Commentaar

3339 x bekeken

Afvoerputje

Vraag het een willekeurig buitenstaander, en geheid zal hij bevestigend antwoorden: ’Natuurlijk moet je de hoogste gezondheidsstatus nastreven.’ Maar in de alledaagse werkelijkheid spelen veel meer, vooral economische factoren een rol dan alleen dat ultieme doel.

De soap rondom de blauwtongvrije status is hiervoor illustratief. Nederland vroeg pas deze week de blauwtongvrije status aan, maar had dat al een jaar eerder kunnen doen. Voor de kalverindustrie had dit echter rampzalig uitgepakt. Nederland importeert jaarlijks 800.000 kalveren, waarvan de helft uit Duitsland. Deze import zou onmogelijk worden.
Het economisch belang van de kalverindustrie prevaleerde in dit dossier duidelijk boven de gezondheidsstatus. Zelfs de voordelen van een hogere gezondheidstatus voor de export van fokvaarzen sloegen de weegschaal niet de andere kant op. Het streven naar een hogere gezondheidsstatus is daarmee afgegleden naar een economisch politiek steekspel. Hier zitten grote risico’s aan.
”Nederland moet oppassen niet te degraderen tot het afvoerputje van Europa”, waarschuwt veehandelsvoorman Piet Thijsse in deze krant. Nederland als exportnatie mag dat zeker niet laten gebeuren.
Thijsse vraagt om een stap in een ander heikel dossier: IBR (koeien­griep). De verplichte bestrijding eind jaren 90 strandde op een besmet vaccin. Sindsdien is er nauwelijks vooruitgang geboekt. Nog steeds zijn er IBR-besmettingen. Ondertussen heeft buurland Duitsland de artikel 9-status; België is onderweg. Thijsse’s oproep aan het adres van LTO Nederland om de regierol weer op te pakken lijkt gerechtvaardigd.
Niet alleen het direct te becijferen economisch belang moet meewegen in de aanpak van dierziekten. Een hoge veterinaire status heeft uitstraling, in het handelsverkeer maar ook naar de maatschappij. Je geeft een signaal af dat je serieus met dierhouderij bezig bent.

Of registreer je om te kunnen reageren.