Redactieblog

1135 x bekeken 6 reacties

De beste 25 procent

Bij beschouwingen over problemen die op de agrarische sector afkomen, verneem je nogal eens de opvatting, dat het allemaal wel goed komt als je maar zorgt dat je het beter doet en efficiënter produceert dan gemiddeld.

Zoals een veehouder ooit in deze krant verklaarde: "Je moet zorgen dat je bij de beste 25 procent zit". Dat kan echter nooit een oplossing opleveren voor de hele sector, want per definitie komt driekwart van de agrariërs niet bij de beste 25 procent, hoe goed ze ook hun best doen.

Bovendien: iets wat goed is voor een individuele boer, is niet zonder meer ook goed voor het geheel. Wel als het gaat om besparen op productiemiddelen; dat is bijna altijd gunstig. De oplossing wordt echter vaak gezocht in verhoging van de productie per hectare, per dier of per arbeidskracht, met als argument dat er op deze punten een grote afstand is zijn tussen gemiddelde en koplopers.

Maar dat is te simpel gedacht. Als, bijvoorbeeld, de gemiddelde aardappelopbrengst zou stijgen naar het niveau van de beste 25 procent, zou naar mijn schatting de totale productie bij een gelijkblijvend areaal met 15 à 20 procent toenemen. En als de gemiddelde groei per dag van slachtkuikens zou stijgen naar die van de beste 25 procent, zou er een procent of 10 pluimveevlees bij komen. Zou de financiële positie van de gemiddelde akkerbouwer of kuikenhouder dan echt verbeteren?

Bedrijven met 150 koeien draaien in doorsnee beter dan bedrijven met 80 koeien. Maar dat betekent niet dat een verdubbeling van de bedrijfsomvang een reëel perspectief is voor het gros van de melkveehouders, al was het maar omdat het vanwege mestafzet, grond en ruwvoer niet mogelijk is om in dit land een kleine 3 miljoen melkkoeien te houden. Bovendien zou een verdubbeling van de Nederlandse melkplas nadelig zijn voor de melkprijs.

De ‘koploperbenadering’, die suggereert dat alles beter wordt als iedereen maar flink zijn best gaat doen, houdt onvoldoende rekening met beperkingen aan de aanbod- en de afzetkant. En de ondertoon van deze benadering - 'boeren die het niet redden, zijn geen goede ondernemers' - is daarom op zijn minst ongenuanceerd.

Laatste reacties

  • alco1

    Ergens lees ik dat van Bruchem de maatschappij niet snapt. Moet je dus gaan denken. Ik probeer niet bij de beste 25 procent te komen want dat levert niets op. Kortom, wat moet je nou met zo'n column.
    Beter voetballen dan de rest, dan wordt je geselecteerd. je gaat toch niet denken. We kunnen toch niet allemaal in de ere divisie spelen.
    Een prooi die harder kan lopen heeft ook meer overlevings kansen. Die denkt dan toch ook niet, er moet toch prooi zijn.
    Van Bruchem toont aan waar het in de maatschappij verkeert gaat. N.m. links denken. Mensen die de nek uitsteken moeten daarvoor beloont worden, anders is de economie verloren.

  • jan1966

    Volgens mij is er geen andere optie om te overleven dan bij de beste 25% te horen.

  • koestal

    De wereld gaat aan vlijt ten onder

  • koestal

    We hebben al eerder boterbergen ,melkpoederbergen en vleesbergen gehad,waar de boer niks aan verdiend had,maar wel hard gewerkt had .

  • alco1

    @koestal. We zijn het vaak eens, maar hier moet ik toch wel een kantekening plaatsen. Goed er waren boterbergen, maar het was een tijd dat we gouden tijden met ons inkomen hadden. Echter waren de garantieprijzen niet meer van het marktprijs niveau, waardoor de bergen.

  • Sjaak

    'Iets wat goed is voor een individuele boer, is niet zonder meer ook goed voor het geheel. Wel als het gaat om besparen op productiemiddelen; dat is bijna altijd gunstig.'

    Tsja, hoe was het ook al weer?
    ' Zuinigheid en vlijt, bouwt huizen als kastelen... '
    Vroeger was dat een nuchtere boerenwijsheid, nu moet ons dat fijntjes verteld worden door een landbouweconoom...:)

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.