Commentaar

848 x bekeken 4 reacties

Uitbetalen per knol is logische stap

Uitbetaling per knol maakt pootgoedsector gezonder en verstevigt voorloperpositie.

KWS Potato experimenteert met afleveren van pootgoed per knol in plaats van per kilo. De verwerker startte vorig jaar met een proef met het hoogst geklasseerde S-pootgoed en wil over twee à drie jaar al haar pootgoed in de
S-klasse per knol verhandelen.
Hoofdreden van de switch van kilo naar knol is dat het bacterieziekte erwinia kan beteugelen. Deze kan niet met bestrijdingsmiddelen worden aangepakt. Wel is door selectie in pootgoedgewassen aantasting te beperken, waarbij intussen duidelijk is dat uitroeiing feitelijk onmogelijk is. Als uit het in 2005 gestarte project Bacterievrije pootgoedteelt en het daaropvolgende Deltaplan Erwinia iets is gebleken, is het dat wel. De pootgoedsector kan het best maar leren leven met erwinia.
Dat betekent op een zo hoog mogelijk niveau in de vermeerderingsketen de ziektedruk laag houden. Uitbetaling per knol is daarin een stapje. De neiging veel kilo's te laten groeien wordt kleiner, dus kan eerder gerooid worden, dus een korter groeiseizoen, dus minder besmetting. Door het kortere groeiseizoen is er ook minder kans op virusbesmetting.
Als het afleveren per knol later zou worden uitgerold naar de lagere pootgoedklassen, wordt het voor de frites- of tafelaardappelteler mogelijk om precies zoveel pootgoed te bestellen als hij nodig heeft. Dat maak dan een eind aan gesleep met tekorten en overschotten in het pootseizoen, waaraan ringrotbesmettingen wel worden toegeschreven. Ofwel, er is op verschillende fronten winst te boeken.
Erwinia kost de Nederlandse pootgoedsector zo'n €22 miljoen per jaar. Afgezien van directe fysieke schade is er nog imagoschade die Nederland als 's werelds grootste pootgoednatie kan oplopen. Dus de introductie van een perfect uitgevoerde precisielogistiek tussen teler en eindafnemer kan tegen deze achtergrond nog wel eens verstrekkender zijn dan alleen beperking van de fysieke schade door erwinia. Met uitbetalen per knol wordt een veelbelovend nieuw pad ingeslagen.

Laatste reacties

  • agratax2

    Geert indien per knol betaald wordt en er zoals beoogd eerder geoogst wordt, zullen de knollen kleiner zijn. Hier zit de twede winst, minder tonnen per hektare te verslepen of anders gezegd meer hektares per vrachtauto of container. Dalende vrachtkosten per hektare pootgoed en tevens minder vracht eenheden om onze totale oogst te verkassen van producent naar gebruiker.

  • eenvoudige boer

    Zeer goede zaak. Ook is het fijner als teler, dat je weet hoeveel hectare je kunt poten als je de knollenaantallen kent. Zo duur kan zo'n teller toch niet zijn.

  • alco1

    Ben ik nou gek. Als ik poters maat 28 - 35 koop zijn deze veel duurder dan > 45 Dus betaal ik in principe al per knol.

  • trekker123

    Het is maar hoe je het bekijkt en uiteindelijk allemaal net zo lang als dat het breed is want het gaat toch om de hoeveelheid knollen in een bepaalde maat. Je poot uiteindelijk een bepaald aantal knollen per hectare dus op zich wel handig als je ze gewoon per stuk kunt bestellen. Is trouwens in sommige landen elders op de wereld ook al heel lang de manier van werken. Uiteindelijk komt er niet meer of minder pootgoed door en verandert het ook niet de vraag naar pootgoed dus uiteindelijk zal het niet zoveel uitmaken. Ga je echt voor nauwkeurig dan bestel je niet het benodigde aantal knollen maar het benodigd aantal ogen. Met smartgrader-achtige sorteermachines kun je partijen op die manier afleveren. Als je dat koppelt aan een slimme pootmachine ben je meteen van het gedoe af dat het tal mee- of tegenvalt waardoor je poters overhoudt of net tekort komt. Wie weet komt het er ooit nog van.

Of registreer je om te kunnen reageren.