1633 x bekeken

'Verzekeraar blijft in gebreke bij afhandeling schade na noodweer'

Frans Houbraken
Niet elke verzekeraar vergoedt de schade aan gebouwen door het noodweer in juni. Akkerbouwer Frans Houbraken vindt dat onterecht. Verzekeraars moeten hun verantwoordelijkheid nemen, vindt hij.

De schade aan verzekerde gebouwen die op 23 juni ontstaan is door een extreem noodweer, wordt door sommige verzekeraars niet vergoed wanneer de verzekeringsnemer op dat moment niet expliciet voor hagelschade verzekerd was. Wat was echter nu precies het referentiekader van de verzekeringnemers en de verzekeraars betreffende de hoedanigheid van ‘hagel’, vallend in Nederland en in haar extreemste vorm tot op dat moment?

Bijzondere weersomstandigheden

Als een verzekeraar het noodweer van 23 juni enkel ziet als ‘hagel’, brengt dat in feite met zich mee dat hij zich dus blijkbaar bewust is geweest van de mogelijkheid van een dergelijke weerssituatie en de daarmee samenhangende gevolgen voor zijn verzekeringnemers. In dat geval is het een ernstige nalatigheid en verzuim van de zorgplicht dat de verzekeraar zijn verzekeringsnemers in het verleden niet één of meerdere malen nadrukkelijk heeft gewezen op de grote financiële gevolgen van dergelijke omstandigheden. Want daardoor kan het voortbestaan van de onderneming of de huidige woonsituatie op losse schroeven komen te staan.

Het is echter aannemelijker dat ook de verzekeraars zich tot 23 juni niet bewust waren van de kans op een dergelijk bijzondere weersomstandigheid. Het is qua verzekeringskwesties dan ook onjuist, onredelijk en te kort door de bocht om de bijzondere weersomstandigheid te scharen onder het fenomeen hagel en de gevolgen daarvan bij de niet voor hagelschade gedekte verzekeringsnemer te leggen.

Hagelschade op het pluimveebedrijf van gebroeders Engelen in Someren, Noord-Brabant.</p>
<p><em>Foto: Bert Jansen</em>
Hagelschade op het pluimveebedrijf van gebroeders Engelen in Someren, Noord-Brabant.

Foto: Bert Jansen

Verzekeraar noemt windkracht 7 een storm

Storm staat in de meeste verzekeringsovereenkomsten aangeduid als: wind met een windsnelheid van ten minste 14 meter per seconde (windkracht 7). Door middel van waarneming na noodweer is vaak snel duidelijkheid over ontstane schade; door ervaring en inzicht is min of meer in te schatten of harde wind dermate heeft ingegrepen dat dakbedekking is afgewaaid en of andere delen van het gebouw daardoor beschadigd zijn. Als de wind een boom heeft geveld die in zijn val het gebouw beschadigde, is de relatie tussen de harde wind en de schade aan het gebouw nog duidelijk te herleiden, hoewel deze al indirect is. Grote windsnelheden (horizontaal of verticaal en ook op grotere hoogte) zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van grote ijsstenen die een vernietigende kracht hebben als zij uit de atmosfeer op aarde neerslaan. Deze hebben in die zin ook een indirecte relatie met de aangerichte schade.

Bijzonder natuurfenomeen

Zonder twijfel zijn deze vallende ijsstenen een bijzonder natuurfenomeen en zo vernietigend dat het voor het getroffen gebied gelijkwaardig is aan een extreem zware storm. Vanuit verschillende invalshoeken bekeken kan, in alle redelijkheid en billijkheid, de conclusie worden getrokken dat verzekeringsnemers die gebouwen enkel voor brand en storm verzekerd hadden, de financiële gevolgen van de ontstane schade door het noodweer op 23 juni 2016 gedekt moeten krijgen door de verzekeraars.

Mag deze beschouwing mede een bijdrage leveren om de ontstane verhoudingen tussen de diverse betrokken partijen wat meer helder te krijgen en mogelijk te reconstrueren. Het is te hopen dat er alsnog een rechtvaardige afhandeling van de schades komt, waardoor het overheersende gevoel van machteloosheid en aangedaan onrecht bij de verzekeringsnemers wordt weggenomen.

Frans Houbraken heeft een houtgroothandel op het akkerbouwbedrijf van zijn ouders in een door noodweer getroffen gebied.

Of registreer je om te kunnen reageren.