Redactieblog

2330 x bekeken 2 reacties

Geen megagrote verschillen in standpunt stallen

In de aanloop naar 12 september staat de Beschouwing in het teken van de Tweede Kamerverkiezingen. Elke vrijdag komt een thema uit de campagne aan bod. Deze week: megastallen.

Als het aan de coalitiepartijen CDA en VVD ligt, zou de discussie over de omvang van veehouderijen ruim voor de verkiezingen zijn afgetikt: de regionale overheid bepaalt welke omvang een veehouderij kan hebben. Discussie gesloten en besluit genomen. Het liep echter anders, waardoor de megastallen in veel verkiezingsprogramma's weer terug te vinden zijn.

In juni presenteerde staatssecretaris Henk Bleker van landbouw, mede op aandringen van de oppositiepartijen PvdA, Groenlinks, SP en Partij voor de Dieren, een maximale omvangsnorm voor veehouderijen. De normen waren hoog en notabene ook nog flexibel: 400 tot 500 melkkoeien, 7.000 tot 10.000 vleesvarkens, 150.00 tot 175.000 leghennen, 200.000 tot 240.000 vleeskuikens, 1.500 tot 2.000 melkgeiten en 1.500 tot 2.000 vleeskalveren. Bleker kreeg de wind van voren. Niet alleen van de oppositiepartijen maar ook van de coalitiepartijen. Reden genoeg voor Bleker om het stokje alvast over te geven aan zijn opvolger.

De megastallen zullen dus weer onderwerp van de campagne worden. Veehouderij speelt in op de emotie en doet het dus goed in campagnetijd. Ook geeft het partijen de gelegenheid om de verschillen met andere partijen te benadrukken.

In de verkiezingsprogramma's prijken de megastallen met enige regelmaat. De programma's van de Partij voor de Dieren, SP en Groenlinks zijn helder: zij willen een verbod op megastallen. PVV en PvdA verwoorden het iets genuanceerder. In het verkiezingsprogramma van de PVV staat dat de bio-industrie wat de PVV betreft zijn langste tijd heeft gehad. "De consument zal er hopelijk voor zorgen dat deze snel tot het verleden behoort." PvdA pleit voor een duurzame veehouderij, die in onvang en inrichting past bij 'ons volle landje'. De partij wil - indien nodig - grenzen stellen aan de omvang. D66 vindt dat de veehouderij veilig en fatsoenlijk moet zijn. De partij wil aan grotere stallen hogere eisen stellen.

SGP en CDA zijn spreken zich uit voor het gezinsbedrijf als gewenste schaalgrootte van de veehouderij. "De grootschalige intensieve veehouderij, die alleen op kostenconcurrentie is gericht, wordt beperkt", vindt CDA in haar verkiezingsprogramma. Christenunie houdt vast aan de huidige regels: een verbod op een tweede bouwlaag en een maximaal bouwblok tot 2,5 hectare als de provincies het toestaan.

Alleen de VVD uit zich niet over de omvang van veehouderijbedrijven. De liberalen wijzen alleen op de concurrentiepositie van de Nederlandse veehouderij ten opzichte van het buitenland. De partij pleit voor een gelijk speelveld.

Tijdens debatten zijn de verschillen tussen de tegenstanders en de partijen die gemakshalve als voorstanders worden bestempeld groot. Maar in de verkiezingsprogramma's lijkt het allemaal niet zo zwart-wit. Ook de 'voorstanders' willen ze liever niet. Maar het feit dat ze ze ook niet willen verbieden, zal zeker in camagnetijd worden uitvergroot door de 'tegen-partijen.'

Laatste reacties

  • joannes

    Het blijkt maar weer dat de VVD niet eens de moeite neemt om zich te verdiepen in de sociale consequenties van de megastallen. Zij realiseren zich niet dat het een megastal meer effecten heeft om de plattelands samenleving dan de stal. De plattelands dorpen zullen veranderen! De lokale bakker, slager, de scholen..... tot en met de aptheek zullen de effecten gaan voelen wanneer hun standpunt wordt uitgevoerd. Het is zoals altijd met deze partij: in het voordeel van enkele individuen ten koste van de rest! Wat dat betreft hebben ander partijen wat dieper nagedacht. Nederland met zijn bevolkingsdichtheid is niet vergelijkbaar met Oost Duitsland, Rusland, US, of zelfs Frankrijk.

  • minasblunders1

    De VVD pleit voor een gelijk speelveld ten opzichte van het buitenland. Jammer dat dat gelijke speelveld in eigen land kennelijk niet belangrijk is.

Of registreer je om te kunnen reageren.