Redactieblog

214 x bekeken

Decentralisatie maakt begroting minder overzichtelijk

Woensdag was het weer gehaktdag: het kabinet legde verantwoording af over haar beleid in 2011. Minister Jan-Cees de Jager van Financiën overhandigde de jaarcijfers van 2011 aan de Tweede Kamer.

Het kabinet heeft de geplande besparingen in 2011 kunnen doorvoeren, ondanks de tegenslag dat het economisch herstel dat in 2010 was ingezet steeds meer aan kracht verloor. Uit de jaarrekening blijkt dat het Rijk in 2011 236,7 miljard euro uit heeft gegeven. De Algemene Rekenkamer constateert dat het precentage fouten en onzekerheden in het jaarverslag binnen de tolerantiegrens zit, daarom keurt de rekenkamer het Financieel jaarverslag van het Rijk goed.
Toch heeft de Rekenkamer een aantal opmerkelijke bevindingen. Zo is er door decentralisatie van het beleid naar gemeenten en provincies 1,4 miljard euro waarvan niet duidelijk is waaraan het besteed is. De Rekenkamer spreekt van ‘vervaging' tussen algemene en specifieke overheidsuitgaven. Hierdoor is niet duidelijk of 1,4 miljard euro aan specifieke  betalingen aan regionale overheden ook rechtmatig was. Minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken heeft beterschap beloofd na opmerkingen van de Rekenkamer.
Het signaal dat er bij decentralisatie van beleid een grijs gebied ontstaat als het gaat om bestedingen, is geen goed voorteken voor het decentralisatie-akkoord over het natuurbeleid dat staatssecretaris Henk Bleker met zeer veel moeite heeft gesloten met de provincies. De vervaging van de overheidsuitgaven lijkt misschien wat meer speelruimte te bieden, maar alles moet wel controleerbaar blijven. Hierdoor dreigt juist een blijvende bemoeienis van het Rijk bij taken die gedecentraliseerd worden.
Het natuurbeleid in 2011 was voor de Rekenkamer een van de speciale aandachtsgebieden. De Rekenkamer constateert dat het jaarverslag van het ministerie weinig relevante informatie bevat over de bereikte effecten en de daarvoor verrichte prestaties. De Rekenkamer merkt op dat de voorgenomen natuurbezuinigingen van 600 miljoen euro worden ingehaald door de overdracht van ruilgronden naar de provincies. Het gaat hierbij om tenminste 6000 hectare met een aankoopwaarde van 280 miljoen euro. Mogelijk loopt dit nog op naar 14.000 hectare (660 miljoen euro) als na 2016 blijkt dat de gronden nodig zijn voor het realiseren van biodiversiteitsdoelen. “Daarmee zijn de voorgenomen bezuinigingen op natuur zo goed als gecompenseerd.”
De Rekenkamer concludeert ook dat het ministerie weinig verantwoording aflegt als het gaat om voedselveiligheid. Verantwoordelijk minister Maxime Verhagen wijst deze kritieken van de hand. ”Het ministerie is alleen verantwoordelijk voor de regels, de normstelling en het toezicht wat het slachten van dieren en het keuren en uitsnijden van vlees betreft.” In veel andere gevallen is de verantwoordelijkheid bij de sector neergelegd.
De doorkijk in de begroting geeft het effect van het huidige beleid weer: als de verantwoordelijkheid bij regionale overheden wordt neergelegd of bij de sectoren zelf, worden de uitgaven minder overzichtelijk en daarmee ook moeilijker controleerbaar. Dat is wel nodig als het om overheidsbudget gaat. Als de sector de kosten zelf moet betalen, ligt de verantwoordelijkheid van efficiënt benutten van de middelen ook bij de sector zelf.

Of registreer je om te kunnen reageren.