697 x bekeken

'Subsidieregelingen bedenken ten gunste van álle boeren'

Er zou een ongelijke verdeling van subsidiegelden tussen loonwerkers en boeren zijn. Volgens Jan Maris veroorzaken de subsidieregelingen van het ministerie van ELI een groot onbalans.

In Nederland veroorloven we ons een niet gering zelfbeeld. We hebben toch een behoorlijke beschaving, lopen graag aan kop en zijn immers één van de rijkste landen ter wereld. Soms steken we vermanend het vingertje op naar andere landen en tevens hechten we aan een gezonde marktwerking. Je zou er tranen van in je ogen krijgen. Jazeker, we zijn ook niet te beroerd om af te geven op die ‘verachtelijke’ Grieken, die niet behoorlijk met geld kunnen omgaan en waar vriendjespolitiek normaal lijkt te zijn. Dat doen wij toch veel beter, denken we…

In meer dan één opzicht vraag ik me af of dat laatste wel klopt. Er zijn meerdere voorbeelden te bedenken waaruit blijkt dat we geen haar beter zijn. Neem nu de subsidieregeling op investeringen met GPS-apparatuur. Niet alleen voor de apparatuur kun je subsidie krijgen. Nee, ook voor de trekker, maaidorser e.d. die je samen met de GPS-apparatuur aanschaft, krijg je een forse subsidie. Niet minder dan 30 procent over een investering van tenminste 15.000 euro en maximaal 150.000 euro per bedrijf. En wat dacht u van de subsidieregelingen in het kader van Pop Nu, voor de duurzame ontwikkeling van het platteland door milieuvriendelijke investeringen of investeringen die ‘de concurrentiekracht van het platteland’ versterken. Dat is leuk zult u denken. En wat een krachtige argumenten. Maar vergis u niet!

Op het ministerie van ELI hebben ze bedacht dat alleen mensen met bruine ogen in aanmerking komen voor subsidie. Kortom, zijn je ogen blauw of groen dan pis je naast de pot. U begrijpt vast wel dat ze bij ELI denken dat alle boeren bruine ogen hebben. Loonwerkers komen in ieder geval niet in aanmerking, volgens de regeling. Over zo’n uitsluiting valt natuurlijk van alles te zeggen. Maar zou er op het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie wel eens nagedacht worden over de mogelijkheid dat boeren voor de meeste veldwerkzaamheden gewoon een loonwerker inschakelen? Over het geheel gaat het over ruim meer dan 50 procent van het veldwerk. Kortom, boeren die allang hebben gekozen voor een efficiënte mechanisatie van hun veldwerk worden, praktisch gezien(!), uitgesloten van dit soort absurde regelingen. Hoezo gezonde marktwerking?

Het is niet te geloven dat er ambtenaren zijn die met droge ogen zo’n expliciet discriminerende regeling durven voor te bereiden. Dat zijn dus geen ambtenaren die zorgvuldig bezig zijn met het uitwerken van democratische en doelmatige regelgeving. Het zijn praktijken die je aan Italië en Griekenland doen denken. Landen, waarvan wij denken dat duistere krachten hun directe invloed aanwenden tot diep in het overheidsapparaat. Laten we echter, voor wat betreft deze dubieuze praktijken, de zuidelijke landen maar even vergeten. Het gebeurt gewoon hier, schaamteloos, in uw eigen land. En natuurlijk moet je je ook afvragen of de staatssecretaris, die zo’n regeling met zijn handtekening wil bekrachtigen, op dat moment wel voldoende bij de les is geweest. In ieder geval is het onaanvaardbaar dat de staatssecretaris van ELI met een pennenstreek groepen ondernemers tegen elkaar uitspeelt. En stel nu dat er straks geen sprake meer is van discriminatie. Zitten we dan echt op dit soort regelingen te wachten?

In bovenstaande gevallen geldt dat de regelingen een korte tijd worden opengesteld met een beperkt budget. Boer A en B gaan samen naar de winkel en doen beide dezelfde offerte-aanvraag, al dan niet beïnvloed door de subsidieregeling. Helaas zal blijken dat slechts één van de twee in aanmerking komt voor de forse investeringssubsidie. De pechvogel zal in de meeste gevallen zijn investeringsplan weer annuleren. ‘Of de machineleverancier maar even wil meewerken’.

Of het nu gaat om ‘boerengeld’ of niet, laten we alsjeblieft met enig gevoel van realiteitszin en efficiëntie subsidieregelingen bedenken ten gunste van álle boeren. Dus ook voor hen die het werk door de loonwerker laten uitvoeren. En laat er wat meer besef zijn dat de meeste subsidieregelingen weinig te maken hebben met het versterken van de concurrentiekracht. Bovengenoemde regelingen zijn leuk voor de ‘geluksvogels’ die in de prijzen vallen. Maar voor de sector als geheel veroorzaken ze onbalans en zijn ze per saldo contraproductief. Willen alle betrokkenen de volgende keer de oogkleppen even afdoen?

Deze opinie is geschreven door Jan Maris, directeur van Cumela, de brancheorganisatie voor bedrijven in agrarisch loonwerk, meststoffendistributie, grondverzet en cultuurtechnische werken

Of registreer je om te kunnen reageren.