1062 x bekeken 1 reactielaatste update:11 jan 2013

Cijfers geven houvast in onzeker bestaan, ook als ze niet kloppen

Dat er twijfels bestaan over de manier waarop ammoniakuitstoot wordt gemeten, is verontrustend. Immers, er is beleid op gebaseerd en er zijn kosten mee gemoeid. Maar cijfers bieden bijna nooit zekerheid, hoe graag we dat ook zouden willen.

Metingen van ammoniak zijn verschrikkelijk moeilijk, verklaarde rector magnificus Martin Kropff van Wageningen UR deze week in Boerderij Vandaag. Aanleiding voor zijn uitspraak is de conclusie van onderzoeker en mestdeskundige Egbert Lantinga dat er mogelijk minder ammoniak vrijkomt bij het bovengronds uitrijden van drijfmest dan tot nu toe aangenomen. De in de jaren zeventig ontwikkelde massabalansmethode, waarop het huidige beleid is gebaseerd, geeft namelijk hogere resultaten dan meetmethodieken van recenter datum.

De afgelopen decennia zijn metingen en berekeningen steeds meer gaan bepalen hoe wij naar de samenleving kijken, en naar onszelf. Wij zijn onze hartslag en bloeddruk, we zijn hoe snel we kunnen lopen, of hoeveel we verdienen. In de krantenkolommen verdringen omvangrijke infographics de traditionele nieuwsberichten en reportages. En bij sportwedstrijden worden snelheden tot op de duizendste seconde nauwkeurig bepaald. Cijfers geven zekerheid in een onzeker bestaan en dus hangt daar ontzettend veel van af.

De vraag is in hoeverre de werkelijkheid zich in getallen laat uitdrukken. De ammoniakkwestie laat zien hoe moeilijk het is een methode te vinden die hanteerbaar is en recht doet aan de situatie in het veld. Alles hangt af van waar en wanneer de meting wordt uitgevoerd. En dan nog. In de sector klinkt nu gemor: de verplichting om mest te injecteren in plaats van uit te rijden en de daarmee gemoeide meerkosten, heeft een kleiner effect dan verwacht. De aannames waarop dit door sommigen te vuur en te zwaard bestreden beleid is gebaseerd, lijken op zijn zachtst gezegd betwistbaar.

Maar er is meer aan de hand. De metingen vormen namelijk ook de basis voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), een uiterst complex systeem waarmee intensieve veehouderijen nabij natuurgebieden uitbreidingsmogelijkheden krijgen in ruil voor een door de melkveehouderij bereikte daling van de ammoniakuitstoot. Ook kunnen bedrijven onderling ontwikkelruimte ruilen. Maar wat is dat systeem waard als de aannames niet kloppen? Wat zeggen al die ingewikkelde berekeningen dan over de milieusituatie ter plekke? Weinig, zo lijkt het.

Los daarvan zou de sector op twee manieren kunnen profiteren van de conclusies van Lantinga. Ten eerste is mogelijk de ammoniakemissie van de melkveehouderij lager dan verwacht. Dit kan betekenen dat het afgesproken doel van een verlaging van 10 kiloton (gedeeltelijk) al is bereikt. Bovendien, en daar zit de echte winst, bestaat er een kans dat de uitstoot door intensieve bedrijven minder verspreid raakt dan tot nu toe aangenomen. En daarmee is het schadelijke effect op natuurgebieden kleiner.

Voorlopig is dat echter allemaal speculatie. Eerst moet nader onderzoek aantonen dat Lantinga het inderdaad bij het rechte eind heeft. De Tweede Kamer, doordrongen van het belang van de PAS, heeft daar al op aangedrongen. Maar ook dan moeten we ons afvragen wat de waarde is van de metingen en het daarop gebaseerde beleid. Want de cijfers geven misschien handvatten om besluiten te nemen, maar bieden op zijn best niet meer dan een glimp van de werkelijkheid.

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.