Commentaar

1276 x bekeken

Gedooglijst voor co-vergisting

Een gedooglijst voor co-vergisting past in de huidige trend van beleidvoeren.

Het pallet met producten neemt fors toe. Niet langer is de overheid, maar de ondernemer er verantwoordelijk voor dat het digestaat binnen de normen voor verontreiniging blijft.
Het ministerie van ELI staat onder voorwaarden de vergisting van 87 nieuwe stoffen toe. Het is goed nieuws voor de honderd co-vergisters. De bestaande lijst met ruim veertig getest te en goedbevonden producten is al veel langer te krap, zeker om de concurrentie met vergisters in buurlanden aan te gaan. Daar zijn veel meer producten toegestaan in de vergister. Op de ’gedooglijst’ staan plantaardige stoffen als aardappel- en groenteresten, bloembollen en bermmaaisel, maar ook producten van dierlijke oorsprong als resten van kaasproductie en resten boerderijmelk. De nieuwe lijst maakt ook een einde aan de niet uit te leggen situatie dat uien wel vergist mogen worden, maar uienschillen niet.
De sector heeft om de versoepeling gevraagd. Het is nu aan de vergisters om te laten zien dat zij deze eigen verantwoordelijkheid ook aankunnen. Een vanzelfsprekendheid is dat niet. Uit een onderzoek vorig jaar bleek dat zes van de acht installaties niet voldeden. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) zal strikt moeten toezien. De sanctie, afvoer van digestaat als afvalstof, is afschrikwekkend genoeg. Bovendien is de gedooglijst dynamisch, dus deze kan bij niet functioneren ook worden ingekort.

Of registreer je om te kunnen reageren.