Home

Foto & video 1086 x bekeken

Dorsmoment van korrelmais bepalen

Zo bepaal je het juiste dorsmoment van korrelmais. Tips van bedrijfsadviseur Jan van den Velden van Agerland.

Foto

  • Van den Velden bepaalt op het Agerland-demoveld in Meijel (L.) of de mais dorsrijp is. Bij te vroeg dorsen bevatten de korrels te veel vocht. Dit geeft hoge droogkosten. Bij te laat dorsen bestaat de kans op fusarium en stengelrot, waardoor de planten legeren bij harde wind.

    Foto’s: Michel Zoeter, tekst: Martijn Knuivers

  • Loop door de mais en sla met uw armen de maisstengels uiteen. Veert de mais terug, dan is het gewas nog vitaal en kan deze zonder veel risico nog op het land blijven staan. Valt de mais om of knikken de stengels, dan moet het gewas spoedig gedorst worden.
    Het knikken geeft een indruk van de stevigheid van een gewas. Fusarium en stengelrot kunnen de stengel verzwakken. Wordt het alsnog echt herfst en gaat het flink waaien, dan kan de mais plat gaan liggen, met als gevolg een slechte oogst.

  • Kijk ook door de rijen of u veel omgevallen planten ziet.

  • Pluk een kolf en ontbloot die door de schutbladeren te verwijderen.

  • Breek de kolf doormidden.

  • Bekijk de korrels. Is aan de onderkant een zwart puntje zichtbaar, dan is de kolf afgerijpt.

  • Pak bij voorkeur de kolven van de nog groene planten en niet die van overrijpe planten. Dan valt het vochtgehalte na het dorsen nooit tegen. Verzamel de kolven in een plastic zak. Dit voorkomt verdamping van vocht. Bepaal vervolgens het vochtgehalte met een vochtmeter of laat dit doen bij uw afnemer. Bepaal zo snel mogelijk na het plukken het vochtgehalte, dit geeft het betrouwbaarste beeld.

  • Laat door bladvlekkenziekte aangetaste mais niet te lang staan. Als de plant geen actief bladapparaat meer heeft, verdampen de bladeren geen vocht meer. Het actieve drogingsproces van de kolf is dan gestopt. De kolf rijpt dan vertraagd af.

  • Korrelmais is een echt akkerbouwgewas. Ten onrechte heerst onder veel telers dat bij de teelt van snij- en korrelmais weinig komt kijken. Ze kopen een topras en verwachten dan een topopbrengst. Zo werkt dat niet, stelt Van den Velden.
    De basis voor een geslaagde teelt is een goede bodem. Dat houdt dus in regelmatig (eens per 4 jaar) de grond bemonsteren en de pH bepalen. Is de pH te laag, bekalk de grond dan. Blgg houdt een pH van 5,3 aan, Agerland adviseert een iets hogere pH.
    Als de mais uitsluitend wordt bemest met dierlijke mest, komt de korrelmais nutriënten tekort. Met de huidige gebruiksnormen beschikt korrelmais over te weinig magnesium, kali en stikstof. Bijbemesten is dus nodig.

  • Maak voor de teelt een keuze: snijmais of korrelmais. Kies geen dubbeldoelras. Met een dubbeldoelras behaalt u bij beide nooit de topopbrengst.
    Een goed korrelmaisras heeft een hoge opbrengstpotentie, is stevig, weinig gevoelig voor fusarium en stengelrot en vroeg. Hoe later het ras, hoe hoger de opbrengstpotentie. Bedenk wel dat een laat ras zeer langzaam afrijpt. Daardoor neemt de kans toe op onvoldoende droge mais en legering.

Of registreer je om te kunnen reageren.