Redactieblog

1209 x bekeken

Aardappeleters

Bij het verwerken van aardappelen, groente en fruit tot eindproduct wordt de helft weggegooid.

Ik heb een groentetuin. Er staat van alles in, maar het belangrijkste gewas is aardappelen, vooral de nieuwe. Nieuwe aardappelen zijn zo ongeveer het lekkerste dat ik ken en ze zijn in de winkel niet te krijgen. Althans, niet vers en dus niet lekker. Ik heb de eerste gerooid op 10 juni. Dat is niet extreem vroeg en dat komt omdat ik ze niet heel vroeg had gepoot. Ze hebben heel wat nachtvorst over zich heen gehad, maar dankzij de liefderijke verzorging met bloempotten en emmers door de rest van het gezin hebben alle 20 rangen het overleefd. Begin juni mag dan niet extreem vroeg zijn, vergeleken met vroeger is het dat wel. Bij mij thuis waren er nieuwe aardappelen tegelijk met de TT Assen, de laatste zaterdag van juni. Het is dus wel duidelijk dat het klimaat is veranderd.

Stedelingen weten zoiets niet. Die weten niet wanneer aardappelen klaar zijn en ze weten niet hoe lekker ze smaken. Toch las ik tot mijn verbazing dat stedelingen meer aardappelen eten dan plattelanders. Ik dacht dat stedelingen vooral pasta, patat, rijst en pizza's aten, maar dat blijkt niet het geval. Althans, toch ook wel. Het krantenbericht over de aardappelconsumptie gaat niet speciaal over tafelaardappelen, maar over alle aardappelen bij elkaar.

Stadsbewoners eten inderdaad minder tafelaardappelen, maar wel veel verwerkte aardappelen. En daarvan is het meeste afval. Om 1 kilo patat te maken, heb je 2 kilo aardappelen nodig. Voor wokkels, ringlings, aardappelblokjes en kartoffelsalat zal het ongeveer dezelfde verhouding zijn. Daarom stijgt de aardappelconsumptie als er meer mensen in de stad gaan wonen. Ik neem aan dat dat niet alleen voor aardappelen geldt, maar ook voor andere groenten en voor fruit.

Van alles dat in fabriek of snijderij wordt verwerkt, wordt de helft weggegooid. Ik schreef al eerder over veranderende voedingspatronen bij stijgende welvaart: dit is er onderdeel van. Inmiddels woont de helft van de mensheid in de stad. Over 40 jaar is dat wellicht driekwart. Een goed vooruitzicht voor boeren die basisproducten maken.

ING-bank waarschuwde recent dat boeren zich niet op bulk moeten richten, omdat ze de authentieke beleving van voedsel moeten koesteren. Ik ben het graag met de bank eens. Elke boer en verwerker die in staat is bij bulk weg te blijven, kan goede zaken doen. Toch staan beide berichten haaks op elkaar, want de authentieke beleving van wokkels, ringlings en aardappelsalade is wat mij betreft ver te zoeken. Opperdoezer Ronde en Wâldgieltsjes komen meer in de buurt, maar ook die kunnen niet op tegen verse Premières uit eigen tuin, een halfuur voor het eten gerooid. Stedelingen, goede klanten, maar ze missen wel wat.

Of registreer je om te kunnen reageren.