Home

Foto & video 1364 x bekeken

Grondstoffen beoordelen bij Cehave

Varkenshouders beoordeelden grondstoffen tijdens een workshop van Cehave Landbouwbelang. Beoordeel de grondstoffen zelf in deze fotoreportage.

Foto

  • Tijdens een workshop van Cehave geeft brijvoerspecialist John van Dommelen uitleg over de grondstoffen voor veevoer.

  • De te beoordelen monsters op elkaar gestapeld De varkenshouders moeten al deze monsters beoordelen. Ze weten niet welk monster welk product bevat.

  • De beoordeling gaat door de grondstoffen te ruiken...

  • En door te proeven.

  • Tapioca: Tapioca is een zetmeelrijke wortel van de cassaveplant met 60 tot 65 procent zetmeel. De wortels worden geschraapt en in de zon gedroogd. De voederwaarde van tapioca daalt als er veel zand in zit. Een hoog as-gehalte wil zeggen dat er veel zand in zit. Tapioca was jaren uit de gratie, maar met de huidige hoge graanprijzen is het weer in opkomst. De eerste schepen zijn besteld.

  • Tarweglutenvoermeel: Tarwegluten bevatten tot 800 gram ruw eiwit. Tarweglutenvoermeel bevat nog slechts 13-14% hiervan. Het eiwit is matig verteerbaar. Daarom wordt het niet verwerkt in voer voor jonge dieren.

  • Soja-44: Dit is sojaschroot. De soja 44 heeft een lager aandeel eiwit dan soja-50. De soja-44 bevat iets meer ruwe celstof en ruw vet en de verteringscoëfficient is iets lager doordat er wat meer sojahullen in zitten.

  • Soja-50: De Soja-50 bevat een hoger en iets beter verteerbaar aandeel eiwit. Het is wat lichter van kleur dan de soja 44. Soja-44 en soja-50 kunnen in de regel ruim ingezet worden in varkensvoeders. Sojabonen moeten beperkt ingezet worden bij vleesvarkens. Het spek wordt er namelijk zacht van en de vleeskwaliteit vermindert met ongeveer 5% afhankelijk van het aandeel sojabonen.

  • Geplette tarwe: Voor een goede vertering van de tarwe is het nodig deze te malen of pletten. Tarwe heeft een grote voederwaarde, maar weinig eiwit van een matige kwaliteit. Ook het mineralengehalte is laag met uitzondering van fosfor en kalium. Pas geoogste tarwe bevat enzymen die een voederstoornis kunnen veroorzaken. Daarom kunnen varkenshouders na de oogst beter wat minder tarwe verstrekken. Na enkele weken opslag worden de enzymen minder actief.

  • Triticale: Triticale is een naaktzadige, er zit dus geen vliesje omheen. Gerstepitten hebben wel een vlies. Triticale is een kruising tussen tarwe en rogge. De korrel is wat groenig ten opzichte van tarwe en wat grover van structuur.

  • Palmpitschroot: Het palmpitschroot ziet eruit als gemalen koffie. Zoals de naam zegt, zijn dit gemalen pitten. Daaruit is olie gewonnen. Om de pitten zit een harde steenschaal. Als er veel van deze schaal in de palmpitschroot terechtkomt, daalt de voederwaarde. Een verhoogd as-gehalte kan hierop duiden.

  • Raapkoek: Raapkoek is een restproduct van een koude persing van raapzaad. Het bevat meer olieresten dan raapschroot, vanwege een ander behandelingsproces. Het vetgehalte gaat tot 15% en de EW ligt op 1,20 terwijl dit bij schroten 0,70 à 0,75 is. Schroten kunnen antinutritionele factoren (ANF) bevatten die de vertering negatief beïnvloeden.

  • Gemalen erwten: In eerste instantie lijkt het maalsel op de foto niet op erwten vanwege de gele kleur. Voererwten zijn echter voornamelijk geel. Ze leveren naast eiwit ook energie en bevatten veel koolhydraten in de vorm van zetmeel. Eiwit van erwten is rijk aan lysine, maar arm aan methionine.

  • Chips: Door een hoog zetmeel- en vetgehalte is chips een energierijk product. Let wel op de kwaliteit ervan. Deze wisselt van zuivere chipsresten tot mengsels met andere restproducten uit de aardappelverwerking. Zuivere chips is in de regel een smakelijk product, maar let wel op het zoutgehalte in het eindmengsel.

  • Nadat de varkenshouders de grondstoffen hadden beoordeeld, volgde een rondleiding door de fabriek van Cehave. Hier werd het proces van de productie van het airline voer getoond.

  • De rondleiding werd verstoord vanwege verhoogd brandgevaar. De brandweer rukte uit voorzorg uit.

Marleen van Sleuwen

Of registreer je om te kunnen reageren.