Redactieblog

1834 x bekeken 1 reactie

Groen land

Blijvend grasland in Nederland is heel wat anders dan in Noord-Duitsland. Heeft Brussel dat in de gaten?

Gisteren was ik op de universiteit van Oldenburg, in Duitsland, voor overleg over van alles en nog wat. Daarbij raakte ik verzeild bij een presentatie van een onderzoek naar permanent grasland in Noord-Duitsland. Professor Buchwald liet met grafiekjes zien dat de oppervlakte blijvend grasland daar spectaculair is afgenomen. Het ging in sommige gemeenten om wel 20 procent in tien jaar. Tegelijkertijd nam de oppervlakte akkerbouw net zo hard toe. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de intensivering van de veehouderij, en de bouw van biovergisters in Noord-Duitsland. Daarvoor wordt grasland omgezet in maisland.
De professor maakte zich grote zorgen over de afname van het grasareaal. Grasland is een middel tegen erosie, het is belangrijk voor het landschap ter plaatse en voor het toerisme. En grasland is vooral belangrijk voor de ecologie en de biodiversiteit, want het is een poly-cultuur. Daarmee bedoelde Buchwald dat heel veel soorten naast elkaar voorkomen. Hij onderscheidde de graslanden in drie soorten: intensieve, half-intensieve en extensieve. En alle drie waren waardevol, de extensieve het meest, dat wel. Er moest dus voorkomen worden dat nog meer permanent grasland verdwijnt.
Als Nederlander trek je de wenkbrauwen op, want zo’n ecologische vetpot is grasland niet, of het nu heel of half intensief benut wordt. Moderne graslanden zijn bij ons monocultuur; voor de landbouwkundige kwaliteit zit je als boer niet te wachten op soortenrijkdom. Het drong pas echt tot me door dat hij het niet over onze graslanden had, toen hij foto’s liet zien. Fleurige plaatjes van grasvelden, die bij ons beheerd worden door Natuurmonumenten. Het bleken de half-intensieve te zijn.
Een dergelijke spraakverwarring moet zich soms ook in Brussel voordoen. De vergroeningsvoorstellen van EU-landbouwcommissaris Ciolos bevatten een verbod op het scheuren van blijvend grasland. In Nederland is driekwart van het grasland blijvend, die oppervlakte kachelt al heel lang achteruit. Daar kun je tegen zijn, en met beleid valt die achteruitgang misschien tegen te gaan. De vraag is echter of het veel uitmaakt voor de biodiversiteit. Het meeste permanente grasland in Nederland is soortenarm. Goede boerenpraktijk zorgt daar wel voor. Een bloemenzee, zoals op de plaatjes van de Duitse professor, komt bij ons buiten het agrarisch natuurbeheer niet meer voor.
De Duitse situatie is dus anders, zelfs de Noord-Duitse. Daar wordt doorgaans minder intensief geboerd, en daar draagt grasland nog bij aan de biodiversiteit. Als onderhandelaar in Brussel moet je dat goed in de smiezen hebben, en ik betwijfel of de ambtenaren bij Economische Zaken dergelijke praktijkkennis wel hebben.

Eén reactie

  • Piet, Midden-Europa

    's Lands wijs 's Lands eer'' , het grasland van noord-Duitsland gaat pas op het Nederlandse lijken als er genoeg nederlandse boeren wonen !!!...

Of registreer je om te kunnen reageren.