Redactieblog

1296 x bekeken 2 reacties

Gezinsbedrijf 3.0

De toekomst van het gezinsbedrijf ligt in het familiebedrijf: groter, steviger en beter over te nemen.

Het gebeurt zelden dat ik een bestuurder van een landbouworganisatie op een vooruitziende blik betrap. Meestal zijn ze bezig met het verdedigen van kortetermijnbelangen. En inderdaad, dat moet ook gebeuren. Maar soms loopt tussen alle grijze muizen iemand rond die durft. Het gaat in dit geval om Inge van Schie van het NAJK. Op de NAJK-website en in Boerderij Vandaag heeft ze een opiniestuk geplaatst over het gezinsbedrijf. Ik ben ooit landbouweconomie gaan studeren om het gezinsbedrijf beter te doorgronden, dus u begrijpt dat het onderwerp mij nauw aan het hart ligt.
Van Schie, samenwonend met een boer, stelt in het Jaar van het Gezinsbedrijf van de Verenigde Naties een paar lastige vragen. Eerst stelt ze vast dat de landbouw veel aan het gezinsbedrijf te danken heeft. In slechte tijden is alleen het gezinsbedrijf in staat om te overleven. Daar komt bij dat gezinsbedrijven uitgaan van langetermijnperspectief. Daardoor is de wereld al aan heel wat rampen ontsnapt. Ze omschrijft een gezinsbedrijf als een bedrijf waarin een groot deel van de arbeid geleverd wordt door het gezin. Ze stelt ook vast dat een groot deel van de bedrijfsbeslissingen aan de keukentafel wordt genomen. Daar zit betrokkenheid. Mijn ervaring is trouwens dat het daar niet alleen om beslissingen gaat, ook om het verwerken van bedrijfsellende. Een dode koe, een kapotte trekker of een hoge rekening, dat is niet altijd leuk.
Vervolgens vraagt ze zich af of het gezinsbedrijf van nu wel opgewassen is tegen de uitdagingen van de toekomst. Ze betwijfelt of onze kapitaalintensieve gezinsbedrijven nog wel over te nemen zijn. En of het slim is de communicatie aan de keukentafel te laten verlopen. Ze pleit ervoor om na te denken over 'gezinsbedrijf 3.0', het bedrijf van de toekomst. Over een nieuwe bedrijfsvorm. Vragen dus, geen antwoorden.
Ik heb op deze plek al vaker beweerd dat het gezinsbedrijf een concurrentievoordeel heeft in onzekere situaties. In situaties waarin de weersafhankelijkheid groot is, waarin 24 uur per dag persoonlijke waakzaamheid geboden is en waarin een betrouwbare planning niet mogelijk is. Als alles goed planbaar is, heeft een niet-gezinsbedrijf voordelen, vooral schaalvoordelen. In de glastuinbouw en in delen van de intensieve veehouderij zie je de contouren van gezinsbedrijf 3.0. Een familiebedrijf in de vorm van een bv of een andere onpersoonlijke bedrijfsvorm, waarin familieleden op de loonlijst staan en de kern van het bedrijf uitmaken, en waar ook heel wat betaalde arbeid ingezet wordt. Dat soort bedrijven kan een grotere schaal hebben, is eenvoudiger over te nemen en is minder afhankelijk van één persoon. Die kant gaat het op. Jammer van de keukentafel. Maar of ik hem mis ...

Laatste reacties

  • tinus888

    als je het gezinsbedrijf toekomst wil geven dan zou je wat meer aan de grondpolitiek moeten doen

  • agratax2

    Dirk ik heb het rapport van de VN gelezen en dat behelst voedselvoorziening OOK voor de arme en minder bedeelde landen. Zeg d elanden die wij nu even door middel van ons kapital vol plempen met palntage landbouw en zare mechanisatie en bovenal zonde oog te hebben voor de landbouw gebruiken aldaar (nomadisch etc.) De lokale bevolking lijdt honger en moet hun eten dat vroeger groeide op hun land nu kopen van de investeerder. Helaas hebben ze geen werk en dus geen geld. Hier zou het familie bedrijf een prachtige oplossing zijn, lokaal werk, lokaal eten tegen lokale prijzen (prijs en loon in evenwicht). Maar nee de bedrijven moeten groeien en de prijzen voor voedsel moeten dalen en dan ons afvragen 'Hoe komt het dat het gat tussen arm en rijk toeneemt'. Hier helpt echt geen nvelering hier helpt een andere economie, een economie gestoeld op lokale mogelijkheden en lokale noden. Minder Wereld Markt, een markt die de handel rijker maakt en de producent en consument armer maakt. Ik vind het herstellend eRusland een pracht voorbeeld , na 25 jaar nog steed grote armoede voor het grootste deel van het volk en onmetelijke rijkdom voor een enkele. Net die enkele die zich direct (handelaar) of indirect (overheden, contrleurs) bezig houdt met HANDEL. Het rapport rept tevens over meer bio diversiteit en meer organische landbouw en minder mono teelten. Dit soort landbouw past niet in plantage landbouw met monocultures.

Of registreer je om te kunnen reageren.