Redactieblog

1457 x bekeken 1 reactie

Mestwet wordt opnieuw race tegen de klok

Een Kamermeerderheid steunt de ingeslagen weg van staatssecretaris Sharon Dijksma van landbouw bij de nieuwe mestwet. Dat is de belangrijkste uitkomst van het mestdebat. Maar daarmee is de kogel nog niet door de kerk.

 

Opnieuw wordt het spannend of de nieuwe mestwet tijdig het wetstraject heeft doorlopen, om op 1 januari van 2014 van kracht te worden. Omdat staatssecretaris Sharon Dijksma diverse wijzigingen wil doorvoeren op de oorspronkelijke wetstekst van haar voorganger, moet de Raad van State de wet opnieuw beoordelen. Dit kost tijd. Dijksma verwacht dat de wet in juli naar de Tweede Kamer kan worden gestuurd, waarna de Tweede Kamer de wet waarschijnlijk pas na het zomerreces, in september of oktober, zal behandelen. De Eerste Kamer volgt daarna. SGP en CDA hebben de suggestie gedaan om de wet zonder advies van de Raad van State te behandelen, om het traject te versnellen. De Kamer overlegt binnenkort of ze hiertoe bereid is. SP, PvdD en Groenlinks hebben al te kennen gegeven hier helemaal geen behoefte aan te hebben. Zij hebben geen haast. Een Kamermeerderheid hiervoor lijkt moeilijk, los van de vraag of het juridisch kan. Wanneer er veel essentiële wijzigingen zijn, is advies van de Raad van State noodzakelijk. Dijksma heeft al wel toegezegd bij de Raad van State aan te dringen op een spoedprocedure. Maar daarmee wil het nog niet zeggen dat het volgende week klaar is.

De tijd dringt. Het lijkt wel stelregel bij het wijzigen van de mestwet. Onder het vorige kabinet was het streven dat de nieuwe mestwet 1 januari 2013 van kracht zou worden. Die ambitieuze doelstelling werd bij lange na niet gehaald. Nu lijkt de nieuwe ingangsdatum van 1 januari 2014 ook nog lastig.

De boer, en dan met name de veehouder zit in de tussentijd in onzekerheid. Percentages verplichte mestverwerkingspecentages, die in een Algemene Maatregelen van Bestuur moeten worden vastgesteld, kunnen pas worden benoemd als er een wetsvoorstel is. In de tussentijd is er dus geen duidelijkheid, behalve de percentages die door het vorige kabinet zijn genoemd; in het eerste jaar tussen de 0 en 10 procent van het mineralenoverschot op bedrijfsniveau, tot 10 tot 50 procent in de jaren daarna. Het is te verwachten dat deze percentages ook door Dijksma zullen worden ingevuld, maar met zekerheid is dat niet te zeggen.
De tijdsdruk is ook iets waarmee Dijksma ook stoeit als het gaat om het dierrechtensysteem voor de rundveehouderij. Dijksma wil een stevige stok achter de deur hebben en dus wordt een wetsvoorstel al voorbereid, zodat het middel in 2015 ook inzetbaar is als het mogelijk is. SGP-Kamerlid Dijkgraaf vreest dat de behandeling van deze wet de ontwikkeling van mestverwerking frustreert, en vraagt om dit wetsvoorstel zo laat mogelijk in te dienen. Dijksma reageert tactisch: ze zal kijken wanneer het politiek opportuun is om het wetsvoorstel in te dienen. De mestwet blijft een politiek getouwtrek, waarbij ook vertragings- of versnellingstactieken aan de orde van de dag zijn. Een harde deadline is er wel: het vijfde actieprogramma nitraatrichtlijn geldt van 2014 tot en met 2017. Dan moet de mestwet klaar zijn.

Eén reactie

  • minasblunders1

    Crisis of niet, gewoon lekker doorgaan met veel geld pompen in een hoop (niet onderbouwde) onzin.

Of registreer je om te kunnen reageren.