Redactieblog

502 x bekeken

Eigen tuin

Wetenschappers hebben de neiging die dingen te onderzoeken die voor henzelf belangrijk zijn.

Op de conferentie waar ik pasgeleden was, ging een belangrijke discussie over groentetuinen. Nu heb ik zelf een groentetuin, maar die kwam niet aan de orde. Het ging om het fenomeen groentetuin in Oost-Europa. Veel Oost-Europeanen hebben een groentetuin. Het verschilt wat tussen de landen, maar vaak heeft de helft van de gezinnen er een. Ouderen net zo goed als jongeren, en middeninkomens nog meer dan armen, want die hebben geen geld voor een tuin. Die tuinen leveren een belangrijke bijdrage aan de voedselvoorziening, vooral voor fruit en groente.
De vraag die centraal stond was of die groentetuinen in Oost-Europa het gevolg zijn van de onzekere voedselvoorziening in die landen in de vorige eeuw, en of ze van voorbijgaande aard zijn. Ik denk dat het met de Oost-Europese groentetuinen net zo zal gaan als met de Nederlandse. Naarmate we rijker worden schaffen steeds meer mensen hun groentetuin af. Tegelijkertijd is er een groep die er wel mee doorgaat. Die gaat het minder om de productie en meer om het genot. Ze tuinieren zoals andere mensen uit fietsen gaan. Een deel doet het ook vanwege de versheid en de betere smaak.
Wetenschappers kunnen lang over zo'n onderwerp praten. Soms denk ik dat ik toch maar beter een vak had kunnen leren. Veel onderzoekers waren het er over eens dat het groentetuingebeuren niet verloren zou moeten gaan. Het zou tot sociale samenhang leiden. Overschotten worden immers weggegeven aan buren, teeltkennis uitgewisseld over de heg. Kortom, het verenigt mensen. Ook zou tuinieren ecologisch verantwoord zijn. Een derde van alle hobbytuinders zegt ecologisch te werken. Er werd niet bij verteld dat de overblijvende twee derde slordiger met bestrijdingsmiddelen omgaat dan de meeste boeren. Tuinieren zou ook onthaasten zijn, en het brengt verheven gedachten boven.
Dat brengt me tot iets wat ik te vaak bij wetenschappers zie: een eenvoudig onderwerp wordt omgezet naar iets dat beter past bij hun eigen (stedelijke) leefwereld. Ze zijn zelf dol op ecologisch eten, dus wordt bij de groentetuin dat aspect benadrukt. Ze zouden zelf willen tuinieren, en denken dat dat voor iedereen geldt. Of ze zien een trend bij hun hoogopgeleide vrienden, en daarmee is het een algemene trend. Voor veel wetenschappers lijkt de uitzondering interessanter te zijn dan de hoofdstroom. Dat is enigszins zorgelijk, want zo komen de onderwerpen van stedelingen en hoogopgeleiden wel erg hoog op de onderzoeksagenda. En het lastige is dat degenen die over het onderzoeksgeld beslissen, mede-wetenschappers en ambtenaren, een beetje dezelfde afwijking hebben. Ik durf het deze weken wel te zeggen, ze zijn toch op vakantie.

Of registreer je om te kunnen reageren.