Redactieblog

663 x bekeken

Teeltkunde en economie

Het nastreven van meer kilo’s per hectare kan niet altijd uit.

Mijn boekenplank met rapporten over de Veenkoloniën is weer wat voller, het Advies Commissie Landbouw Veenkolonië is er aan toegevoegd. De commissie heeft nagedacht over hoe het daar verder moet met de akkerbouw, als de subsidies wegvallen. Dat die subsidies gaan wegvallen is duidelijk; de vraag is wanneer. Dat hangt af van het tempo waarin Bleker de flat rate gaat invoeren en hoe hij vervolgens de regio’s indeelt.
De commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van boeren en bedrijfsleven en voorgezeten door de bekende Wageningse professor Rabbinge, voorziet dan problemen op de korte termijn voor een deel van de bedrijven. De suggesties van de commissie gaan echter vooral over de langere termijn, een wat merkwaardige spagaat.
De aanbeveling is dat het bedrijfsleven meer gaat samenwerken, dat boeren meer moeten samenwerken en dat landbouwproducten beter tot waarde moeten worden gebracht, de bio based economy.
Tenslotte moeten de kilo-opbrengsten omhoog. Bij de presentatie van het rapport, bij AVEBE, werd dat laatste nogal benadrukt: meer kilo’s van minder hectares.
Daarin is de hand van Rabbinge te herkennen.
Teeltkundigen als hij bepleiten altijd weer concentratie van productie op een zo klein mogelijk aantal hectares.
Economen kijken vooral naar de verhouding tussen de kosten van arbeid en die van grond. Hoe goedkoper de grond in verhouding tot de arbeid, des te minder het loont om een hoge productie per hectare na te streven.
Want extra kilo’s kosten extra geld. Dan kan het aantrekkelijker zijn meer hectares aan te houden. Daarmee is niet gezegd dat de kilo-opbrengsten in de Veenkoloniën laag zijn: ze behoren tot de hoogste in Europa.
Nog hogere opbrengsten vergen een financiële inspanning die waarschijnlijk niet uit kan. Tenzij iemand anders dan de boer de kosten wil dragen. Maar daar ging het nu net om: de subsidies vallen weg.

Of registreer je om te kunnen reageren.