225 x bekeken 1 reactie

Duurzaam eten is prima in te passen in de dagelijkse praktijk

De verantwoordelijkheid voor duurzaam voedsel wordt voornamelijk neergelegd bij de producenten. De mogelijke bijdrage van consumenten wordt gemakshalve vergeten, betoogt LEI-onderzoeker Hans Dagevos.

Duurzaam, verduurzaming, duurzaamheid. Het zijn sleutelwoorden in voedingsland. Of het nu captains of food industry zijn, boeren, EL&I-beleidsmedewerkers dan wel buitenlui – duurzaamheid ligt hen in de mond bestorven. Als het niet zo belangrijk was, zou je het woord duurzaam bijna niet meer willen horen. Maar het staat buiten kijf dat het om een vitaal onderwerp gaat.

Vitaal voor mens en milieu op mondiale schaal. Om de 7 miljard wereldburgers te voeden, is het essentieel dat er agrarische productiegroei gerealiseerd wordt met een lichtere ecologische voetafdruk. ’Meer met minder’ is de strijdkreet die daar bij hoort. Verduurzaming van de agro- en foodsector is dus geboden omwille van internationale solidariteit en rechtvaardigheid.

Maar wat is eigenlijk duurzaamheid? Duurzaam is een woord met vele kanten en betekenissen; een complex containerbegrip. Duurzaam voedsel hangt samen met milieuaspecten zoals biodiversiteit, waterverbruik, bodemvruchtbaarheid (erosie), verspilling of emissie van broeikasgassen of gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen. Duurzaam kent ook ethische aspecten zoals dierenwelzijn en eerlijke handel, evenals sociaal-culturele aspecten zoals smaak, identiteit, streek- en seizoensgebondenheid. Bovendien gaat het niet automatisch om aspecten die mooi met elkaar samengaan. Verbeteringen op het vlak van diervriendelijkheid zijn niet altijd minder milieubelastend bijvoorbeeld.

De genoemde aspecten van duurzaamheid doen vermoeden dat het een zaak is van de productiezijde van de voedselmarkt. Vaak wordt ook vanuit dit perspectief geredeneerd. Bedrijven of overheden worden dan de sleutels tot verduurzaming in handen gelegd. Als gevolg hiervan blijven burgers met lege handen staan. Al dan niet openlijk wordt de vraagzijde van de voedselmarkt terzijde geschoven. Consumptiewordt buitengesloten van duurzaamheid. Het betreft hier een aloude redenering. Consumeren gaat immers om het ge- en verbruik van goederen. Dat kan niet duurzaam zijn, is het idee. Maar deze gedachtegang heeft tekortkomingen.

Om te beginnen leven we vandaag de dag in een consumptiesamenleving. Dit betekent dat wie consumptie negeert, contact verliest met de maatschappelijke realiteit. Een ander belangrijk nadeel is dat consumenten als potentiële bondgenoten genegeerd worden. Consumenten wegzetten is behalve onrealistisch daarom ook oneerlijk en ineffectief. Want zo mag het toch wel genoemd worden als de menselijke consumptiedrang wél wordt aangewezen als een hoofdoorzaak van de ontstane ecologische malaise zónder mensen reële handelingsperspectieven te bieden om hun consumptieve leven te beteren en zodoende bij te dragen aan duurzame oplossingen. Heel wat onheilsprofetieën en ecologische doemscenario’s gaan mank aan dit euvel.

Consumenten kunnen wel degelijk flink bijdragen aan het verduurzamingsproces. Sterker, er is een aantal verbluffend simpele manieren om duurzame voedselconsumptie concreet vorm en inhoud te geven. Het gaat bovendien om consumptiegewoontes waarvoor het allerminst nodig is om radicaal te breken met manieren van consumeren die we gewend zijn.

Duurzaam eten betekent bijvoorbeeld dat je één of enkele dagen per week vleesloos eet, dat je erop let hoeveel en hoe vaak je je boterhammen met vleeswaren belegt, dat je je consumptie van melk en kaas matigt, je dorst zoveel mogelijk met gewoon kraanwater lest, je vaker lokaal geteelde groenten en fruit eet en meer bewust met de seizoenen mee-eet. Zo vaak mogelijk met de fiets of lopend naar de (super)markt om je eten te kopen, helpt ook.

Hetzelfde geldt voor meer voorkeur geven aan milieu- of diervriendelijke productvarianten. Verspilling van voedsel is tegen te gaan door aan de hand van een boodschappenbriefje inkopen te doen, te kiezen voor etenswaren die op de houdbaarheidsdatum zijn en ’afgepast’te koken door een keukenweegschaal te gebruiken. Mocht er toch eten overblijven: voer een kliekjesdag in.

Duurzaam eten is op die manier dus heel eenvoudig en praktisch in te vullen in het alledaagse consumptieve bestaan. Consumenten kunnen hun steentje bijdragen. De grote duurzaamheidsimpuls hoeft niet per se alleen van de kant van de productieketen te komen.

Hans Dagevos is onderzoeker bij het LEI, onderdeel van Wageningen UR.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    beste hans, je hebt helemaal gelijk maar trek je geitenwollen sokken uit. Je zit te millimeteren.Ik merk bij veel kinderen dat ze al lang geen melk maar drinken, maar liever cola. Vleeswaren of kaas op het brood? 1 sneetje omdat het moet, verder jam en hagelslag en soortgelijke versnaperingen. "gezonde"tussendoortjes die veel weg hebben van gebakjes. Water drinken? Dat doen vrouwen van 40+ alleen vrijwillig en lieden als jij natuurlijk vanuit een principiële overtuiging. Fruit eten? onder dwang etc. etc.
    Je kunt de verantwoordelijkheid best bij de consument neerleggen maar wil je meters maken zullen producenten dit op moeten pakken en zal de consument het eea. gewoon voor de kiezen moeten krijgen.

Of registreer je om te kunnen reageren.