Redactieblog

763 x bekeken

Natuurcompensatie

Markermeer ombouwen tot moeras en geld tekort voor natuur. Dat gaat niet samen.

Vorige week stond een berichtje in de krant dat Natuurmonumenten het Markermeer wil ombouwen tot een groot moerasgebied. Iets als de Biesbosch. Ik meende dat na de bezuinigingen van Bleker het onderhoud van de bestaande natuur al ernstig in gevaar was. Dan ga je het schaarse geld toch niet voor nog meer natuur gebruiken? En wat moeten we met een moeras? Moerassen zijn ontoegankelijk en ze veroorzaken insectenplagen. Ik was laatst in een moerasgebied bij Miami, daar zwommen zelfs grote krokodillen. Voor je het weet bedenkt Marianne Thieme dat we die hier ook moeten.

Toch is de basisgedachte minder vreemd. Ooit is de dijk Enkhuizen-Lelystad gebouwd. Daardoor ontstond het Markermeer. Het zou een polder worden voor de landbouw en voor een tweede nationale luchthaven, maar dat is er niet van gekomen. Ook zou er met windmolens en uitstromend water elektriciteit opgewekt worden: plan Lievense. Ook dat is niet doorgegaan. Het bleef een groot zoetwaterbekken en je kunt er op varen. In een gebied met een paar miljoen inwoners is dat een wat magere oplossing. Uitgangspunt moet zijn dat het waterreservoir behouden blijft, voor landbouw en drinkwater. Vervolgens is er veel voor te zeggen om het gebied bruikbaarder te maken. Met strandjes, fietspaden en misschien ook wel natuur.

In bijna elk groot project wordt natuur aangetast die wettelijk moet worden gecompenseerd. Het Markermeer is bijna 70.000 hectare; daarmee kun je heel wat compenseren. Door het aloude plan Lievense weer van stal te halen is er zelfs een getijdemeer van te maken. Bij wind staat het peil hoog, vervolgens zakt het weer.

Als het nieuwe getijdemeer geschikt gemaakt wordt voor recreatie en aangekleed met toegankelijke natuur, kan dat druk van het oude land halen. En dat in de Randstad; compensatienatuur met eb en vloed. Ter vergelijking, de Hedwigepolder is maar 299 hectare.

Of registreer je om te kunnen reageren.