De invoering van mineralenconcentraat als vervanger van kunstmest wil nog niet echt vlotten.
Volgens staatssecretaris Bleker zal het voor 2014 niet lukken om dit eindproduct van mestverwerking Europese erkend te krijgen. Acht proefprojecten krijgen in Nederland wel toestemming om het concentraat te gebruiken alsof het kunstmest is, maar daar blijft het nog even bij.
Dat is teleurstellend want het is een geweldig idee: dierlijke mest omtoveren tot kunstmest. Er is vast een afzetmarkt voor het mineralenconcentraat. Als de gehaltes gegarandeerd zijn en de prijs goed, heeft een akkerbouwer alle reden om het te kopen. Voor de veehouderij is het grote voordeel dat op deze manier in feite meer stikstof uit dierlijke mest over een hectare kan dan de nitraatrichtlijn toestaat. De stikstofgebruiksnormen laten immers bovenop het plafond voor dierlijke mest nog ruimte voor kunstmest. Het zou dé oplossing voor het mestoverschot kunnen zijn.
Inschatting is ook dat deze ‘formule’ nodig is om mestverwerking rendabel te krijgen.
Toch is het begrijpelijk dat Brussel nog haken en ogen ziet. De grote kracht van kunstmest is de maximale controle die de teler heeft. Hij weet precies hoeveel hij van elk mineraal toedient, en hoe het aan de plant ten goede komt. Zolang mineralenconcentraten niet diezelfde zekerheid kunnen bieden, is Brussel terecht sceptisch. Er heerst veel wensdenken in mestverwerkersland. Beleid kan daar niet op gebaseerd worden.