Redactieblog

698 x bekeken 2 reacties

Ideaal en radicaal

Stichting Werkgroep Veenkoloniën: een klein clubje boeren bleek in staat grote veranderingen aan te jagen.

Afgelopen zaterdag ben ik naar een feestje geweest. Stichting Werkgroep Veenkoloniën hield een reünie. De werkgroep was tussen 1981 en 1993 een club van progressieve boeren, vooral akkerbouwers, uit de veenkoloniën. Hoewel progressief? Feitelijk bestond de werkgroep uit twee stromingen: de ene helft had het over milieu, landbouw en inkomens in de derde wereld, de andere helft dacht meer aan eigen inkomen en eigen bedrijf. Hoe dan ook, de boeren maakten zich grote zorgen en alles moest anders: het chemische bombardement dat ze als akkerbouwer uitvoerden op hun gewassen, de aantasting van de bodemvruchtbaarheid, de toekomst van Avebe, het nauwe bouwplan, de prijzen van landbouwproducten, het dumpen van landbouwoverschotten in de derde wereld, de rol van de vrouw. Allemaal zorgen.
De werkgroep gebruikte twee methoden. De ene was dat ze verbindingen legden met Wageningse en andere wetenschappers. Zij kwamen overigens als vliegen op een pot honing af, want eindelijk waren er boeren die hun zorgen deelden. Knuffelboeren, net als in Waterland. Er werd grootschalig onderzoek opgezet naar de teelt van hennep en olifantsgras. De huidige hennep in de Veenkoloniën is er het zichtbare resultaat van. Er werd onderzoek gedaan naar knobbelaaltjes, om het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen. En er werd onderzoek aangejaagd naar de gevolgen van overschotten en van dumpingpraktijken op de wereldmarkt. De andere lijn was die van discussie. Sprekers van naam werden naar de Veenkoloniën gehaald om kritische verhalen te houden, of om onder uit de zak te krijgen. Want er waren mondige boeren. Herman Wijffels en Lucas Reijnders, Gert van Dijk van de coöperaties, de Avebe-top, Gerrit Meester en Jan Blom van het LEI, bazen van het Landbouwschap, professoren, ontwikkelingswerkers, boeren uit Rusland of van de Filippijnen. Volle zalen en veel reuring.
De boeren waren sinds 1993 een stuk ouder en grijzer geworden. Het vuur was er nog, en ook de verbazing dat je als klein boerenclubje dingen in beweging krijgt. Ze gingen na de werkgroep hun eigen weg. Ze onwtikkelden tweede takken, gingen asperges verbouwen of ecologisch telen, of allebei. Ze gingen de Voedselbank steunen of ontwikkelingswerk doen. Of ze zijn gewoon doorgegaan met vechten voor eigen inkomen via NAV of NMV. Kritisch zijn ze nog steeds, en discussiëren bleef hun hobby. Ik zou willen dat er ook vandaag meer van dergelijke groepjes waren die de boel opschudden en vragen durven te stellen die anderen laten liggen. Vooral de intensieve veehouderij heeft dergelijke luizen in de pels hard nodig. Want de toestand in die sector lijkt op die van de akkerbouw in de jaren tachtig.

Laatste reacties

  • somporn

    Er is lef voor nodig om de pijnpunten durven aan te kaarten,de meesten steken liever hun kop in het zand.

  • abtje

    Dat zou het leden logge FC ook weer de neus de kant op kunnen krijgen van de leden een betere prijs.

Of registreer je om te kunnen reageren.