Redactieblog

570 x bekeken

Een nieuw rapport brengt nog een oplossing

De stapel rapporten over het verduurzamen van de land- en tuinbouw is deze week uitgebreid met een nieuw exemplaar. De vraag is of het rapport van het RLI met als titel ‘Ruimte voor duurzame landbouw’ de oplossing brengt.

De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) presenteerde deze week het rapport ‘Ruimte voor duurzame landbouw’. RLI-voorzitter Henry Meijdam presenteerde het met trots. “Het moet de leidraad worden om tot een duurzame landbouw te komen”, vindt Meijdam.
De inhoud van het rapport is in lijn met eerdere rapporten die over duurzame landbouw zijn geschreven. En dat zijn er nogal wat. In 2001 kwam de commissie-Wijffels al met een visie over de transitie naar een duurzame landbouw, een herontwerp van de veehouderij. In de jaren daarna verschenen meerdere publicaties over duurzame landbouw. Alle instituten die er toe doen hebben al minimaal een rapport uitgebracht over duurzame landbouw. Wageningen UR heeft er tientallen rapporten over geschreven. Bovenop de stapel van duurzaamheidsrapporten lijkt nog altijd de visie van de commissie-Van Doorn te liggen. Via het Verbond van Den Bosch wordt met ketenpartijen gewerkt om in 2020 alleen maar duurzaam vlees in de schappen te hebben. Ook dit traject gaat langzaam en moeizaam, maar het is in ieder geval een van de voorbeelden waarbij de sector ook echt de handen uit de mouwen moet steken. Ketenpartijen hebben de doelstelling onderschreven en zullen zich hiervoor moeten inzetten.

Op papier en in theorie is er ruim voldoende kennis beschikbaar over het verduurzamen van de sector. In de praktijk wordt wel vooruitgang geboekt, maar het gaat langzaam. Dat komt mede door de verschillende definities van duurzaamheid. Vanuit de groene hoek wordt bij duurzaam ondernemen vooral gewezen naar mineralenkringlopen, dierenwelzijn en bijvoorbeeld behoud van biodiversiteit. Vanuit de traditionele landbouwhoek ligt de nadruk toch vooral op de economie. "We willen wel anders produceren, maar dan moet het ook betaald worden. We kunnen pas investeren als we geld verdienen", klinkt het regelmatig. En dan is er ook nog de vraag wat het zwaarst telt: milieu-efficiënt produceren, dat vaak intensief produceren is, of meer produceren met oog voor welzijn en biodiversiteit.

Het rapport van RLI komt ook niet echt met een oplossing. De noodzaak om te verduurzamen onderschrijft RLI zeker: “Wil de landbouw over twintig jaar nog bestaansrecht hebben, dan zal de sector versneld en vergaand moeten verduurzamen. Elke bedrijfsvorm, intensief, grondgebonden of stedelijk georiënteerd, heeft daarbij zijn eigen uitdaging op economisch, sociaal en/of ecologisch gebied.

RLI slaat de spijker wel op zijn kop door te zeggen dat de discussie over wat nu echt duurzaam is, verlammend werkt. Maar het standpunt dat alle partijen de handen ineen moeten slaan om samen tot een oplossing te komen is verre van nieuw. Ketenpartijen en maatschappelijke organisaties moeten gezamenlijk op zoek naar een oplossing en meer oog hebben voor elkaars standpunten. Eigenlijk een standpunt dat iedereen wel wist en dat iedereen wel zal onderschrijven. Maar nu staat het nog eens op papier en kan het in de la.

Of registreer je om te kunnen reageren.