Redactieblog

1338 x bekeken 5 reacties

Twee werelden

De kloof tussen platteland en stad wordt almaar groter. De toekomst is te vinden in de grachtengordel.

Op een van de laatste dagen van het onderwijsjaar was Henk Bleker bij ons te gast op Rijksuniversiteit Groningen. Hij was uitgenodigd om de jaarlijkse lezing voor de onze studentenclub te verzorgen. Het geheel speelde zich af in een kerkzaal die we vaker gebruiken voor officiële gelegenheden. Bleker voelde zich wel thuis in die omgeving.
Als een minister of aanverwant volk op bezoek komt, komt er meestal een heel circus van ambtenaren, bewakers, lokale grootheden als de burgemeester en natuurlijk een chauffeur mee. Deze keer niet. Henk kwam samen met zijn dochter binnenwandelen. Niet met zijn nieuwe vriendin, zoals iemand dacht.
De voordracht had de aanmatigende titel 'Van Mansholt tot Bleker'. Ik dacht even dat hij zichzelf van hetzelfde belang achtte als Mansholt, maar dat viel mee. Het ging hem om de tijdsperiode: van 1945 tot 2012. Zijn bijdrage begon met een schets van de Europese landbouwpolitieke geschiedenis en al snel bereikte hij de lopende onderhandelingen over het landbouwbeleid. Niet veel nieuws, op een punt na. Er is een goede kans dat een boer de basispremie gaat mislopen als hij/zij niet aan de vergroeningseisen voldoet. Met name in de akkerbouwgebieden waren de afgelopen tijden geluiden dat de vergoeding voor vergroening te laag is in verhouding tot de kosten. Boeren daar dachten erover de vergroeningspremie maar te laten schieten. Dat kan dus waarschijnlijk niet.
Althans, dan verliezen ze ook de basispremie en dan wordt de verhouding tussen kosten en baten heel anders.

Het zal de studenten niet zijn opgevallen, want de meeste hebben geen idee van wat zich in de landbouw en in Brussel afspeelt. De meeste komen uit de stad. En daarover ging het laatste en leukste deel van het betoog van Bleker.
Hij schetste waar hij zoal tegenaan was gelopen toen hij plotseling in de Haagse arena belandde. Over de omgangsvormen, de onkunde, en vooral over het gebrek aan kennis van de landbouwpraktijk en van het leven op het platteland. Er zijn eindeloos veel voorbeelden te noemen, van dierenwelzijn tot mestuitrijden. Toch helpt het niet om er leuk over te doen – de meeste mensen wonen nu eenmaal in de stad en politiek is die groep een stuk zwaarder dan de plattelanders.
Een collega van het Centrum Landbouw en Milieu wees me er laatst op dat de meest extreme gedachtes over de landbouw in de Amsterdamse grachtengordel te vinden zijn. Die gedachtes zijn leidend in het landbouwdebat. Ga daar luisteren, zo zei hij, en je weet wat de komende jaren op de agenda staat. En eigenlijk was dat ook de boodschap van Bleker. In dat opzicht doet Brussel er minder toe.

Laatste reacties

  • DG

    Daarom is het van belang dat de studenten die een 'agrarische' opleiding volgen (ook dierverzorging ed) minstens 1x een flinke periode bij een boer stage lopen, ook al gaan ze voor de richting honden/katten/paarden oid. Uiteindelijk komen ze toch vaak in de agrarische sector terecht en verwacht men dat ze weten waar ze het over hebben...helaas is dat niet altijd het geval...

  • joannes

    De kloof wordt groter maar, met de transparantie en betrokkenheid, wordt de relatie steeds hechter. Vroeger kon een ieder zijn werk doen en waren gebruiken vanzelf sprekend. In de tijd van Mansholt slachtte de slager om de hoek zijn eigen koeien en, als die slager om de hoek bij een lagere school was, hoorde je met de ramen open het pistoolschot. Je wist dat de slager een koe dood schoot voor de het vlees. Na jaren van optimalisatie en concentratie van productie is het vlees als een pak koekjes met een vriendelijk atractief etiket. De consument krijgt een schuldgevoel voor het weggroeien uit de natuur, maar met verkeerde basis informatie. Ze zouden zeker een stage op een boerderij moeten doen maar laat ze aub weten op scholen dat er dieren geproduceerd worden voor voedsel en... dat het een vitaal onderdeel is van het voedsel pakket.

  • Mozes

    In de grachtengordel kent men een dier alleen nog als gezelschapsdier die ook nog eens beleeft wordt als een kind. Op basis van dit sentiment worden vervolgens standpunten ingenomen over dierwelzijn.
    Ik denk dat wij als boeren twee dingen moeten uitdragen in de dialoog met de stad: er is een veelheid aan eisen die ook nog eens tegenstrijdig zijn aan elkaar. Als dit inzicht doordringt zijn we in ieder geval verlost van de platte ééndimentionale standpunten waar niet mee te praten valt.
    Ten tweede moet duidelijk worden gemaakt dat verandering alleen mogelijk is door eisen te stellen aan de verkoopkant van de keten en niet aan de producentenkant. We leven in een markteconomie waar de vraag leidend is en het aanbod volgt.

  • agratax2

    Joannes laten we de kinderen dan ook bij brengen dat ware geen vlees geweest in het verleden er naar alle waarschijnlijkheid ook geen mensen waren op deze aarde. Bijna alle volkeren eten vlees als ze de kans hebben, lukt het eten van dieren niet dan eten ze elkaar. Hier kan de politiek geen wijziging in aan brengen anders dan door dictatuur van de veganisten. Mensen eten van nature net als varkens en kippen alles wat ze tegen komen en kunnen verteren.

  • agratax2

    Ik heb het stuk nog eens gelezen en kan Strijker alleen maar vragen om als econoom de Grachtengordel te overtuigen van het financiële belang van de landbouw voor rijks schatkist en daarmee voor de Grachtengordel die groten deels geen export waardige producten levert.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.