Redactieblog

2292 x bekeken

'Sjoemelen met melk'

Wat deden boeren vroeger om meer te verdienen? Room van de melk halen en apart verkopen of aanlengen.

Na het afschaffen van het quotum vorig jaar, steeg de melkproductie als een speer. Eigenlijk was die stijging al voor 'bevrijdingsdag' ingezet. Gevolg was, uiteraard, dat de melkprijs daalde. Voor niemand echt een verrassing. Elke boer weet hoe de vrije markt werkt: bij krapte is de prijs hoog, bij overvloed laag.

Krapte? Hooguit minder aanbod

Krapte is iets dat we vandaag de dag nauwelijks meer kennen. Hooguit is er 'minder aanbod'. Dat was niet altijd zo. In 1960 bijvoorbeeld, gaf een koe gemiddeld 4.700 liter melk per jaar. Dat was al flink meer dan in de jaren voor de oorlog, al werden er toen nog geen goed vergelijkbare cijfers van bijgehouden. Een zekere Van Zanden, econoom van beroep, schatte de jaarlijkse melkgift per koe in 1910 op 2.970 liter, een ander bleef steken op 2.509 liter en weer een ander hield het op 2.700 liter. Grote verschillen dus. Het mag echter duidelijk zijn dat de toenmalige productie niet in de buurt kwam van de huidige productie, die ­gemiddeld iets boven de 8.000 liter per koe per jaar ligt.

Boer deed alles voor meer melk

Bij dergelijke cijfers is het haast niet voor te stellen dat boeren er vroeger ­alles aan deden de melkgift op te schroeven. Sommigen wrongen zelfs het wattenfilter in de melkzeef uit voor de laatste druppels melk. Het effect op de kwaliteit laat zich raden, alles wat zo zorgvuldig uitgefilterd was, kwam met dat wringen alsnog in de bus. Maar melk was melk en van bacteriën wist men nog niets.

Melk aanlengen met water

Niet altijd ging het aanbieden van meer melk op een eerlijke manier. De boel aanlengen met water was een bekend fenomeen, al gaf geen boer het toe. Wie rechtstreeks leverde aan afnemers in de stad, hoefde geen controle te vrezen. Alleen de melkfabrieken controleerden op vetgehalte met een speciale lactodensimeter. Stiekem afromen of aanlengen was er dan niet meer bij. Maar hoeveel keuterboeren leverden niet zelf hun melk aan kleine winkels in de stad? En wat was de kwaliteit ervan? Daar was allemaal geen zicht op.

Melkcontroleur checkte gesjoemel

In een stokoud nummer van Boerderij vond ik een advertentie van iemand die zich 'melkcontroleur' noemde en voor een bescheiden bedrag wel wilde nagaan of er was gerommeld met melk. Hij zetelde in Amsterdam aan de Prinsengracht op een nummer dat nog steeds bestaat. Via Google Streetview zie ik dat de kozijnen strak in de lak zitten en dat er een fleurig rood bankje naast de voordeur staat. Drie jaar geleden stond het te koop voor €1,5 miljoen.

Dat had die melkcontroleur van toen vast nooit kunnen denken. Net ­zoals hij vast nooit had kunnen denken dat melk aanlengen ooit niet meer zou hoeven, omdat koeien ook zonder die kunstgreep al meer dan genoeg zouden produceren.

Bekijk de stokoude Boerderij-advertentie op Boerderij100jaar.nl onder het tabblad Tijdlijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.