar dat vragen stellen is en blijft een probleem; ik stimuleer ze volop maar ze moeten toch ècht hun eigen vragen formuleren hoor! Nou ja, fijn te weten dat we ze iets kunnen bieden. Heb wel begrepen dat collega's daar soms wat anders mee omgaan: twee weken lang afrasteringspaaltjes de grond in werken....... Tsja, het hoort bij het boerenbedrijf maar dan heb je wel een héél goedkope knecht! Moet wel lachen als we ze aan het einde van de eerste periode van 2 weken voor de grap vragen of ze het bedrijf nu alleen kunnen runnen, of wij op vakantie kunnen. En dat ze dan in volle overtuiging 'ja' zeggen! Haha, dan hebben wij ze niet duidelijk gemaakt hoe complex het boerenbedrijf is!

  • no-profile-image

    Pieter HENDRIKS

    @ Maaike,
    Geloof het of niet het gebeurt echt dat boeren van deze stage gebruik nemen om zelf een paar dagen op vakantie te gaan; Het overkwam mijn vrouw.... Ik hoop dat jouw stagiaire de moeite zal doen om uit bed te komen voor een nachtelijke bevalling. Het hoort erbij! Ik ben blij te lezen dat je hem of haar in iedergeval al niet als uiterst goedkoope knecht gebruikt. Wie weet komen ze later nog langs als controleur en Dan..... ;-)
    Veel succes met de stagiaire en zeg hem maar dat uit ervaring van een "ancien" hij of zij veel tekort komt als ze geen vragen stellen!!! de rapporten van mansen die zich echt hebben geinterseerd in het bedrijf zijn er zo uit te pikken!!
    Vriendelijke groeten en succes
    Pieter

  • no-profile-image

    Piet Slingerland

    Zeer mooie reportage!!!... Bovendien zeer leerzaam ook!!!... Goed verzorgt vee, mooie potstal en-zo-voort, het was gewoon om van te smullen!!!...

  • no-profile-image

    Jan Slangen

    ik zou graag in kontakt komen met Pieter - Willem Hendriks over meteil.

  • no-profile-image

    Jan van der Zee

    Mooie en informatieve reportage.
    Vooral het stuk over méteil interessant!
    Mooi te lezen over boer met visie en deze ook weet om te zetten in werkelijkheid!

    Beetsterzwaag, 8 mei 2011.

  • no-profile-image

    sam

    beste Pieter-Willem,
    Ik ben een jongen van 18 jaar en thuis een hebben we een aantal koeien (bwb) als hobbby en land om te bewerken. Dus ik heb wel een beetje ervaring in de landbouw. Nu is mijn vraag of u mensen kent in Frankrijk waar ik een week of meer kan werken op de boerderij tegen kost en inwoon. Mij intresses liggen dan ook vooral in vleesvee en akkerbouwbedrijven. Als je iemand kent zou je mij alstublieft iets laten weten. alvast heel erg bedankt! Sam D'heer

Laad alle reacties (11)

Of registreer je om te kunnen reageren.