Redactieblog

1319 x bekeken 1 reactie

Houthakkerssteak

Sommige consumenten willen weten waar hun eten vandaan komt, maar echt niet allemaal.

Het LEI besteedt periodiek aandacht aan het imago van de Nederlandse land- en tuinbouw. Informatie erover wordt gepresenteerd op een speciale website: www.duurzaamheidlandbouw.nl. Voor een oude man als ik is het op die website even lastig zoeken, maar er staat toch nuttige informatie op. Zo kun je er vinden dat de Nederlander de melkveehouderij een rapportcijfer 7,5 geeft, de akkerbouw een 7,3, de varkenshouderij een 6,6 en de pluimveesector een 6,5. Niet echt nieuws, zult u zeggen, dat de niet-grondgebonden sectoren er slechter op staan. Om het imago op te krikken geven de onderzoekers de suggestie mee om transparant en open te zijn. Ook moet die transparantie gedragen worden door de hele keten. Met alleen goede verhoudingen met je directe buren en een aangeveegd erf ben je er niet als Vion of andere slachterijen er regelmatig een potje van maken.
Transparantie uit zich in open dagen, in voorlichting over wat je doet, in schoolklassen rondleiden op het erf en in snel en open reageren op misstanden. Dat schijnt te werken, omdat veel consumenten eigenlijk heel geïnteresseerd zijn in hun voedsel en in waar het vandaan komt, aldus de onderzoekers. En daar heb ik mijn twijfels bij. Het zal wel zo zijn dat mensen dat beweren, maar of het echt zo is?
Voorbeeld. In de winkels van keur- en sleurslagers liggen bijna alleen nog panklare, verwerkte en hapklare producten. Een goed braadstuk , een stuk varkensvlees van 2 kilo, het ligt niet in de vitrine. Ik heb mijn slager er wel eens naar gevraagd. Het antwoord is eenvoudig. Mensen willen het niet, vinden het te veel werk, weten zelfs niet meer hoe ze het moeten klaarmaken. Ze willen hapklare brokken, bij voorkeur voorgekruid en panklaar. Ik geef toe, er zijn ook andere consumenten, en ik behoor daartoe, maar of het er veel zijn? Voor een goed en betaalbaar braadstuk rijd ik naar een slager net over de grens. In Duitsland vind je nog wel gewoon vlees in de vitrine. Of ik ga naar de Turkse slager. Daar vind je net als in Duitsland nog grote brokken vlees die je langzaam kunt garen in de oven, of kunt laten pruttelen in een gietijzeren pan. Ik geloof er niets van dat de hapklarebrokkenconsumenten erg geïnteresseerd zijn in hun voedsel en waar het vandaan komt. Als je overwegend voorverpakte, gepaneerde kip- of varkenschitzel eet, of nog erger, houthakkerssteak of katenhaasjes, dan heb je niets met koken, niets met voedsel en niets met waar het vandaan komt.
En toch ben ik het wel met de LEI-onderzoekers eens dat je er als land- en tuinbouw alles aan moet doen om vertrouwen te houden en te winnen. Maar denk niet dat je er de katenhaasjesknagende consument mee bereikt.

Eén reactie

  • agratax2

    Dirk gelukkig heb ik op de Noord Veluwe nog een stel zelfslachtende slagers met goed beklante winkels. Voor de prijs hoef ik niet naar Kiloknaler kampioen, deze mannen zijn nauwelijks duurder en de kwaliteit is vele malen beter. Na braden heb ik nog een stuk vlees over bij de kiloknallers moet ik altijd maar hopen dat ik vlees heb gekregen en geen ingepakt water waardoor van mijn pondje vlees maar enkel onsjes over zijn. Bij het toevoegen van water gaat de vlees branche terwille van de marge de fout in volgens mij. Iedere kilo water die ze verkopen als vlees is winst, maar voor de boer een kilo minder omzet. Een kilo dichterbij een markt waar de prijs onder druk staat wegens 'overproductie'.

Of registreer je om te kunnen reageren.