356 x bekeken

Markt en maatschappij vragen eigentijds leiderschap

Op boeren en tuinders komt van alles af. Ze hebben veel meer dan eerder te maken met de buitenwereld en dat vraagt ander leiderschap, met daarin zelfkritiek, flexibiliteit en ’schakelen met de omgeving’, schrijft Freek Peters.

In veel Nederlandse bedrijven past het type leider niet meer goed bij de strategische opgave. Door deze mismatch komen de bedrijfsresultaten, de innovatiekracht en economische vitaliteit van deze ondernemingen onnodig onder druk te staan. Zeker in de huidige onzekere tijden.
Dit constateren Ineke Strijp en ik in ’Leiderschap in Evenwicht’, een studie naar de effectiviteit van leiderschap van de Universiteit van Tilburg.

Ook in de agrarische sector komt een mismatch tussen leiderschap en strategische opgave veelvuldig voor. Het MKB telt zo’n 60.000 boeren en tuinders die het vak hebben geleerd in heel andere omstandigheden dan die van vandaag. Velen zijn vanouds gewend om vooral op te treden in hun eigen organisatie, in een relatief stabiele buitenwereld met min of meer bekende markteigenschappen.

Maar nu komt er van alles op hen af. In de eerste plaats wordt de marktwerking steeds dominanter. Doordat het stelsel van Europese ordenings- en beschermingsconstructies afbrokkelt, komen nu de markt en de keten zelf centraal te staan en wordt van de hedendaagse ondernemers een veel sterkere klantfocus gevraagd. Daarnaast wordt de fysieke omgeving steeds belangrijker, ook als beperkende voorwaarde voor schaalvergroting, kostenreductie en dus concurrentiekracht.

Tegelijkertijd wordt een aantal collectieve structuren voor hulp en belangenbehartiging, zoals de productschappen, in een hoog tempo afgebouwd. Wat betekent dit voor het leiderschap in de agrarische sector?

Het contextuele tijdperk
Volgens de managementwetenschap leven wij tegenwoordig in het contextuele tijdperk. Daarin is een ondernemer niet meer vanzelfsprekend de ’leeuwenkoning’ die het in het eigen bedrijf voor het zeggen heeft en zich weinig hoeft aan te trekken van wat er daaromheen gebeurt.

Neen, de bestaanscondities worden steeds meer bepaald door factoren buiten de grenzen van de organisatie zelf. Dat betekent ook dat de scope van effectief leiderschap veel breder is dan vroeger: het hele omringende systeem van klanten, toeleveranciers en ketenpartners maar ook omgeving, overheden en toezichthouders maakt deel uit van het bereik.

De agrarisch ondernemers maken hierdoor een periode van sterke transitie en soms ook grote verwarring mee. Er wordt ondernemerschap gevraagd, de communicatieve vaardigheden om in de omgeving begrip en medewerking te organiseren, en het schakelvermogen om met wisselende partijen samen te werken. Voor groen leiderschap geldt het motto: ’groen moet de grijze wereld in’.

Voor veel ondernemers is dit te veel gevraagd. Opgegroeid en opgevoed vanuit het productiedenken binnen hun eigen wereld, kunnen zij deze slag niet maken en worden zo een mismatch die fataal kan zijn voor het eigen bedrijf. Of zij nemen tijdig het besluit om te stoppen.
Aan de andere kant zien wij ook bemoedigende voorbeelden van goed contextueel leiderschap: innovatieve ondernemers die nieuwe wegen vinden door slim techniekgebruik, de energiemarkt of alternatieve boerderijconcepten.

Zo lijkt de kwaliteit van ondernemerschap dé cruciale factor in de continuïteit van agrobedrijven. Daarom moeten de huidige leiders beter naar hun houdbaarheid kijken. Kritisch reflecteren op hun eigen functioneren en hun geschiktheid om de doelstellingen van het bedrijf in het huidige tijdperk kunnen realiseren.

Dat begint bij henzelf. Past het oude leiderschap nog of zijn er nu andere kwaliteiten nodig? Daarnaast zien wij dat veel organisaties het leiderschap niet meer bij een of enkele personen berust, maar over veel meer mensen wordt gespreid. Deze manier van werken en samenwerken vraagt een andere stijl dan vroeger.

Allereerst vraagt eigentijds leiderschap het vermogen om kritisch naar jezelf te kijken. Welke opstelling vragen de omstandigheden, hoe moet je je daarin gedragen om effectief te zijn? Boven de situatie blijven, bewust acteren en de kwaliteiten van mensen om je heen benutten voor wat jezelf minder in huis hebt.

Daarnaast zijn flexibiliteit en verbindend vermogen belangrijk: begrip en partnerschip kweken, medewerking krijgen, relaties opbouwen. Hierbij is het van belang om je in te kunnen leven in de andere partijen.

Als laatste eis geldt een flexibel ego: niet te trots of onbuigzaam zijn om te blijven geloven je eigen gelijk en de overtuiging dat ’zij het niet snappen’.

In de opleidingswereld worden de tekenen des tijds inmiddels wel verstaan. Agrarisch ondernemerschap en het ’schakelen met de omgeving’ zijn belangrijke onderdelen in het pakket geworden. Ook in de plannen voor de topsectoren Agrofood en Tuinbouw & uitgangsmaterialen wordt uitgebreid aandacht besteed aan de ontwikkeling van het human capital in de sector.
Want kwaliteit van leiderschap is cruciaal om de Nederlandse agrosector ook in de toekomst toonaangevend te laten zijn.

Freek Peters is organisatieadviseur en mede-auteur van het boek ’Leiderschap in Evenwicht’

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.