Redactieblog

640 x bekeken

Frankenburger

Kweekvlees is nog lang geen bedreiging voor de vleesveehouderij, maar kan dat ooit wel worden.

Hoogleraar Post van Universiteit Maastricht heeft biefstuk gekweekt in het laboratorium, zonder dat er een dier aan te pas kwam. Met stamcellen, een voedingsbodem, zorg en kennis was hij in staat vlees te produceren. Tegen kamerplanten moet je praten als je ze tot wasdom wilt brengen; of dat met kweekbiefstuk ook zo is, weet ik niet. Bij de presentatie voor journalisten bleek dat het nog niet meteen een smakelijke maaltijd is. Het vlees werd in roomboter gebakken, maar was toch nog kurkdroog. Zelfs professor Post spoelde het met een slok water weg. Dat laatste verbaasde me. Als ik in het openbaar biefstuk eet, heb ik daar graag een goed glas wijn bij, geen water.
De vraag die vervolgens opkwam was of dit kweekvlees een bedreiging wordt voor de vleesveehouderij. Duidelijk is dat dat nog wel even gaat duren. Dit is de allereerste stap en er moeten nog heel veel stappen volgen. Toch reageerden Franse boeren vernietigend, met de term ‘Frankenburger’. Die methode hebben ze vast afgekeken van Nederlandse actievoerders, die met labels als plofkip in staat blijken de publieke opinie sterk te beïnvloeden. Zo’n reactie verraadt angst bij de Franse boeren en die is zoals gezegd totaal onnodig. Toch verwacht ik dat op lange termijn – 30 jaar? – het kweekvlees voorzichtig op de markt gaat komen. In eerste instantie wordt het natuurlijk luxevoedsel voor snobs en anderen die zich willen onderscheiden. Daar gaat geen bedreiging van uit. Of vervolgens een serieus marktaandeel ontstaat hangt grotendeels af van de productiekosten. Vooreerst lijkt het een dure toestand te worden, en dan blijft de afzet beperkt tot het allerduurste segment. Mocht kweekvlees ooit in massa te produceren zijn, dan wordt het anders. Dan krijgt het een plek vergelijkbaar met plantaardige kaas nu, en gaat het concurreren aan de onderkant van de vleesmarkt.
Ik betwijfel of de consument het als Frankenstein-voedsel gaat zien. Iets waar geen dier voor geslacht wordt en wat uit een grote, schone fabriek komt is niet angstaanjagend. Bijna alle eten komt uit grote, schone fabrieken. Net als Albert Jan Maat zou ik me er als landbouw niet druk om maken. Het duurt nog heel lang voor kweekvlees commercieel te produceren is, vervolgens duurt het nog heel lang voor het goedkoop te produceren is. Mocht het ooit zo ver komen, dan kan het de landbouw wel degelijk veranderen, juist omdat het schoon en afstandelijk en klinisch is. In dat geval wordt het een bedreiging voor de intensieve veehouderij. Onderschat niet hoe ongemakkelijk veel stedelijk volk zich nu al voelt bij het slachten van dieren, zeker als er een alternatief is. Vraag het de nertsenhouders. Over 50 of 100 jaar zal dat alleen maar erger geworden zijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.