Redactieblog

1263 x bekeken 4 reacties

Vruchtbaarheid is hot

Een beetje boer hoeft tegenwoordig maar weinig koeien af te voeren vanwege uier- of klauwgebreken. Vruchtbaarheid is met stip eerstgenoemde reden voor afvoer.

Niet verschuilen achter het excuus dat hoogproductieve koeien nu eenmaal minder vruchtbaar zijn. Als een boer het management van de melkproductie zo voor elkaar heeft dat er 9, 10 en 11.000 liter wordt gemolken, dan zou hij zijn bedrijfsvoering verder ook zo moeten upgraden dat de vruchtbaarheid ook meer aandacht krijgt.

Menig boer kent de begrippen: tussenkalftijd, efficiëntiegetal, afkalfleeftijd pinken, et cetera. In actie komt men pas wanneer de koe na 60 tot 80 dagen en meer niet tochtig wordt gezien. De aandacht voor vruchtbaarheid moet er al zijn op 10 tot 12 dagen na het afkalven, wanneer de koe haar eerste tocht heeft. Een percentage van 40 tot 50 behoort tochtig te worden gezien. Zo niet, dan behoort de oorzaak in of voor de transitieperiode gezocht te worden. De eiwitdekking van de voerbehoefte van de oudmelke koe dient in dit verband kritisch bekeken te worden. In deze periode worden de eicellen al aangemaakt voor de cycli na het kalven en eiwitondervoeding, wat best vaak voorkomt, reduceert de kwaliteit van de eicellen heftig. Soms is die zodanig verpieterd, dat die koe de eerste 100 dagen na het kalven geen tocht laat zien. Bovendien is aandacht voor eiwit van oudmelke en transitieperiode belangrijk om de zogenaamde downers te voorkomen. Dat zijn koeien die na het kalven niet overeind komen; het lijkt op melkziekte, maar is een fosfor- en energiegebrek. Deze koeien komen meestal met goede verzorging weer op de been.

Activiteitsmeting, eventueel gecombineerd met andere data, geven vaak goed de tocht en het inseminatiemoment aan. Activiteitsmeters zouden we naast signaleren ook moeten laten registreren. De eerste  tochtigheden zijn informatief voor de vruchtbaarheid in het bijzonder en voor de transitiekwaliteit in het algemeen.

Een duurzamere veestapel, dat willen er veel, dat kan door betere aandacht voor vruchtbaarheid. Dat geeft minder lactatiedagen voor de veestapel, is een gemakkelijker te managen veestapel, die bovendien efficiënter is.

Laatste reacties

  • alco1

    Vruchtbaarheid is een hot item, ook nu gezien de aandacht voor de preparaten.
    Hierbij wil ik toch een jarenlange ervaring delen.
    N.m. Het niet droog zetten van de koeien.
    Dit systeem staat of valt met het beleid de maand voor het opnieuw afkalven.
    De productie moet op een redelijk niveau blijven, om mastitis te voorkomen.
    Ook het kalf moet zich gezond kunnen ontwikkelen.
    Dit kan met het voeraanbod van verse koeien, waarbij krachtvoer opnames van tot 10 kg prima is.
    Ik heb weleens koeien gemolken waarbij de pootjes al zichtbaar waren.
    Voordelen ten over.
    Geen aparte droogstaande groepen.
    Slechts twee melkgroepen. Een groep verder in lactatie en een groep verse koeien, met daarbij de koeien vanaf één maand voor afkalven. Melkziekte komt niet voor
    Ook geen te hoge productie na het afkalven, waardoor problemen vanwege energietekort niet voorkomen, zoals slepende melkziekte.
    De verminderde productie wordt ruimschoots goedgemaakt door de productie met zeer hoge gehaltes voor het afkalven.
    Geen nageboorte problemen
    De meeste tochtigheid al te zien 8-10 dagen na afkalven.
    Een zeer groot arbeidsgemak.
    Eén jaar zelfs een antibiotica score van 0,0

  • minasblunders1

    Bij mij zijn bij alle koeien de pootjes zichtbaar.

  • tinus888

    @alco hoe doe jii dat met biest,als je doormelkt heb je toch geen of weinig biest?

  • alco1

    De laatste dag zakt de meestal de productie sterk. Deze melk bewaren.
    Ook biestmelk van pink/vaars bewaren voor reserve in diepvries.

Of registreer je om te kunnen reageren.