Redactieblog

720 x bekeken

Karbonade

Het EU-beleid is een beleid van grote lijnen, en dat kan niet anders.

Volgens sommigen is het een halve eeuw geleden dat het Europees landbouwbeleid tot stand kwam. Ik begin zelf niet in 1962 maar bij de ministersconferentie van Stresa, in juli 1958. Daar gaven de Europese Commissie en de landbouwministers de eerste invulling aan het landbouwbeleid. De Europese Commissie moest het in die tijd met heel weinig ambtenaren doen. Dat betekende dat het beleid niet ingewikkeld moest zijn. Grove, duidelijke afspraken en de feitelijke uitvoering in handen van de lidstaten. Dat kon met het ingezette marktbeleid. Brussel stelde de garantieprijzen vast, de uitvoering ervan met invoerheffingen, exportsubsidies en interventies gebeurde niet door Europese ambtenaren, maar door de lidstaten.

Overigens anders dan volksmenners ons willen doen geloven, Brussel heeft nog steeds weinig ambtenaren. Het schijnen er 50.000 te zijn, één ambtenaar per 10.000 burgers. In Nederland hebben we dik 300.000 ambtenaren in het openbaar bestuur, bij rijk, provincies en gemeenten. Dat is één op elke 60 burgers. Politieagenten, soldaten en professoren zijn dan nog niet meegeteld.

Met zo weinig EU-ambtenaren is het logisch dat ook vandaag de dag landbouwcommissaris Ciolos simpele regels en geen uitzonderingen wil. Vanwege gebrek aan ambtenaren is het Europees landbouwbeleid een beleid van grote lijnen, hoe lastig dat ook is voor de boerenpraktijk. De meeste ambtenaren in Brussel weten ook nog eens niets van landbouw. Nu zult u vast zeggen dat dat vroeger wel anders was. Mansholt was zelf immers boer. Nee, hij was akkerbouwer, van dieren had hij geen verstand. In de Stresa-conferentie pleit hij voor een soort van integrale ketenbenadering, hij zegt: „Wij zijn niet klaar als de aardappels op het erf van de boer staan, zij moeten tenslotte op tafel komen. Wij zijn niet klaar als de koe op de markt staat, de karbonade moet op tafel komen." Karbonade? Van een koe?

Of registreer je om te kunnen reageren.