Redactieblog

511 x bekeken

Flexibel groen

In Brussel onderhandelen Parlement, Landbouwraad en Ciolos over vergroening; het beleid wordt vast flexibeler.

In Brussel wordt momenteel volop onderhandeld over het Europese landbouwbeleid voor de komende jaren. U weet dat de regeringsleiders een tijdje geleden een akkoord sloten over de meerjarenbegroting. Dat was een hele bevalling, en toen al was duidelijk dat ook het Europees Parlement het nog over het akkoord eens moest worden. Dat Europarlement heeft inmiddels besloten dat het het er niet mee eens is. Er moet dus onderhandeld worden. Een belangrijk punt is de door eurocommissaris Dacian Ciolos zo gewenste vergroening, door het instellen van 7 procent ecologische zone op elk boerenbedrijf. Sharon Dijksma, onze staatssecretaris, wil een meer flexibele invulling. Het Europarlement wil dat ook, door bijvoorbeeld een keuzemenu in te stellen, en daar ging het mis. Er waren namelijk zoveel verschillende ideeën over hoe het moest, dat geen enkel voorstel een meerderheid haalde.
Europarlement, Landbouwraad en Ciolos moeten nu onderhandelen om tot iets te komen waar alle drie de partijen achter staan. Dergelijk overleg heet een trioloog, omdat er drie partijen zijn. Het Europarlement vaardigt vier vertegenwoordigers af, zij tellen voor één.
Alles wijst erop dat men er op het punt van de vergroening wel uitkomt. Want ook al was er in het Europarlement voor niets een meerderheid te vinden, het signaal was duidelijk: het moet flexibeler. De vier afgevaardigden weten dat. En omdat er ook in de Landbouwraad stemmen voor flexibilisering zijn, zal dat punt wel worden gemaakt. De enige complicatie is dat de Landbouwraad zich alleen kan uitspreken over een voorstel dat door de Europese Commissie, door Ciolos in dit geval, is gedaan. Geen voorstel, geen besluit. Dus als Ciolos echt vast wil houden aan zijn 7 procent, dan komt hij niet met een aangepast voorstel en kan niets worden besloten. Maar dat gaat vast niet gebeuren.
De Europese onderhandelingen beginnen, sinds het Europees Parlement mee mag beslissen, steeds meer op het Amerikaanse staatsbestel te lijken. Ook daar zijn drie clubs: het Huis, de Senaat en het Witte Huis. Elk plan moet worden goedgekeurd door alle drie de instellingen. Ik heb er lang over gedaan om een beetje te begrijpen hoe het daar werkt. Ook daar neemt elk van de drie een standpunt in om vervolgens samen te onderhandelen. En ook daar gaat dat niet door de drie voltallige clubs bij elkaar te zetten, maar door afgezanten de onderhandelingen te laten voeren. Er moet dan een compromis uitkomen waar iedere partij in meerderheid voor kan zijn. Het verschil met Europa is dat het daar al tijden niet lukt om het ook maar ergens over eens te worden, terwijl het in Brussel meestal wel lukt. Dat mag ook wel eens gezegd worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.