Redactieblog

950 x bekeken 1 reactie

Coöperatieve inborst

De directies van coöperaties kregen in mijn recente peiling over ledenbetrokkenheid gemiddeld een 7 voor hun ‘kwaliteit’, maar hun ‘coöperatieve inborst’ scoorde slechts een 6,4. Dat geeft te denken.

Wat is dat: ‘coöperatieve inborst’? Makkelijker: wanneer ontbreekt die? Een directeur heeft ‘het’ niet als hij coöperatie tot een filosofie kleineert en liever spreekt van een soort groot familiebedrijf; als hij het spel van ledencommunicatie middels ledenbijeenkomsten niet wil spelen; als hij focust op waardecreatie om ook zichzelf te kunnen verrijken; of als hij de coöperatie verkwanselt door haar in handen van derden te laten afglijden.

Hoe heerlijk een directie van wie het hart synchroon klopt met het ledenbelang. Hoe krijg je zo iemand? Ik herinner me het jongerencongres van het Wagenings Landbouwdebat in 1994. Van Aartsen sprak er als nieuwe landbouwminister. De Betuwe was net geëvacueerd vanwege hoogwater. Boze boeren stormden de collegezaal binnen, joelend om 100 procent schadecompensatie. Van Aartsen reageerde hooghartig: “Gij zult luisteren” en met onbegrip: “De dijken zíjn toch niet doorgebroken?” Politie in burger bracht hem vakkundig in veiligheid. Spannend was het. Ambtenaren vertelden me later dat deze ontgroening de minister boerbewuster had gemaakt. Soms groeit ook de coöperatieve inborst van een directeur pas door écht ledencontact.

Ik splitste de uitslag van de vragenlijst uit naar het bestuurlijk model van de coöperaties. Er zijn drie hoofdmodellen. In het klassieke model bestuurt het ledenbestuur en is de directie uitvoerend, zoals bij Cosun en Cono. In het zandlopermodel bestuurt het ledenbestuur de coöperatie en de directie de onderneming, zoals bij FrieslandCampina en Agrifirm. In het directiemodel bestuurt de directie zowel onderneming als coöperatie, zoals bij Forfarmers, DOC en Avebe.

Wat blijkt? Men waardeert de inborst verschillend. De inborst van de dienende, klassieke directeur scoort met 7,1 het hoogst. Oké. De zandloper-directie met 5,6 het laagst. Geen nood, mits ze de onderneming goed runt en het ledenbestuur de coöperatie echt bestuurt. De 7,2 voor kwaliteit van de FrieslandCampina-directie stelt gerust. De inborst van de machtige directeur in het directiemodel scoort met gemiddeld 5,9 maar net hoger. Daar zullen de leden flink moeten joelen als er iets mis dreigt te gaan.

Eén reactie

  • agratax2

    Onno je onderzoekje heeft aan getond dat binnen een coöperatie in principe een andere directeur nodig is dan bij een NV. Je voorbeeld van Cosun laat niets aan de verbeelding over. Suikerboeren hoor je zelden kankeren over HUN suikerfabriek. AVEBE kent zijn woelige tijden toen leden letterlijk het woord eisten te voeren en uit de zaal werden verwijderd omdat het niet hun afdeling betrof waar ze spreek tijd vroegen. Dit was ook de co-op waar sommige directeuren weigerden leden antwoord te geven op hun vraag omdat het de heren achter de tafel niet paste. Ik ben sinds kort betrokken bij Rabobank en moet concluderen dat het feit Coöperatie in de reclame wordt gebruikt als voor en door leden, maar op de werkvloer luisteren veel van de lokale directeuren niet naar hun ledenraad en walsen eenvoudig over de al dan niet terechte opmerkingen heen.

Of registreer je om te kunnen reageren.